Huis Overcingel, deel 2


Generatie 4 Hendrik van Lier

Hieronder, een sierlijke inschrijving, uit het gereformeerd doopboek Rotterdam periode 1671 – 1686.

Doopinschrijving Heijndrijkus van Lier

Gedoopt op 12 september 1684, Heijndrijkus, zoon van Francoijs van Lier en Adrianie Hijlburgh met als getuigen de grootouders, Abraham van Lier en Marija Kraeij.

Hendrik werd gedoopt  is dus 29 jaar oud als hij huwt op 22 april 1714 met Hester Catharina Remees.
Hester werd vermeld als geboortig van Leiden, terwijl Hendrik ingeschreven wordt als woonachtig aan de Wijnhaven, en als beroep werd vermeld wijnhandelaar.

Uit dit huwelijk werd een zoon geboren, Francois, vernoemd naar zijn grootvader.

Francois leefde van 9 februari 1716 tot 29 oktober 1777 en werd vermeld als commies der tesaurie. Dit was een soort secretaris / penningmeester, waarschijnlijk in het bedrijf van zijn vader. Hij stierf ongehuwd.

Op jonge leeftijd verliest hij zijn moeder Hester, die kwam te overlijden op 27 februari 1721. Ook zij werd bijgezet in het familiegraf in de Prinsenkerk.

Vader Hendrik blijft niet lang alleen, op 18 oktober 1723 huwt hij een tweede maal:

De huwelijks inschrijving van Hendrikus van Lier en Barbara Meesters in 1723

Hendrik van Lier, weduwnaar wonend op de Wijnhaven, met Barbara Meesters j.d. wonend op de Botersloot, beiden van Rotterdam. Links op de akte de eigenlijke trouwdatum 18 oktober, bovenaan de ondertrouw inschrijving op 3 oktober 1723.

Uit dit tweede huwelijk zullen ook nog drie kinderen geboren worden.

Hendrik zal komen te overlijden in Juni 1747 en wordt op 1 Juli bijgezet in het familiegraf in de Prinsenkerk. De akte vermeld verder dat hij vanuit Leiden werd overgebracht, waar hij gestorven was.

Zijn tweede echtgenote Barbara Meesters overleeft hem nog een aantal jaren, en komt te overlijden in september 1789 in Rotterdam.
Van de drie genoemde kinderen uit dit tweede huwelijk tussen Hendrik en Barbara is het volgende bekend:

  1. Abraham van Lier, gedoopt 26 oktober 1734 Rotterdam, begraven 24 november 1770 Rotterdam.Hij huwt Clasina Magdalena de Beij, op 4 maart 1759 in Rotterdam. Uit dit huwelijk wordt op 30 september 1760 een tweeling ten doop gehouden, Sara en Barbara waarvan er een jong komt te overlijden.
  2. Margaretha Cornelia van Lier, gedoopt 21 november 1728 Rotterdam, overleden 18 oktober 1745 Rotterdam, ongehuwd.
  3. Johannes van Lier, gedoopt 10 december 1726 Rotterdam, overleden in Kleef.

Generatie 5 Johannes van Lier 1726 – 1799

Johannes studeerde van 1743 tot 1748 rechten aan de universiteit van Leiden en keerde in eerste instantie na zijn studie terug naar Rotterdam.

In Rotterdam ontmoette hij Roelina Johanna Hofstede, de dochter van de Groningse predikant Johannes Hofstede.




Roelina werd gedoopt op 10 December 1730 in de Groningse Martini kerk. In 1750 verhuist Johannes samen met Roelina naar het Drentse Zuidlaren, waar hij als particulier secretaris voor de Drost van Drenthe (Alexander Carel van Heiden) een dienstbetrekking had aangeboden gekregen. Het volgende jaar, op 4 April 1751 trouwt Johannes in Zuidlaren gereformeerd met Roelina.

Huwelijks inschrijving 1751 van Lier Hofstede

Met de steun van genoemde drost maakte Johannes snel carriere. Hij werd lid van de Gedeputeerde Staten (1753 – 1758) waarna hij in 1758 werd benoemd tot ontvanger-generaal (belasting ontvanger) van Drenthe. Na deze benoeming verhuisde het echtpaar van Annen naar het ontvangershuis in Assen.

