Den Haag

Stadswapen Den haag

Omdat ik van de Haagse tak van de familie afstam, hierbij een stukje over Den Haag.
Er is al heel veel over Den Haag op het internet te vinden, maar een extra steentje bijdragen op deze pagina’s hoort erbij.


Ondanks het feit dat ik al jaren uit Nederland weg ben, en nog langer uit Den Haag, blijf ik mijzelf Hagenees noemen.


Daar rijst dan onmiddelijk de vraag, wat is nu het verschil tussen een Hagenaar en een Hagenees.

Niet iedereen is het over de uiteenlopende meningen eens, maar hieronder een paar pogingen ter verduidelijking, want er is een daadwerkelijk verschil.

Eerst maar eens een historisch feit; Het verschil tussen de Hagenaar en de Hagenees gaat heel ver terug in de tijd, maar deze pagina’s zijn uiteindelijk met geschiedenis gevuld.
Die Haeghe zoals het lang geleden werd genoemd staat deels op zandduinen en deels op veengronden. Zoals men in Den Haag zelf zegt: kom je van het zand of van het veen? Het gaat hier dus om een duidelijke scheiding. Die scheiding is inmiddels wel vervaagd, maar noem een Hagenees nooit een Hagenaar, of andersom, want dat wordt niet gewaardeerd!

Die scheiding wordt gemarkeert door de Laan van Meerdervoort, met 5.8 kilometer lengte de langste laan van Nederland

Aan de ene kant, op het zand dus, woonden de rijken, de gegoede burgers en de diplomaten. Hier verrezen onder andere de Vogelwijk en het Statenkwartier.
Op de vochtige veengronden woonden de minder bedeelden, de arbeiders, de Hagenezen dus, waar wijken als Morgenstond en Moerwijk toe behoren. Verder zijn er natuurlijk de Schilderswijk, de Transvaalbuurt, het Laakkwartier en de wijk Eskamp.

Ook de kleuren van het stadswapen geven die scheiding weer: het geel staat voor het zand, het groen voor het veen. Maar wat doet de ooievaar in het stadswapen?

De veengronden, moerassen en weilanden in die tijd waren sinds eeuwen een walhalla voor vele vogelsoorten waarbij de ooievaar in grote getale voorkwam.
In de 14e eeuw bouwde de ooievaar zelfs zijn nesten in de Gevangenepoort en de Ridderzaal. In het gewone leven begon de ooievaar steeds prominenter aanwezig te zijn. In aantekeningen uit de 16e en 17e eeuw werden er door reizigers zelfs aantekeningen gemaakt dat de vogels tam waren geworden en zelfs uit de hand aten. Gekortwiekte vogels werden op vismarkten gebruikt om de omgeving schoon te houden. Daarnaast stond de ooievaar bekend als een vogel die geluk bracht.

De oudste voorstelling van de ooievaar is te vinden op de klok uit 1541 in de Grote Kerk. Vanaf dat moment kom de ooievaar veelvuldig voor op prenten, schilderijen en afbeeldingen die te maken hadden met Den Haag. Het is waarschijnlijk daarom dat de ooievaar in het wapen van Den Haag werd gekozen, net zoals Scheveningen b.v. drie haringen in het wapen voert.

Bij het uitroepen van het Koninkrijk Nederland, diende iedere gemeente een officieel wapen te hebben, dat ook nog eens door de Hoge Raad van Adel diende te worden goed gekeurd. Sinds 1816 ligt het uiterlijk van het gemeente wapen van Den Haag dan ook vast, met de volgende omschrijving:

Sinds 1816: “Van goud beladen met een oijevaar in deszelfs natuurlijke kleur, houdende in deszelfs bek een paling. Het schild gedekt met eene kroon van goud waarop 13 paarlen en vastgehouden door 2 leeuwen van goud.”

Sinds 1954 “In goud een stappende ooivaar van natuurlijke kleur in deszelfs bek een paling van sabel. Het schild gedekt met een antieke gravenkroon en gehouden door 2 omziende leeuwen van goud.”

Sinds 2012 “In goud een stappende ooievaar van natuurlijke kleur, houdend in de bek een paling van sabel. Het schild gedekt met een antieke gravenkroon en gehouden door twee omziende leeuwen van goud. Wapenspreuk: VREDE EN RECHT in Latijnse letters van goud op een lint van sinopel.”

De echte Hagenezen bestaan uit de oorspronkelijke, geboren en getogen, harde kern van inwoners. Het is het soort dat met mooi weer in in shorts of gewoon de onderbroek met witte sokken in de tuin een blik bier opentrekt en de wereld aan zich voorbij laat trekken. Andersom trekt hij zich dus nergens iets van aan.

De Hagenaar daarentegen is daarvan precies het tegenovergestelde. De Hagenaar vertegenwoordigt een meer kakkerig type (zie hierboven over de zandgronden) die (soms) wel in Den Haag woont maar er niet geboren is. Wellicht is hij of zij wel trots op de stad (wie zou dat niet zijn) maar heeft er dan net weer niet een sterke band mee, zoals de ras-Hagenees.

Ook is het verschil duidelijk hoorbaar. De Hagenaar heeft de neiging bekakt te praten, terwijl de Hagenees trots het platte Haags verbaal zal uitten. De Hagenees heeft een ontspannen vorm van humor, waarbij zelfspot niet wordt geschuwd. Er is een soort van onschuld en onbevangenheid, een Hagenees heeft niet eens door dat hij grappig praat. Het is er gewoon.

Hagenaar of Hagenees?

Het typetje Haagse Harrie, bedacht en getekend door Marnix Rueb ligt heel dicht bij de werkelijkheid van de echte Hagenees. Haagse Harrie bestaat gewoon echt. De echte Hagenezen cultiveren hun uiterlijk, zijn er trots op, en zijn het absolute tegenbeeld van de bekakte Hagenaars.

Zij zijn herkenbaar aan de dagelijkse kledij: een trainings pak (in het Haags een pitbull smoking) en een zogenaamd matjes kapsel van de haar stylist. Dat zijn stekels bovenop het hoofd, en lang haar in de nek.

Verder zijn zij uitermate trots op hun Haagse taal, en zijn eigenlijk “onbewust verbaal begaafd”, wat in het platte haags sterk naar buiten komt.

De mazzol!!

Verder naar de geschiedenis