Het Land van Bergh

Het land van Bergh en de Liemers
De oorsprong van de familie van Lier

Zoals achterhaald, kwamen de oudst bekende voorouders rond 1650 uit de buurt van ‘s- Heerenberg.
De kaart hieronder geeft een aantal van de plaatsen aan waar gebeurtenissen als dopen, trouwen en overlijden plaats vonden. Direct grenzend aan de huidige gemeente ’s-Heerenberg ligt het heuvelachtige bos gebied Montferland, ook wel Bergherbos genoemd. De gemeenten Duiven, Wehl en Zevenaar alsmede het dorp Lobith, vallen in de Liemers.
De Liemers is de streek die wordt begrenst door de Duitse grens, de Rijn, de Nederrijn, de Ijssel en de Oude Ijssel alsmede de verkeersweg N815 die loopt van Keppel – Wehl – Zeddam – ’s-Heerenberg.

Gemakshalve wordt de Liemers tot de Achterhoek gerekend, hoewel de autochtone inwoners van de Liemers dit zullen betwisten.
Een groot deel van de Liemers, zoals de gemeenten Duiven, Wehl en Zevenaar alsmede het dorp Lobith en omgeving, behoorde van oudsher tot het Hertogdom Kleef, dat deel uitmaakte van Pruissen.
De heren van Kleef hadden in dit gebied bijzonder veel invloed. Onder Duits bestuur genoot de Liemers, in tegenstelling tot de Gelderse Achterhoek waarmee de Liemers vaak verward wordt, godsdienstvrijheid waardoor het grootste deel van de bevolking Rooms-Katholiek bleef.

In 1808 werden Zevenaar en Duiven bij het Koninkrijk Holland gevoegd en op 1 Januari 1811 kwamen ook Wehl en Lobith bij Nederland, dat op dat moment onderdeel was van het Franse Keizerrijk.
Na de val van Napoleon kwamen de voormalige Kleefse enclaves in de Liemers opnieuw onder Pruisische heerschappij, totdat ze op 1 juni 1816 (Lobith op 1 Maart 1817) definitief bij Nederland kwamen.
Andere delen van de Liemers, zoals Angerlo en Westervoort, maakten tot in de Franse tijd deel uit van het Kwartier van Zutphen, terwijl Pannerden en Herwen en Aerdt behoorden tot het Kwartier van Nijmegen.
Het onderscheid in de drie genoemde territoria, Kleefs, Zutphens en Nijmeegs, is belangrijk omdat in die gebieden totaal verschillende wetten en voorschriften golden.

De staatkundige indeling van het gebied in de 16e eeuw.

Staatkundige indeling

·  Geel – Kleefs gebied
·  Groen – Gelders gebied
·  Licht groen – Bergs gebied
·  Wit – zelfstandig gebied

De oudste gegevens tot dusverre gevonden aangaande de familie van Lier, dateren van ongeveer 1650. Deze gegevens zijn gebaseerd op gevonden doop aktes van de kinderen van Nicolaus van Lier en  Mechteld Nijenhuis. Het is nog niet bekend waar of wanneer dit echtpaar in het huwelijk is getreden, alleen de doopinschrijvingen van de kinderen zijn bekend, en zij werden allen in ’s Heerenberg nederduits-gereformeerd gedoopt.

Nicolaas komt uit het oude grieks. Nikè ‘betekend zoveel als overwinning’ en laos ‘volk’, de naam betekent dus: ‘overwinnaar met (of van) het volk’. De Latijnse vorm is Nicolaus.
In de Bijbel, in Handelingen 6, 5, komt de naam Nicolaus al voor als die van een van de zeven armenverzorgers. Zijn grote populariteit kreeg de naam in het Oosten en het Westen door St.-Nicolaas, bisschop van Myra in het zuidwesten van Klein-Azië; gestorven omstreeks 350. Het meeste wat omtrent hem verteld wordt, is legendarisch. De figuur die in de legenden naar voren treedt, is eigenlijk een combinatie van de historische bisschop Nicolaas van Myra (uit de 4e eeuw) en de historische bisschop Nicolaas van Pinara in Lycië (gestorven 564).
De verering komt in de 6e eeuw in het Oosten op. In de 9e eeuw is St.-Nicolaas een van de belangrijkste heiligen, met Myra en vooral Constantinopel als centra van verering. Via Zuid-Italië (toen nog Griekenland) verbreidde de verering zich ook naar Rome en vandaaruit verder over West-Europa.
Daar werd deze heilige al spoedig populair. Vooral in de 10e en 11e eeuw werd hij beschermheilige van kerken. In het bisdom Utrecht vooral sinds de 12e eeuw, in Holland ook sinds die tijd.
De naam Nicolaas werd (in verschillende vormen) tegen het eind van de Middeleeuwen een van de meest voorkomende namen. Doordat St.-Nicolaas onder meer patroon was van de schoolkinderen, werd hij de grote kindervriend.
 
Verschillende gebruiken in verband met zijn feestdag op 6 december gaan terug op heidense gebruiken.
De schimmel vinden we bijvoorbeeld al bij Wodan, onder de naam Sleipnir; het was een teken van hoge rang.
De schoorsteen is de verbindingsweg van de gewone stervelingen, in het middelpunt van hun huiselijk leven, met de hogere wezens.
Zwarte Piet is een schrikaanjagende geest of duivel, die echter steeds door St.-Nicolaas in bedwang wordt gehouden.
Altijd komt de ‘goede heilige’ van ver, in ons gebied uit Spanje. Niet alleen van de kinderen, maar ook van de zeelieden en de vissers is St.-Nicolaas patroon.
Andere heiligen van deze naam zijn: paus Nicolaas I, 858-867; Nicolaas van Tolentijn (Tolentino), gestorven 1305; kerkelijke feestdag: 10 september.

