Het Lint kasteel

Het land van Grimbergen  was ooit een prinsdom gelegen in de driehoek Antwerpen, Brussel en Mechelen. Het was een gebied rijk aan kastelen, en het Lint kasteel was er een van. Het Lintkasteel was een complexe waterburcht, en de oudste afbeeldingen dateren uit 1634.

Het is niet te verwonderen dat onder de eigenaars en leenheren van het Lintkasteel belangrijke staatslieden worden aangetroffen. Het is immers gelegen in een mooie landelijke omgeving halverwege Brussel en Antwerpen en in de buurt van Mechelen, dus dichtbij drie steden die op een bepaald ogenblik in ons verleden een zeer belangrijke politieke, economische en culturele rol gespeeld hebben.
De huidige gemeente Lint is, met haar 557 hectaren, de kleinste gemeente in de provincie Antwerpen.

Lint moet de bakermat geweest zijn van een adellijke familie met dezelfde naam. Hoewel er in en rond Grimbergen diverse plaatsnamen worden aangetroffen samengesteld met “Lint”, kan historisch de naam alleen toegekend worden aan de plaats waar eens de burcht stond.

De aangrenzende vallei van Gillebeek was gunstig voor de groei van bomen, en er ontstond een “Lin(d)t of “Lent”. Dit staat voor linde, en het het bijvoegsel “t” betekend een plaats waar linden groeien.

De eerste geschreven en bekende vermelding van de heren van Lint gaat terug tot in 1181. Zij waren ridders en leenmannen van de Berthouts, de heren van Grimbergen. In de 11e eeuw was het huis van Berthout machtiger dan dat van de hertogen van Brabant.
Hun domein, het Land van Grimbergen strekte zich wijd uit tot de Schelde en de Dender. Hun invloed reikte tot in Ninove en Mechelen.
Van Wouter Berthout, de eerste Berthout waarover geschreven documenten bewaard zijn is bekend dat hij deelnam aan de eerste kruistocht, en dus Godfried van Bouilon volgde naar het Heilig Land. Het waren ook de Berthouts die in 1128 een abdij lieten stichten in de kerk die zich op hun erfgoed bevond, en waar hun voorvaders begraven lagen.

Maar de Brabantse hertogen duldden al die machtsuitbreiding niet, wat de aanleiding was voor de Grimbergse oorlog die ongeveer 20 jaar duurde van 1139 tot 1159.
De Berthouts delfden hierbij het onderspit, en verloren een groot deel van hun macht toen in 1159 hertog Godfried II hun burcht veroverde en alles met de grond gelijk maakte.

Na de ten ondergang van de Berthouts werd de heerschappij over Grimbergen verdeeld, en vanaf 1197 waren er 2 families die de macht hadden. Dat bleef zo tot 1757.
Het is in 1267 als ridder Jan van Lint wordt vermeld, als vazal van de graaf van Vianden. In 1284 is er een vermelding over ridder Willem van Lint welke toestemming krijgt om een leengoed te kopen dat in Grimbergen gelegen was. In diverse stukken bewaard gebleven in de abdij van Grimbergen daterend van 1211 tot 1290 treden bij het opmaken van belangrijke aktes als getuige op; de ridders Michiel van Lent, Willem van Lent, zijn zoon Boudewijn van Lent en diens zoon Willem II van Lent, evenals Adam van Lint en Radulf van Lint, deze laatste waarschijnlijk een zoon van Willem II.

Uit het cijnsboek (een soort belasting) van het abdij archief uit 1307 kan bovendien opgemaakt worden gezien het aantal cijnzen dat de abdij toen aan Willem II van Lint verschuldigt was, deze heren van Lint wel een aanzienlijk aantal gronden in hun bezit hadden.
Vanaf de 14e eeuw echter wordt het een stuk moeilijker om nog afstammelingen te vinden van deze familie omdat dan de schepenen van de dorpen de akten meestal zelf opmaakten en er minder getuigen optraden, zodat het moeilijk is de stamboom van deze familie te vervolledigen.

De eigenlijke adellijke stam van deze familie schijnt trouwens geheel verdwenen te zijn in de 14e eeuw, maar er waren wel nog verdere bloedverwanten die de familienaam van Lint hebben gedragen en het nageslacht hebben voortgezet.

Er bestaat geen enkel bewijs dat de gerelateerde van Linten in de stamboom database hiervan af stammen. Maar ook dit is een stukje geschiedenis, de moeite van het plaatsen waard.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *