Emigratie en Brazilie

Anders dan de bekende grote groepen nederlanders die naar Amerika, Canada en Australie emigreerden was er ook een kleinere en minder bekende groep die naar Zuid Amerika trok.
Met name Brazilie, vanaf ongeveer 1860 had een aantrekkings kracht op Europeanen en daaronder vele Nederlanders.
De trek naar Brazilie was nooit zo groot als de andere bovengenoemde andere landen, en het is een stukje bijna vergeten geschiedenis.
Mijn belangstelling hiervoor werd gewekt toen ik inschrijvingen in het bevolkings register van Delft vond, aangaande families van Lier, die in 1916 terug keerden uit Minas Gerais.

Ik had nooit eerder gehoord van de naam, en leerde dat het Brazilie was. Wat moesten die mensen daar nu zoeken? Onderzoek en opzoekingen vond het volgende:

De enorme oppervlakte van Brazilie, nog goeddeels nooit ontgonnen bood mogelijkheden voor landbouw en plantages. Zelf had het land er niet genoeg arbeids kracht voor, en men maakte propaganda in Europa voor alle mogelijkheden.
Een contract beloofde eigen grond, een onderkomen, voldoende werk en toekomst mogelijkheden voor de kinderen. Vooral aan het einde van de 19e eeuw, en het begin van de 20e vond er een redelijk grote trek plaats. De condities in het contract gaven aan dat de overtocht betaald zou worden, bij aankomst zou men een redelijk groot stuk niet ontgonnen grond toegewezen krijgen met daarop een huis. Het werd allemaal zo mooi voor gespiegeld dat velen de verleiding niet konden weerstaan.

Hierboven een oude foto van landverhuizers wachtend op de kade voor inscheping.
Hieronder allereerst hieronder een tweetal algemene kranten artikelen aangaande de emigratie:

De Tijd uit 1897

EMIGRATIE NAAR BRAZILIË.

De jongste aflevering der „Consulaire Verslagen” is geheel gewijd aan bet jaarverslag over 1896 van den Nederlandschen consul-generaal te Rio de Janeiro,den heer F. Palm. 
Aan hetgeen daarin wordt gezegd omtrent de landverhuizing naar Brazilië ontleenen wij bet volgende:
Niet elke landverhuizersfamilie komt met een kapitaal in Brazilië aan en daarom is het den emigranten aan te raden zich eerst eenigen tijd, hetzij op plantages, hetzij bij reeds gevestigde kolonisten te verhuren.
Zoodoende hebben zij tijd en gelegenheid, om de onontbeerlijke kennis van land en gebruiken te verkrijgen, sich te orienteeren en dus meer oordeelkundig eene keuze voor vaste vestiging te kunnen doen, nadat zij een kapitaaltje opgespaard hebben.

Op de fazendas (plantages) toch, alwaar hem een woning en den noodigen bouwgrond, — gewoonlijk 2 a 3 hectaren — voor eigen onderhoud wordt ter beschikking gesteld, benevens vrije wedde voor een paard en twee koeien, verhuurt zich de kolonist, hetzij tegen een bepaalde vergoeding voor eene zekere maat of gewicht vruchten die hij aflevert en waarvan bebouwing en onderhoud over een aantal hectaren hem werden toevertrouwd: hetzij door voor halve rekening die bebouwing met den planter aan te gaan: elkeen ontvangt dan de helft der geoogste vruchten. 

Deze laatste overeenkomst schijnt de voorkeur te verdienen en een werkzaam kolonist, vooral wanneer hij voor een tof veldarbeid geschikt gezin is omringd heeft de zekerheid met het oog op de buitengewone vruchtbaarheid van den bodem, dat hij zelfs in ongunstige jaren, buiten kleeding en, goed onderhoud, een flink getal spaarpenngen ter zijde kan leggen. 
Volgens opgaven uit verschillende fazendas te Sao Paulo mag een flink kolonist, die zeer gemakkelijk b.v. 2000 koffieboomen kan onderhouden, op een zuivere winst rekenen van gemiddeld 600 francs per jaar.
Hoe talrijker dus zijn gezin is, hoe meer kans bij heeft, om eene aanzienlijke som te sparen.

Emigranten-families, die jaarlijks 3 a 4000 frs. ter zijde kunnen leggen, zijn geen zeldzaamheid.
Mochten Nederlandsche emigranten er aan denken zich in Brazilië te gaan vestigen, hetgeen hun zeker niet te ontraden is, dat ook zij den wenk opvolgen, om zich niet onmiddellijk voor eigen rekening te vestigen en verder om hunne nieuwe woonplaats ta gaan kiezen in de koloniën — of, beter uitgedrukt, landbouwdistricten — der zuidelijke Staten Parana, St. Catharina en Rio Grando, alwaar zij in betrekkelijken zin, stam- en taalverwanten (de Duitschers) kunnen ontmoeten. 
In eene omgeving toch van Portugeezen, Italianen of Spanjaarden zal de onontwikkelde Hollander, welke op geen groote taalvatbaarheid bogen kan, ja zelfs op dat punt ongelooflijk hardhoofdig is, zich nimmer tehuis gevoelen.

Al het voorgaande is natuurlijk geschreven met bet oog op emigranten-landbouwers.
Zij, die een ambacht goed verstaan, doen raadzaam zich in de steden of bevolkte centrums te gaan vestigen, alwaar zij steeds werk zullen vinden. 
Men zal opgemerkt hebben, dat in het verhandelde over de huidige emigratie nimmer gewezen wordt op de aanzienlijke noordelijke Staten Bahia, Maranhao, Para, Amazonas enz. die dan ook werkelijk tot heden op geen vermeldenswaardige wijze aan den invoer van vreemde arbeidskrachten deelgenomen hebben.
Ofschoon het hoog gelegen binnenland dier Staten een gezond klimaat en zeer vruchtbaren bodem aanbiedt, dragen zij toch al te zeer de kenmerken der tropische gewesten en kleven hun te veel de eigenaardige ongemakken — voor den Europeaan althans — dier streken aan om ooit bij voorkeur tot vestiging van emigranten te worden uitgekozen.

Minas-Gerais, Sao Paulo, de zuidelijke Staten, en later het verwonderlijk vruchtbare hoogland van Goyaz en Matto-Grosso, wier weelderige plateaux des Pyreneos, van Santa Martha; Estrondo en Maracaju reeds door Saint Hilaire en Taunay met geestdrift beschreven werden, zullen steeds de aangewezen weg blijven voor de vreemde landverhuizers en het moeten da Brazilianen zelven zijn, welke — willende genieten van de voordelen door de noordelijke Staten der emigratie aangeboden — zich uit Zuid-Brazilië daarheen gaan verplaatsen.

Wel lokt naar de Staten Amazonas en Para, de winstgevende caoutchou handel jaarlijks een groot getal vreemdelingen — halve avonturiers — die in de uitgestrekte wouden der Amazonevallei rondzwerven, om de Seringaes” (caoutchou-bosschen) te gaan opsporen, doch van vaste vestiging hunnerzijds is geen sprake.

De noordelijke Staten-regeeringen zijn trouwens zelven zoozeer overtuigd van het nuttelooze, om eene Europesche emigratie te beproeven, dat b.v. de regeering van Para reeds een contract sloot met de „Companhia Oriental de Immigracao” voor den invoer van 3000 Japaneezen.
Andere Staten overwogen zelfs het denkbeeld, om Chineesche koelies te doen emigreeren.
Het is echter zeer te betwijfelen, of het land zich met dergelijke landverhuizers zal mogen geluk wenschen.
Zooals de emigratie thans bevorderd en aangewakkerd wordt, zal men haar weldra jaarlijks 200,000 nieuwe burgers naar Brazilië zien voeren en wanneer men daarbij een zeer matigen bevolkingsaanwas van 2 pct. als basis neemt, mag het land dat thans ongeveer 16 millioen bewoners telt, na eene kwart eeuw op eene bevolking rekenen van 40 millioen zielen.

Het Algemeen Handelsblad uit 1908:

Landverhuizing naar Brazilië.

In het jongste nummer van “Handelsberichten” zijn eenige mededeelnigen opgenomen aangaande de emigratie naar Brazilië, ontleend aan een tweetal rapporten en verscheidene daaraan toegevoegde’ bijlagen, door Hr. Ms. gezant Advocaat te Rio de Janeiro ingezonden.
Ongetwijfeld zullen zij, die overwegen mochten, naar genoemd land te emigreeren, daarin verschillende  opmerkingen en wenken kunnen vinden, welke voor hen van belang geacht mogen worden en die er toe kunnen bijdragen, dat moeilijkheden worden voorkomen en dat verkeerde voorstellingen en verwachtingen, door hen gekoesterd ten opzichte van het Braziliaansch kolonisatie  gebied, worden weggenomen. 

Zooals bekend, werd door de Braziliaansche regeering eene propaganda-commiss’e voor de emigratie naar Brazilië ingesteld. Deze commissie zou in Europa trachten belangstelling te wekken voor verschillende Staten van genoemde republiek en de landverhuizing daarheen, voornamelijk van landbouwers met hunne gezinnen in de hand werken.

Eene branche van deze commissie werd te Antwerpen van waar uit ook in Nederland pr . voor een en ander werd gemaakt. Voor hen die, voornemens naar Brazilië te verhuizen, zich uit de brochures, verspreid door de propaganda-commissie een beeld van het land hebben gevormd, is het wellicht niet ondienstig de verschillende mededeelingen, in die brochures opgenomen, met eenige reserve te aanvaarden.

Dat een en ander daarin weleens te rooskleurig wordt voorgesteld, en dat er schaduwzijden te weinig zijn aangegeven, moge uit een enkel  voorbeeld blijken. Men spreekt in bedoelde geschriftjes wel herhaaldelijk van de groote vruchtbaarheid van den bodem, doch er wordt geen gewag van gemaakt, dat de toestand der wegen — of het gemis daarvan, — en verder de hooge loonen en de buitensporige transportkosten het geteelde product menigmaal onverkoopbaar maken. Het vervoer in het binnenland is vaak zóó bezwaarlijk, dat men te Rio de Janeiro voor de gebouwen der aldaar gehouden nationale tentoonstelling, zoomede voor den in aanbouw zijnden nieuwen stedelijken schouwburg, waaraan geene kosten worden gespaard en die dan ook reeds meer dan 7 millioen gulden heeftgekost,  tal van materialen, kostbare gesteenten en houtsoorten, welke in Brazilië zelf in onuitputtelijken voorraad worden aangetroffen, uit Europa heeft aangevoerd, eenvoudig uit hoofde van de  enorme transportkosten daar te lande. 

Uit den aard der zaak worden het meest voor kolonisatie gechikt geacht, landbouwers en veefokkers. Het aantal personen in beide takken van het bedrijf, die bereid gevonden worden zich in Brazilië te vestigen, is betrekkelijk gering. Wanneer men dan ook op deze elementen alleen gewacht had, zouden de bestaande koloniën nauwelijks bet derde  gedeelte hebben bereikt van haren tegen woordigen omvang. Uit den deels bloeienden, deels zeer bevredigenden toestand der koloniën mag de gevolgtrekking worden gemaakt, dat ook andere kolonisten dan juist landbouwers in dit land kunnen slagen, wanneer zij krachtig genoeg zijn voor lichaamsarbeid en daartoe ook den noodigen lust bezitten.

Heeft de immigrant vermogen en wenscht hij zich in de koloniën te vestigen en er grondbezit te verwerven, dan wordt hem dit gemakkelijk gemaakt, Intusschen dient men er rekening  mede te houden, dat ook in dit geval zonder zelf hard moeten te werken, bezwaarlijk op vooruitgang in dit land te rekenen valt. De eerste Nederlandsche emigranten, door tusschenkomst van de bedoelde branche der propaganda-commissie op kosten der Braziliaansche regeering  vervoerd, kwamen in de maand April  te Rio Janeiro aan. 