In de oude tijnsboeken van ’s-Heerenberg (tijns was een soort belasting) vinden we een Nicolaus van Lier en Alard Alartse als inwoners aan de Molenpoort. Het was een Wilhelmina (Jenneken) van Lier die in 1710 in ’s-Heerenberg huwde met Aeldert Aelbers, en het ziet er naar uit dat vader Nicolaus bij hen introk.

Het oorspronkelijke gebied van de Heren van Bergh had enigszins anders liggende grenzen dan de latere gemeente Bergh. De kern van de oorspronkelijke grenzen was het huis Bergh waar de Heren van Bergh zetelden. Rondom de muren van dit huis ontwikkelde zich het stadje ’s-Heerenberg zich.

In september 1379 werd door de toenmalige Heer van Bergh, Willem, stadsrecht verleend, waardoor het gebied een eigen bestuur kreeg, en afgescheiden werd van het buiten de stad gelegen deel van het land van de Heren van Bergh. Dit buiten gelegen deel werd een ambt waar de land drost ambt het gezag uitoefende in naam van de regerende Heer van Bergh. Voor de criminele justitie bleef hij echter ook binnen de stad fungeren.

Tot 1486 was er sprake van de Heren van Bergh, daarna werd het graafschap van Bergh.
 
De oudst bekende Heer van den Bergh was Constantinus de Melegarde die zich rond 1100 in de streek vestigde. Hij bouwde hier een burcht en noemde deze Montferrand. Zelf ging hij zich nadien Constantinus de Monte noemen. De Heren resideerden hier aanvankelijk op Montferland, maar stichtten in 1240 het Huis Bergh op zijn huidige locatie. De tak van Constantinus stierf uit in 1416 en werd opgevolgd door de Heren van der Leck.

Oswald I van den Bergh verwierf in 1486 de graven titel.
Met Oswald III van den Bergh stierf het huis Van der Leck in mannelijke lijn uit.
Via zijn dochter Maria Clara, die was gehuwd met vorst Maximiliaan van Hohenzollern-Sigmaringen, ging het Land van den Bergh over op het huis Hohenzollern-Sigmaringen. Zij stond haar rechten af aan haar kleinzoon Frans Willem, die daarmee het nieuwe geslacht Hohenzollern-Bergh stichtte.
Hij werd in 1737 opgevolgd door zijn zoon Johan Baptist (de dolle graaf). Daar deze echter kinderloos bleef kwam Bergh na zijn dood weer in het bezit van de hoofdtak Hohenzollern-Sigmaringen, die zich verder weinig met Bergh bemoeide.
 
Bergh kwam na de afschaffing van de heerlijke rechten in 1795 bij Gelderland, maar werd na de Franse tijd hersteld. Willem August van Hohenzollern verkocht het in 1912 aan de Enschedese industrieel Jan Herman van Heek.
De bekendste graven van Bergh waren Willem IV (1537-1586) en zijn zoons Herman (1558-1611), Frederik (1559-1618) en Hendrik (1573-1638).

De kleinkinderen van Nicolaus  van Lier zorgen voor de spreiding door het land, maar een van hen blijft in het Berghse land, Johannes van Lier gehuwd met Elisabeth Schrievers. Er zijn uit dit echtpaar zeven kinderen bekend, allen geboren in ’s-Heerenberg.

Van deze zeven kinderen is het jongste zoon Oswaldus die de naam van Lier in de Liemers voortzet. Zijn excacte datum van huwelijk is nog niet gevonden, maar hij huwde met Henrica Veltkamp, en er worden twee kinderen geboren in Zevenaar, in 1809 en 1812.
Het was geen gemakkelijke tijd, in 1809 breken de dijken bij Oud-Zevenaar en buurtschap Leuven door, en de gehele Liemers wordt overstroomd. Zeven mensen verdrinken, en de waterstand meet meer dan 15 meter boven NAP.

In 1814 lopen de dijken weer over en wederom komt de gehele Liemers onder water te staan.
In 1816 verandert de Liemers in een moeras, als het maanden lang vrijwel onafgebroken regent.
Ook in 1820 stroomt de gehele Liemers in het voorjaar onder, als grote hoeveelheden smeltwater over de rivier worden aangevoerd.
 
In 1825 wordt in alle plattelands gemeenten de titel van schout verandert in die van burgemeester.

De Liemers en omgeving rond 1827

In 1828 komt Oswaldus van Lier te overlijden, in Zevenaar.

In 1837 heerst er in de Liemers een influenza (griep) epidimie, en in Oud-Zevenaar overlijden zeven mensen aan de ziekte. Mogelijk dat oudste zoon Antonius een van hen was, hij kwam te overlijden op 3 juli van hetzelfde jaar.

In 1838 wordt het polder district Lijmers gevormd, met als belangrijkste doelstelling de verbetering van de dijken. Een begrijpelijk initiatief, gezien de vele dijk doorbraken.

In 1841 komt Henrica Veltkamp, de echtgenote van Oswaldus van Lier te overlijden, waarmee er een voorlopig einde komt aan de Gelderse tak van Lier, en de oorspronkelijke bron aldaar.

Bronnen:

·  Internet
·  Berghapedia
·  Bergh, Heren, Land en Volk door A.G.van Dalen e.a., 1979

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *