Den Haag, 1700 – 1800

Telde Den Haag rond 1620 ongeveer 16.000 inwoners, eind 1700 was dat aantal omhoog gegaan naar ongeveer 40.000 inwoners.

Den Haag bleef ondanks alle oorlogen, een soort van bijna magische aantrekkings kracht op buitenstaanders uitoefenen.
De aanbouw ging zo snel, dat Den Haag buiten de beschermende singels (grachten) groeide. Aan de zuidkant gebeurde dat al rond 1650.
Langs een grachtje dat de Zieke werd genoemd stond het lepra huis, samen met wat andere huizen. Het leprahuis was afgeschermt door muren.
Het Groene wegje bestond voor 1700 al uit een rij huizen. In 1705 werd aan de oostkant een kanon gieterij gebouwd. Na 1715 begon de uitbreiding langs de Veenkade.

Tijdens die 18e eeuw kwamen er grote getale protestantse vluchtelingen uit Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden naar ons land. Onder hen architecten die zich in Den Haag vestigden, en meehielpen Den Haag nog statiger te maken.
Voorbeelden hiervan zijn onder andere de uitbreiding van het stadhuis aan de groenmarkt, het Huis Schuylenburgch aan de Lange Vijverberg en het latere paleis van de kroonprins aan de Kneuterdijk. Rond 1750 moet Den Haag op zijn mooist geweest zijn.

Zicht op de Hofvijver, schilderij van Gerrit Berckheyde, 1692

Aan het Plein verrezen indrukwekkende logementen waar de afgevaardigden van Rotterdam en Amsterdam konden verblijven als ze in de stad waren en langere tijd verbleven.
Den Haag kon zich nu meten aan practisch iedere andere Europese hoofdstad, en ondanks het feit dat de invloed op het wereld vlak afnam, was dat niet te zien in Die Haeghe.

Aan het Spui echter, nam de bevolking in zulke getale toe, dat het na 1705 niet verder uitbreidde. Deze waterweg was al aangelegd in de 14e eeuw, en was een belangrijke waterweg voor Den Haag.
De gracht liep van de Hofvijver naar de Vliet, en er kwamen verschillende grachten op uit. Door dit knooppunt van waterwegen werd hier veel handel gedreven. Echter door de bevolkings groei aldaar, werd het meer en meer een soort van drijvende vuilstort en in de zomermaanden werd de stank van het water verschrikkelijk.

In 1747 werd Willem IV uitgeroepen tot stadhouder en vestigde zich weer in Den Haag waardoor het weer een Oranje stad werd. Willem komt te overlijden 1751, dus ook hij droeg niet veel bij aan de verdere ontwikkeling van de stad.

Hij werd weer opgevolgd door zijn zoon Willem V, die in Den Haag een nieuw stadhouderlijk paleis liet bouwen aan de zuidkant van het Binnenhof.
In 1785 verlaat Willem V Die Haeghe echter en ging in Apeldoorn op Paleis het Loo wonen.

Verder naar de volgende eeuw