Van dit uit 134 personen (23 gezinnen) bestaande  Nederlandsche contingent ging het kleinste gedeelte naar  den Staat Minas Gerais, en begaf de meerderheid zich naar den Staat Rio Grande do Sul. Vermelding verdiend dat onder al deeze Nederlandsche emigranten zich niet éën landbouwer bevond.

Op eene desbetreffende vraag bleek, dat deze menschen, met medeweten van degenen die  hen als emigranten hadden aangenomen zich voor  landbouwer hadden doen doorgaan. 
Waar, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, men in  Brazilië voornamelijkde bevordering van den landbouw door de immigranten beoogd,is het  duidelijk, dat landverhuizers die de daartoe  vereischten kundigheden niel bezitten ,met groote moeilijkheden te kampen zulen heben.

Dat van de zijde van de bovengenoemde  landverhuizers  klachten zouden  komen, kon reeds a priori worden aangenomen,waar het bekend is hoe moeilijk Nederlanders als de hier bedoelden, zich in voor hen vreemde omstandigheden  kunnen schikken.

Klachten van verschillenden aard zijn dan ook niet uitgebleven. 
Naar aanleiding van eenige der klachten van de ziide van Nederlandsche landverhuizers,behoorende tot een later aangekomen transport betreffende eene minder goede behandeling bij aankomst te Rio de Janeiro,  — waar, zooals bekend is, de voor rekening van de Braziliaansche regeering uit Europa vervoerde immigranten tijdelijk op het eiland Isla des Flores worden gehuisvest van den dag hunner aankomst aldaar tot aan het tijdstip van vertrek naar de plaatsen van bestemming in het binnenland — werd door Hr. Ms. Gezant  Advocaat ter plaatse een  onderzoek ingesteld.

Het bezoek aan het eiland was niet aangekondigd, zoodat geoordeeld kon worden over de  staat van een en ander, zonder dat voorbereidende maatregelen waren genomen. De daarbij ontvangen indruk was  allergunstigst.
Hoewel  maatschappelijk het gehalte der Nederlandsche  kolonistenen dat van een deel der Duitsche stellig ver boven het gemiddelde staat, verzekeren de beambten der immigratie in Bazilië, dat er geen lastiger lieden komen dan de Hollanders Dit is eenigszins te verklaren, wanneer men er rekening mede houdt, dat zij veelal  in Nederland reeds in betere conditie  verkeerden dan hunne lotgenooten van andere hierna te noemen nationaliteit.
Daarbij word aan boord der booten van den Koninklijke Hollandschen Lloyd steeds uitstekende Hollandse  kost verstrekt, zoodat klachten over het hun vreemde inheemse eten in Brazilie verwacht kunnen worden.
Polen, Russen, Wa’achen en immigranten  van menige andere nationaliteit hebben veelal  in hun eigen land een zoo armzalig bestaan  geleid, dat het  leven aan boord en het verblijf  op het eiland hun een hemel op aarde toeschijnt.

Al in al zijn het aanbod en de kansen voor een beter bestaan middels de emigratie nog aanlokkelijk te noemen, maar de realiteit is anders. De grond die aangeboden wordt voor ontginning bestaat uit oerwoud, en moet dus ook eerst ontbost worden. Er is geen huis, maar een hut met palm bladeren als dak. Kortom er is heel weinig te zien van de mooie beloften die in de brochure werden gedaan.
Velen komen na een lange en vermoeiende reis aan op hun uiteindelijke bestemming, om er een schamel onderkomen met weinig belovend vooruitzicht te vinden.

Daarna begonnen ziektes ook nog eens hun tol te eisen, en stierven er velen aan cholera en typhus epidimieen die er met enige regelmaat uitbraken. Al in al bleken de dromen die de emigranten hadden, veelal niet uit te komen.
Diegenen die dusdanig in de problemen kwamen dat terug keer naar het eigen land een laatste redmiddel was, werden in het begin vaak nog geholpen door tussenkomst van het consulaat, en werden op rijks kosten terug vervoerd. Maar dat ging uiteindelijk ook te ver, en werd teveel.
Verschillende landen begonnen een stop in te voeren op de emigratie naar Brazilie, teneinde alle problemen tegen te kunnen gaan.

In 1909 staat er een bericht in De Tijd, dat in Amsterdam 177 landverhuizers naar Brazilie zijn ingescheept. Het bericht volgt met de melding dat dit voorlopig de laatste groep zal zijn die voor rekening van de Braziliaanse staat de overtocht gratis mag en kan maken.
Er wordt wel melding gemaakt dat de bekende voordelen zullen blijven bestaan, waarop aanspraak gemaakt kan worden. Met andere woorden, onderkomen, land om te bebouwen alsmede een beter bestaan zijn nog steeds mogelijk.

Ondanks dat de berichten aangaande emigratie naar Brazilie een steeds meer negatieve klank krijgen, blijven er mensen heen trekken.
Over het jaar 1909 kwamen in totaal 85.410 mensen in Brazilie aan, vervoerd door onder andere 8265 Nederlandse stoomschepen. Van dit totaal waren er 42.679 personen die huisgezinnen vormden.
Van het totaal waren er slechts 45.578 die landbouwers waren, juist dat beroep waar Brazilie zo nadrukkelijk om had gevraagd.
Het kon dan ook niet uitblijven, of de emigratie naar Brazilie, ondanks de beloften en een gratis overtocht was lang niet zo veel belovend als eerst werd gedacht.

Het nieuws van de dag, 1914

Waarschuwingen tegen Emigratie.

Waar niettegenstaande herhaalde waarschuwingen wederom gezinnen naar Brazilië geëmigreerd zijn, die aldaar in kommervollen toestand geraakten, wordt de aandacht van belanghebbenden er dringend op gevestigd dat personen, die naar Brazilië emigreeren en niet slagen, in geen geval meer kunnen rekenen op geldelijken bijstand tot  terugzending naar Nederland voor rekening van het Bijk

Deze berichten worden onder andere gevolgd door:

Een ieder die niet daadwerkelijk landbouwer is en niet over eenige middelen beschikt, moet ten sterkste worden ontraden naar Brazilie te emigreeren. 
Landbouwers die naar Brazilie emigreeren, moeten in geen geval hun vrouw en kinderen medenemen, en zich vooraf goed op de hoogte stellen van de streek waarheen zij zich willen begeven, aangezien in sommige gedeelten van Brazilie het klimaat moordend is. 
Met het oog op het klimaat wordt beslist afgeraden dat men zich late aanwerven als arbeider bij den bouw der spoorlijn Madeira – Mamore.


Wanneer de bovengenoemde families van Lier zijn vertroken is nog niet achterhaald. Diegenen die daadwerkelijk in Brazilie waren en in 1916 terugkeerden in Delft waren in ieder geval de gezinnen van Wilhelmus Hendrikus Philippus van Lier gehuwd met Josepha Maria van Blerck, Anthonius Andreas van Lier gehuwd met Cornelia Haring en Franciscus Adrianus van Rooijen gehuwd met Anna Maria Elisabeth van Lier.

De achtergrond informatie, en daarmee de vermoedelijke verklaring  voor wat betreft emigratie naar Brazilie wordt  in ieder geval meer duidelijk.
Het is een stukje vergeten geschiedenis wat daarmee ook op deze pagina’s hoort.


3 thoughts on “Emigratie en Brazilie

  1. Waar kan ik lijsten vinden van personen die geëmigreerd zijn. De broer van mijn overgrootvader Johannes Jan Veenema en zijn vrouw Renske Wijkstra met hun 2 zonen Pieter en Willem vertrokken naar Brazilië. Ik kan nergens vinden wanneer, maar in 1908 waren zij daar reeds want ze kome dan voor in de overlijdensadv. van moeder Veenema met woonplaats Brazilië. In 1924 leefden ze nog want dan komen ze weer in een adv. van familie voor. Verder ontbreekt alle info.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *