Huis Overcingel, Assen

Een stukje geschiedenis rondom een van oorsprong Rotterdamse familie van Lier

Zoekende waar al die van Lieren vandaag de dag in Nederland vandaan kwamen, vond ik weer een stukje geschiedenis wat de moeite van het plaatsen hier waard is.

Deze familie van Lier zoals hieronder verder beschreven, heeft geen relatie met onze famile.

Johannes van Lier, ontvanger-generaal van Drenthe, bewoonde met zijn gezin het Ontvangershuis in het centrum van Assen. In 1777 liet hij door architect Abraham Martinus Sorg een nieuw herenhuis bouwen buiten het stadscentrum, aan de andere kant van de Oostersingel. Aan deze ligging dankt het landgoed haar naam Overcingel.

Volgens Wikipedia begint de geschiedenis van het landgoed hier, maar ik wilde weten waar genoemde Johannes vandaan kwam, en vond nog veel meer.

Het verhaal begint in Rotterdam rond 1600, met een een notarieele akte waarin Willem Jansz van Lier, metselaar, bekent 200 caroli gulden schuldig te zijn aan Abraham Willemsz van Lier, metselaar, zijn zoon.

Een zoektocht door de notarieel akten voorzover beschikbaar en bewaard gebleven in het archief van Rotterdam leverde een aardig complete gezins samenstelling op, hoewel eigenlijke doop trouw en begraaf inschrijvingen en data niet zoveel te vinden zijn.

Generatie 1 Willem van Lier

Willem Jansz van Lier was meester metselaar. Op 26 mei 1660 laten hij en zijn echtgenote bij de notaris Bartholomeus Roose in Rotterdam een testament opmaken, waarin zij elkaar tot erfgenaam benoemen:

Willem van Lier, meestermetselaar en zijn vrouw Urseltgen Hermansdr die ziek ligt, benoemen elkaar tot erfgenaam. Omdat hun oudste zonen Abraham en Dirck Willemsz een uitzet hebben gehad, willen zij dat hun andere kinderen dit ook krijgen als zij trouwen, en dit in plaats van de legitieme portie.

Bij hertrouwen van de langstlevende is de helft van de boedel voor de kinderen. Als Urseltgen eerst overlijdt, dan prelegateert ze aan haar enige dochter, Sophia Willemsdr, haar kleding, zilver en juwelen, mits ze aan haar broer Jacob Willemsz, als hij uit Oost Indie terug komt, 50 gulden zal uitkeren, en aan haar vader de gouden clauring. Verder aan Elijsabeth Fabritius de dubbele gouden hoep.
Ook moet haar man haar zoon Isaack Willemsz, los van zijn uitzet bij zijn thuiskomst in de kleren steken.

Met dit kleine stukje testament, wordt de familie samenstelling al duidelijk. Willem was gehuwd met een Ursultgen Hermansdr, en zij hadden vier zoons en een dochter waarvan alle namen bekend zijn. Verder kan worden vastgesteld dat de vader van Willem ene Jan was, moedersnaam onbekend.

Urseltgen hersteld van haar ziekbed, en een jaar later is er een tweede stukje testament met nieuwe gegevens, wederom opgesteld door de notaris Roose met als datum 23 november 1661:

Ursultgen Hermansdr, weduwe en boedelhoudster van Willem van Lier die meester metselaar was, prelegateert aan haar enige dochter Sophia Willems van Lier, al haar kleding, en dit boven de uitzet die haar vier zoons gehad hebben. In al haar verdere goederen benoemt ze haar vijf kinderen tot erfgenamen, in gelijke delen. Als voogden over de minderjarige erfgenamen en hun goederen benoemt ze haar twee zoons Abraham en Dirck Willemsz van Lier.

Willem Jansz is dus eerder in 1661 overleden, en zijn gevonden begraafinschrijving is gedateerd 16 Oktober 1661.

Generatie 2 Abraham Willemse van Lier

Abraham, de oudste zoon, huwde op 21 september 1653 gereformeerd met Maria Craey. Hij is dan ongeveer 22 jaar oud, en zal dus geboren zijn rond 1630. Mogelijk was zijn vader, Willem Jansz van Lier afkomstig uit de buurt van Antwerpen, een feit dat ook genoemd wordt in een artikel in Gens Nostra uit 1961.

Maria wordt ook vermeld als Maritje en Maritge, zij was de dochter van ene Frans Jacobsz Craey. Frans Jacobsz wordt in diverse aktes vermeld als warmoesier (tuinder) en zal  wat grond in eigen bezit gehad hebben.

Abraham wordt in latere diverse akten vermeld als president schepen, meester metselaar en wijnkoper. Voor die tijd moet hij dus een persoon van aanzien zijn geweest. Hij woonde aan of in ieder geval in de buurt van de Schiedamsedijk, in de toenmalige Heerlijkheid Kool. Ook een later opgemaakt testament waarin Abraham van Lier en zijn echtgenote Maria Craey elkander tot wederzijds erfgenaam benoemen, geeft als adres; wonend op de Nieuwe Haven.

Een notarieele transport akte uit 1681 opgemaakt door de notaris Jan van der Hoeven vermeld het volgende:

Abraham van Lier, president-schepen van de Heerlijkheid van Kool, Johan Suijs, raad en vroedschap van Gouda, verklaren dat Abraham 9000 gulden heeft getransporteert naar Johan, en 6000 gulden restbedrag naar Nicolaes Majoor, Paulus van Bellinkenhoven, Leonard Romijn, op 20 jan 1671, dit is afgehandeld bij de hoge rade in Holland op 30 april 1680.

Uit Wikipedia:

Cool is een wijk in het huidige centrum van Rotterdam. De wijk wordt begrensd door het Weena in het noorden, de Coolsingel en de Schiedamsedijk in het oosten, het Vasteland in het zuiden en de Eendrachtsweg en de Mauritsweg in het westen.

De naam Cool komt al voor op een oorkonde uit 1280. Cool was toen een ambachtsheerlijkheid ten westen van het huidige Rotterdam. Van 1809 tot 1816 was Cool een zelfstandige gemeente. In 1816 werd Cool door Rotterdam geannexeerd. De wijk Cool was een wijk met veel armoede. Sinds 1681 was het Stadsarmenhuis aan de Schiedamsedijk gevestigd. De huizen rond de Zwarte Paardenstraat waren notoir slecht en bij de Schiedamsedijk was de Rotterdamse prostitutie geconcentreerd. 
De  schepenbank was tijdens de middeleeuwen de voorloper van het huidige college van burgemeester en wethouders.De taken van de schepenbank gingen echter verder dan de huidige taken van burgemeester en wethouders of schepenen.

Op de eerste plaats hadden zij een rechterlijke taak wat personen en goederen aanging die binnen hun rechtsgebied, de stad of de heerlijkheid, vielen. Naargelang de graad van de jurisdictie (hogere, middele of lagere jurisdictie) was de schepenbank bevoegd om bepaalde misdrijven tot een zekere kapitaalwaarde te berechten en uitspraak te doen in burgerlijke geschillen. Ook criminele zaken (hogere jurisdictie) konden tot haar bevoegdheid behoren, veelal met uitzondering van deze waarvoor lijfstraffen golden (deze rechtspraak werd waargenomen door landsheerlijke ambtenaren, zoals grootbaljuws, hoofdschouten, drossaards, amman …)
De vrijwillige rechtspraak, waartoe overdracht van onroerend goed (goedenissen) en erfverdelingen (lotingen) behoorden, vond eveneens plaats voor de schepenbank, die hierop een registratierecht (pontpenning) mocht heffen.
De bestuurlijke taken omvatten onder andere de organisatie van de inning van zekere belastingen die verschuldigd waren aan de dorpsheer, de aanstelling van onderwijzers en vroedvrouwen, het zorg dragen voor de begaanbaarheid van wegen en waterlopen (belijden genoemd), beheren van gemeentegronden en het verzekeren van de veiligheid van het dorp.

Zo is er bijvoorbeeld ook een notarieele akte gevonden, opgemaakt door de notaris Vos van Weel te Rotterdam in 1699 die luidt als volgt:

Abraham van Lier, oud commisaris ter decie van kleijne saken, verhuider (verhuurder) ter ene en John Firth en William Spencer, coopluijden, huijders (huurders) ter andere zijde.
Eerstgenoemde heeft aan beide kooplieden zijn benedenhuis, pakhuis en erf, kamer en zoldertje aan de noordzijde van de Nieuwehaven verhuurd voor in totaal 4 jaren ad. 2800 gulden.

Ondanks de opgemaakte akte en overeenkomst gaat dit niet helemaal zonder problemen, en een paar maanden later wordt door dezelfde notaris de volgende akte opgemaakt:

William Spencer en John Firth, cooplieden, hebben een pakhuis aan de oostzijde van de Nieuwe Haven in gebruik van Abraham van Lier. Deze laat in dit pakhuis werkzaamheden uitvoeren, waardoor het onmogelijk is een gedeelte hiervan te gebruiken. Eerstgenoemden stellen de Heer van Lier aansprakelijk voor de ontstane schade. In verband hiermede brengt de notaris een bezoek aan het huis van laatstgenoemde en leest de acte van insinuatie voor aan zijn vrouw.

Uiteindelijk zal alles goedgekomen zijn, maar het is hiermee duidelijk geworden dat Abraham van Lier niet onvermogend was, en een persoon van invloed moet zijn geweest.
Uit zijn huwelijk met Maria komen 10 kinderen voort, allen geboren tussen 1657 en 1688. Een aantal van deze kinderen komt jong te overlijden.

Generatie 3 Francois van Lier

Francois van Lier, is een van de 10 genoemde kinderen uit het huwelijk van Abraham Willemse van Lier en Maria Craey. Hij werd gedoopt 13 juli 1659 in Rotterdam.

Huwelijks inschrijving Francois van Lier en Adriana van Heijlburgh

In 1682 huwt Francois van Lier met Adriana van Heijlburgh. De ondertrouw heeft plaats op 11 oktober 1682, dan het kerkelijk gereformeerde huwelijk op 26 oktober, en als laatste wordt het huwelijk in de stadstrouwboeken ingeschreven op 28 oktober. Beiden worden vermeld als jongman en jongedochter, dus waren niet eerder getrouwd. Beiden werden ook vermeld als komende van Rotterdam.

Over Francois is niet heel veel bekend, maar hij is in 1690 overleden in Rotterdam, en laat bij zijn overlijden minderjarige kinderen na. Als voogd over deze kinderen werd zijn vader Abraham aangesteld, blijkens onderstaand fragment uit een notarieele  akte opgemaakt in april 1700 door de notaris Vos van Weel:

“Abraham van Lier, oud-commissaris ter dicisie van kleijne saken, als voogd over de kinderen van zijn overleden zonen Willem van Lier en Francois van Lier”

Adriana van Heijlburgh werd gedoopt op 6 februari 1660 in Rotterdam, en kwam te overlijden in oktober 1715. Na het overlijden van Francois hertrouwde zij met ene Pieter Bilderbeek.
Vast staat dat Francois op latere leeftijd tegelbakker was en zijn eigen bedrijf had. Deze tegelbakkerij aan de Schiedamse dijk werd in 1675 opgericht.

Vast staat ook dat de familie een eigen grafkelder had in de Prinsenkerk, waar een aantal familieleden ten ruste werden gelegd.

In 1608 werd de kapel van het voormalige St. Agnietenklooster aan de Botersloot ingericht voor den eeredienst der Hervormden. Naar het Prinsenhof, waarvan zij deel uitmaakte, werd zij toen Prinsenkerk genoemd. 

Uit het huwelijk tussen Francois en Adriana zijn weer drie kinderen bekend:

Hendrik, Maria en Abraham

Maria, de enige dochter komt jong te overlijden. Bij het overlijden van Francois wordt vermeld dat hij twee minderjarige kinderen nalaat. Dit komt overeen met het latere overlijden van zoon Abraham van Lier die begraven wordt op 18 november 1717 in Rotterdam:

Princekerk eijge kelder, 3 1/2 uur beluijt; overledene was een bejaarde jongeman; Wijnhave, b.d. Besemackersteeg.

Dat laat Hendrik van Lier over, die daarmee als enige de naam van Lier voortzet.

Verder lezen? Klik hier of kies Huis Overcingel deel 2 via het menu boven