Den Haag, 1500 – 1600

Ver voor de tijd van Haagse Harrie, en nog voor het culturele en taalkundige verschil tussen Hagenaars en Hagenezen, werd Den Haag die Haeghe genoemd.

In 1506 erfde Karel V de rechten over het grote toenmalig Bourgondische rijk, en werd daarnaast ook nog eens Rooms Keizer. Daarmee verkreeg hij ook het bestuur over de toenmalige Nederlanden.
In die tijd voerde hij oorlog met Frankrijk en het Osmaanse rijk. De kosten hiervoor kwamen voor een groot deel uit de rijke Nederlanden, waardoor de inwoners niet erg blij waren.

Die Haghe zoals het toen werd genoemd was een bijna vergeten uithoek van het enorme rijk van Karel. Ondanks die vergetelheid werd Den Haag als een van de mooiste plaatsen ter wereld beschreven, en genoemd als een dorp dat zich kon meten met iedere Europese stad.

In die Haghe werd dor Karel een drietal raden in, net als in de andere provincie hoofdsteden:

  • De Raad van State, bestaande uit edelen en juristenvoor het politieke beleid
  • De Geheime Raad, voor de algemene regelgeving en rechtspraak
  • De Raad van Financien, deze spreekt voor zich

In 1555 werd de keizerlijke macht overgedragen aan Philips II die tijdens een rondreis ook die Haeghe aandeed. Enige jaren later sloten Frankrijk en Spanje vrede, Philips ging terug naar Spanje, en het bestuur van de Nederlanden ging over naar Margaretha van Parma, zijn halfzus.

Nog steeds een dorp zijnde, werd er door de bevolking van die Haeghe voorgesteld om het geheel met muren te omringen. Dit zoals zoveel andere plaatsen, om zichzelf tegen plunderingen te beschermen. Ook het geld werd door de bevolking bijeen gebracht.
In plaats van echter muren te bouwen werd het geld echter besteed om de brandschade aan de Grote Kerk te herstellen, en naast de kerk een nieuw raadhuis te bouwen. Waarschijnlijk ging men ervan uit dat de muren niet meer nodig waren nu de oorlog met Frankrijk was afgelopen. Men zag liever een mooi raadhuis, dan een lelijke muur.

Echter, met het ontbreken van muren, grachten en andere verdedigings werken, kreeg Den Haag het nogal eens te verduren, en volgde de een na de andere bezetting. De Spanjaarden, de watergeuzen, de Spanjaarden weer.
Het Binnenhof was nog redelijk beschermd, hier stond van oudsher het Grafelijk kasteel. Daar waren muren en poorten, naast de gegraven grachten. Buiten die muren brandde diverse malen voor een groot deel alles tot de grond toe af.

De ligging van Den Haag, Delft en Leiden in 1574

Verdedigingswerken werden nu wel weer als een noodzaak gezien. Er werd besloten om een aarden wal met schansen op te werpen. Het geld voor een meer degelijk verdedigings werk was uiteindelijk al besteed! Het materiaal voor de schansen was aanwezig in de vorm van huizen die nog overeind stonden, en de rest werd gekapt in het Grafelijke bos. Dat werd nooit meer terug aangeplant, en dat is het gebied wat het tegenwoordige Malieveld is.
Echter, de bomen die waren gekapt werden door de Spanjaarden opgehaald en werd door hen gebruikt bij het beleg van Leiden. De Haagse bevolking moest hulpeloos toezien hoe hun werk en materiaal voor de verdedigings werken verdween.

De lokale overheid, waaronder de Raad van Staten, had intussen hun heil gezocht in Delft. Hier stonden muren omheen, en was goed te verdedigen zodat zij zich veilig waanden. De rest van de bevolking van die Haeghe was gevlucht.
Men probeerde Willem van Oranje zover te krijgen om Graaf van Holland te worden, en weer orde op zaken te stellen. Maar Delft was niet zo veilig als men dacht, en Willem werd in Delft vermoord. Doodgeschoten door Balthasar Gerards.

Uiteindelijk werd alles weer rustig, en de bevolking van die Haeghe keerde langzaam aan weer terug. Er was niet veel over, de Grote Kerk, het stadhuis en het kasteel stonden nog overeind, voor de rest was vrijwel alles verbrand en verdwenen.

Het stadsbestuur van Delft had Den Haag graag geheel zien verdwijnen, teneinde het gewest van daaruit te kunnen regeren en besturen. Zover is het echter niet gekomen.

Verder naar de volgende eeuw