Waren er in Annen al 9 kinderen geboren, in Assen breidde het gezin uit tot maar liefst 15 kinderen. Het ontvangershuis werd hiermede veel te klein voor al die bewoners.

Het echtpaar besloot een nieuw huis te laten bouwen, en Johannes kocht enige percelen grond aan de singelgracht die vroeger het oude centrum van Assen samen met het aanwezige klooster omsloot. Vanwege de ligging aan de andere zijde van de gracht kreeg het huis de naam Overcingel.

Het ontwerp, en het bouwen werd uitgevoerd door Abraham Martinus Smorg, die op dat moment ook bezig was met het Drostenhuis in Assen, en die ook de koepelkerk in Smilde had gebouwd.

In Maart 1778 was het huis klaar en trok het grote gezin in het nieuwe onderkomen. Johannes kocht er nog een groot stuk grond achter het huis bij, dit “tot bevordering … van de aldaar an te leggent hof”.

Hieronder eerst een overzicht van alle kinderen:

  1. Barbara Maria 1751 – 1778 huwde Jan Haak Oosting
  2. Francina 1753 – ??
  3. Alexander Carel 1754 – voor 1774
  4. Catharina Alegonda 1755 – voor 1768
  5. Petrus 1756 – ??
  6. Johannes Henricus 1757 – 1758
  7. Johannes Henricus Petrus 1759 – 1823 huwde Anna Sara Clara Gokinga
  8. Francois Abraham 1760 -1786
  9. Drenthinius 1761 -??
  10. Clasina Magdalena 1762 – ?? overleden in Kaapstad, huwde David George Anosi
  11. Helperus Ritsema 1764 – 1793
  12. Anna Geertruida 1766 – 1808 overleden in Kleef, huwde Peter Haesbaert
  13. Catherina Aldegonda 1768 – 1801 overleden in Kaapstad
  14. Margrieta Cornelia 1769 – ??
  15. Alexander Carel 1774 – 1774

Naast zijn gewone werkzaamheden was Johannes ook aktief in een aantal andere zaken. In 1764 werd b.v. de Annerveensche Heerencompanie opgericht, waarbij Johannes een van de zes oprichters was. Deze organisatie werd opgericht ten behoeve van de ontginning van ongeveer 500 hectare veen gebied, de zogenaamde Anner- en Eexter venen.
Voor de ontsluiting van dit gebied werd een kanaal op Drents grondgebied gegraven. Het kanaal werd bekostigd en beheerd door Groningen, en het werd de compagnie toegestaan om Drentse turf via dit nieuwe kanaal af te voeren. De Heerencompagnie werd in 1810 ontbonden en opgeheven.

Daarnaast schreef Johannes een groot aantal publicaties over o.a. geschiedenis, archeologie, biologie en natuurwetenschappen.

In 1772 werd hij benoemd tot lid van de Maatschappij van Wetenschappen, en in zijn huis Overcingel had hij een aanzienlijke verzameling stenen en mineralen.

Alles leek voorspoedig te gaan, tot het jaar 1785. In feite was de organisatie van de financieen en daarmee de staatskas slecht en op een ouderwetse en slordige manier georganiseerd. Buiten de schuld van Johannes (?) werd er een tekort van F 400.000 geconstateerd, wat later echter werd terug gebracht naar F 140.000.

Johannes vertrok (vluchtte) in 1785 naar Kleef vanwege de beschuldigingen, later gevolgd door zijn echtgenote Roelina met drie van hun dochters. In Kleef komt Johannes in 1799 te overlijden, Roelina was al eerder in 1796 in Kleef overleden.

In feite was de familie bij aankomst in Kleef failiet. Roelina had alleen nog haar kleding in bezit, en de sieraden waarvan zij onomstotelijk kon aantonen dat zij die zelf had verkregen. Alle bezittingen werden geveild en per opbod bij openbare verkopingen verkocht.

Alleen het landgoed en huis Overcingel werden door tussenkomst van zoon Johannes Henricus Petrus behouden. Hij kocht het van de curator zodat het tot in de 20e eeuw in de familie bleef. Later zou kleinzoon Herman Hubert het park in landschapstijl (laten) aanleggen.

Verder lezen? Klik hier of kies Huis Overcingel deel 3 in het menu hierboven.