Soldaten en Veenhuizen

De families Spaeter, Clavelder en Schumacher

Ten tijde van de Republiek der Verenigde Nederlanden, bestond er nog geen georganiseerd leger. Het Staatse leger uit die tijd bestond uit groepen gehuurde vreemdelingen. Ook werden er overeenkomsten gesloten met vreemde vorsten, waarbij soms complete regimenten werden gehuurd.

Kazernes bestonden nog niet, en de soldaten werden ondergebracht bij de lokale bevolking. Zo ontstonden ook de garnizoens steden.
Gehuwde soldaten brachten soms vrouw en kinderen mee, en hele gezinnen reisden van garnizoen naar garnizoen.
In 1789 brak de Franse revolutie uit, waarna in 1793 ook Nederland werd bezet.
Dit leidde tot het uitroepen van de Bataafse Republiek in 1795.

Soldaten, maar ook complete bataljons en regimenten werden ingelijfd onder het Franse leger.
De Bataafse Republiek bestond van 1795 tot 1813, waarna Nederland weer een onafhankelijk koninkrijk werd.
Voorouders uit de diverse familie lijnen zijn zo terug te voeren naar met name Duitsland, en kwamen als soldaat naar Nederland.

Bij het onderzoek naar de naam Vogel, stuitte ik op de halbroer van A.B.K. Vogel; Willem Petrus van Schadewijk. Bij het zoeken naar de gegevens van zijn natuurlijke moeder die jong overleden was, kwam ik ook weer in de armen kolonieen in Drente terecht.
Daar heb ik intussen al diverse voorouders terug gevonden, en ik probeerde te achterhalen wanneer en waarom Willems moeder daar was. Dat leverde uiteindelijk een nieuw stukje geschiedenis op.
Het waren niet alleen armen die daar een nieuw bestaan probeerden op te bouwen, en ook niet alleen gedetineerden. Een derde groep bewoners vond ik daar terug, waarvan ik eerst het bestaan niet wist.

Vanaf 1826 neemt de Maatschappij van Weldadigheid ‘veteranen’ over van de regering. Dat geschiedde op basis van een contract. De meest opmerkelijke bepaling in dat contract is dat, terwijl de rest van de kolonie volledig ‘drooggelegd’ is, de veteranen recht hebben op enige jenever per week.


Veteranen behoeven niet per se oud te zijn, de term duidt alleen aan dat ze militair geweest zijn. In het allereerste begin worden ze in de administratie ook wel aangeduid als ‘invalide militairen’, maar die omschrijving is niet correct.


Zij werden gehuisvest in Veenhuizen, in de woningen aan de buitenkant van de gestichten tussen de arbeidershuisgezinnen, of in een van de arbeiderswoningen van de Ommerschans.
Sommigen doen hetzelfde als gewone kolonisten, dus landarbeid en spinnen, anderen werken als veldwachter of opzichter of een dergelijke functie. In dat laatste geval staan zij soms wel soms niet in de personeelsregisters.

Bij inschrijving krijgt het gezinshoofd een ‘hoofdnummer’. Dat nummer behoudt hij zolang hij op de kolonie is. Na overlijden gaat het over op zijn weduwe. In alle stukken die over de veteraan of diens gezin gaan wordt dat hoofdnummer vermeld. Het staat in ieder geval in de bevolkingsregisters van veteranen.
In tegenstelling tot andere bewonerscategoriën zijn die bevolkingsregisters er vanaf de eerste aankomst. De allereerste veteranen die naar de Ommerschans gingen dienden als veldwachters.

Een vreedzaam plaatje met zicht op de kolonie

Spaeter

Terug naar de moeder van Willem Petrus van Schadewijk; Lutgerdina Johanna Klapvelder. Uiteraard was zij geen veteraan, maar er was wel meer te vinden.

Lutgerdina werd geboren op 19 Juli 1835 in de Ommerschans. De geboorte akte vermeld de naam van haar moeder: Petronella Klapvelder, en de aangifte werd gedaan door maar liefst drie getuigen, allen zaalopziener aan de Ommerschans.
Petronella was weduwe, en eerder gehuwd geweest met Willem Spaeter. Hier begint het eerste deel van dit verhaal.

Willem Spaeter werd geboren op 28 Augustus 1787 in Laubuseschbach Nassau Duitsland. Hij was de zoon van Pieter Spaeter en Catharina Laurie.
Op 19 jarige leeftijd kiest hij voor het soldaten leven, en wordt ingedeeld bij het Regiment Nassause Lichte Infanterie als “jaeger”. Hij gaat het contract aan voor 6 jaar en 9 maanden, en vangt aan in September 1806. Datzelde jaar neemt hij deel aan de campagne in Pruisen gevolgd door de campagne in Spanje van 1808 tot 1814. Van 1814 tot 1817 verblijft hij in Gent in garnizoen.
In 1822 wordt hij overgenomen in het bataljon van Luxemburg als fusilier, en later komt hij in Amsterdam in garnizoen terecht. Daarvandaan beland hij in Zeeland, waar hij op 10 Maart 1823 in Veere huwde met Petronella Klapvelder.

Op 13 Mei 1828 wordt het gezin in de kolonie van Veenhuizen ingeschreven, en Petronella was hoogzwanger, want enige dagen later wordt zoon Johannes geboren.
Willem Spaeter kwam te overlijden in Veenhuizen in 1833, waarna Petronella als weduwe op de kolonie achterbleef met drie kinderen.
Johanna komt in April 1834 voor een paar dagen in de gevangenis terecht, als zij door de Raad van de kolonie schuldig wordt bevonden “aan het verkoopen van sterken drank” op de kolonie.

Als Petronella dan in Juli 1835, twee jaar na het overlijden van Willem Spaeter ook nog eens het leven schenkt aan dochter, Luthgardina Johanna, is voor de Raad de maat vol. In Augustus dat jaar wordt zij uit de kolonie ontslagen.

Zicht op de kolonie Willemsoord

Klapvelder de echtgenote van Spaeter

Petronella Klapvelder werd geboren in Zwolle, als dochter van Joseph Klapvelder en Lutgertdina Wanders. Ook Joseph Klapvelder was militair, en over hem het volgende:

Joseph werd geboren in Venlo. Als zoon van Jacobus en Petronella Gratias.In 1792 wordt hij soldaat in het Regiment Douglas. In 1793 – 1794 is het regiment in Brabant, in 1799 in Noord Holland. Hier raakt hij gewond, zijn stamboek vermeld: “geblesseerd door een kogel aan den linker heup en linker dij.”
Hierna komt in het garnizoen in Zwolle terecht, en daar vinden we de volgende vermelding in het doopboek:

Doopakte 19 maart 1800:
Geboren 23 febr. 1800, Pieternelle, onegt kind.
Opgegeven vader Joseph Kladvelder, soldaat in de 5e halve brigade, 3e bataljon, 6e companie, roomsch. Moeder Lutgerdine Wanders
Getuigen Hendrikje van den Bos, vrouw van Hendrik Spek, lidmaat.

De doop inschrijving zal juist geweest zijn, en op 6 Juni 1800 in Zwolle treden Joseph en Lutgerdine in het huwelijk.

In 1804 wordt een tweede dochter geboren, Johanna Catharina.
In 1807 gaat hij over naar de Compagnie Veteranen.
In 1811 vinden we het echtpaar terug in Zeeland, waar het derde en laatse kind, een zoon geboren wordt. 
In 1826 ontvangt hij zijn Bronzen Medaille,
Op 10 Juli 1834 wordt het gezin in Veenhuizen in de administratie opgenomen. Joseph wordt dan vermeld als fuselier.

Zicht op Veenhuizen

Schumacher / Schoenmaker, huwt de dochter Spaeter – Klapvelder

Als laatse in deze soldaten familie, Johanna Catharina Klapvelder de dochter van Joseph Klapvelder en Lutgertdina Wanders
Johanna huwt in 1820 in Veere met Johannes Nicolaas Schoenmaker, en is dan 20 jaar oud.

Johannes Nicolaas Schoenmaker of Schumacher werd geboren op 11 April 1797 in Hoengen Duitsland, als zoon van Johannes Schumachers en Anna Geertrui Jansen.

Hij kwam rond 1815 in dienst als fusilier bij het 34e garnizoensbataljon, eerst bij de 7e en later bij de 93 companie.
Vlak na zijn huwelijk in 1821 en 1822 verblijft hij in Oost Indie, en keert in Oktober 1822 terug met het schip de Gezusters, om met ontslag te gaan.

Ook hij kwam als ex-militair / fuselier in Norg Veenhuizen terecht, waar in 1830 het laatste kind, Lutgherdina Johanna Klapvelder werd geboren. Met haar begon het verhaal als moeder van Willem Petrus van Schadewijk, en met haar eindigt het weer.

Zo kwamen diverse families, bestaande uit soldaten voorouders, allen afkomstig uit Duitsland, allen bij elkaar in de kolonies in Drente, en vormen een deel van de voorouders.

Verdere details aangaande personen en data, in de personen database.