Hoffman

De familie Hoffman

Via verschillende familie lijnen binnen de verzamelde gegevens in de familie database kwam ik terecht bij de veen kolonies van Drenthe. Die gegevens maakten verhalen, en van het een kwam het ander.

Met de publicaties op mijn website,  krijg ik steeds meer contacten en met die contacten komen er ook weer nieuwe vragen. Om de antwoorden te vinden volg ik vaak een aantal generaties terug in de tijd om  een duidelijker beeld te krijgen, en dit zijn weer vaak zijlijnen.

In de gegevens over de familie van Lint, mijn oma aan moeders zijde, is de naam Gulicher verweven.
Het was een Gustav Adolf Gulicher die met een zuster van mijn oma huwde Catharina Margaretha Maria van Lint).
Er volgde een tweede huwelijk in 1935 in Nijmegen, en het is een van de nazaten uit dit tweede huwelijk die met vragen aangaande de naam Gulicher kwam.
Van het een kwam weer het ander, en ik volgde een spoor aangaande de familienaam Hoffman, een naam die ook weer voorkwam binnen de kolonieen.

Eerst wat achtergrond informatie:

De Maatschappij van Weldadigheid werd opgericht in 1818. Het doel was om kansarme mensen uit het hele land een nieuw bestaan te bieden, en tegelijkertijd de heide gronden te ontginnen. Er werden 450 kolonie huisjes gebouwd, in de vrije kolonieen Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord.
1.    In 1818 start de vrije proefkolonie Frederiksoord met 52 gezinnen.
2.    In 1820 starten de vrije kolonieen Wilhelminaoord en Willemsoord.
3.    In 1821 start de strafkolonie Ommerschans.
4.    In 1823 start de strafkolonie Veenhuizen met drie gestichten.
5.    In 1843 start de mogelijkheid vrijwillig opgenomen te worden in Ommerschans en Veenhuizen.
6.    In 1859 worden Ommerschans en Veenhuizen aan het Rijk verkocht.
7.    In 1911 werd het laatste gezin in de vrije kolonieen opgenomen.
De familie Hoffman, voor wat betreft de lijn die ik volgde, leefde jaren in de vrije kolonieen.

De geschiedenis vangt aan met Johannes Adamus Hoffman, geboren in Waldekirchen in Duitsland, als zoon van Albertus Hoffman en Anna Catharina Schoolland. Johannes Adamus werd geboren in 1756, en kwam in Amsterdam terecht.
Op 13 juni 1800 huwt hij in Amsterdam met de veel jongere Elisabeth Rinkenberg. Uit het echtpaar zijn in ieder geval acht kinderen bekend.

In april 1820 wordt de familie ingeschreven in het bevolkings register van de Maatschappij van Weldadigheid en wordt gehuisvest in hoeve 35 op Frederiksoord kolonie I. Het zal een moeilijke tocht geweest zijn, van Amsterdam naar de kolonieen, deels door de strenge winter van 1819 op 1820.
De inschrijvings akte vermeld dat er drie kinderen uit het huwelijk meekwamen, alsmede “een  voorkind” Johannes, van Elisabeth Rinkenberg.

Mogelijk is dat er een aantal kinderen achterbleven in Amsterdam (bij familie?), omdat er een totaal van acht kinderen uit dit huwelijk zijn gevonden. Vreemd is ook de term voorkind, dit zou moeten wijzen op een voor-echtelijk kind, terwijl Johannes Adamus en Elisabeth al in 1800 waren gehuwd, en dit kind (Johannes Rinkenberg Hoffman) werd geboren in 1802.

Feit is dat de familie in Frederiksoord terecht kwam, en daar in ieder geval bleef tot 1835, het jaar dat Johannes Adamus aldaar kwam te overlijden.
De twee jongste kinderen uit het gezin Hoffman en Rinkenberg, waren een tweeling. Beiden werden geboren in Amsterdam, op 16 december 1819.
Nauwelijk een paar maanden oud gingen zij met de ouders naar het verre onbekende in Drenthe. Beiden komen op jonge leeftijd te overlijden, op 20 april 1821, binnen een paar uur na elkaar.
De overlijdens aktes van deze twee jongsten, vermeld dat zij nalaten: “niets dan ouders, drie broeders en eene zuster”.  

Ondanks de armoede en de moeilijke omstandigheden doet vader Johannes Adamus er alles aan om het gezin een bestaan te geven en een positie in de maatschappij te waarborgen.

Met het groeien van het aantal kolonisten was er uiteraard ook een system van orde en handhaving noodzakelijk. Daarvoor werd er uit ieder van de kolonieen op voordracht van de onder-directeur een gemeensman verkozen.  Deze kolonist had als gemeensman zitting in de Raad van Politie en Tucht. In principe zou er ieder jaar een nieuwe Raad verkozen worden, maar dat systeem begon pas te werken in 1831, zodat de gemeensmannen tot die tijd vaak langer zaten.

Johannes Adamus werd als gemeensman aangesteld in 1825, en bleef zitten tot 1829. Hij moet dus een eerlijk en hardwerkend man geweest zijn, om die aanstelling te kunnen verkrijgen, en houden.

In 1834 komen we de volgende aantekening tegen.

De ziting van de gemeens mannen op 1 oktober 1834 vermeld dat de kolonisten dochter Magdalena Elisabeth Hoffman zwanger is van ingedeelde Hendrik Hensen. Buitenechtelijke zwangerschappen werden niet met blijdschap ontvangen in die strenge kolonieen.
Hendrik Henze werd geboren op 26 augustus 1808 in Amsterdam. Hij kwam in juli 1822 aan in de kolonie Frederiksoord. In 1830 vertrok hij met de schutterij, waar hij vrijwillig in dienst was getreden, en in juni 1834 kwam hij weer terug. Vlak na zijn terugkomst maakte hij dan Magdalena Elisabeth zwanger.
De twee besluiten te huwen, en het huwelijk wordt voltrokken op 27 oktober in Vledder. In datzelfde jaar wordt het echtpaar dan als kolonisten over geplaatst naar de kolonie Wilhelminaoord.
In totaal krijgt het echtpaar 16 kinderen, die allen binnen de kolonie geboren worden.
Op 8 april 1835 komt dan binnen de kolonie van Frederiksoord vader Johannes Adamus Hoffman te overlijden.

Johannes werd 79 jaar en zijn overlijdensakte vermeld “achterlatende eene weduwe”.
Van de kinderen uit het echtpaar staat dus vast dat de volgende binnen de kolonie hebben gewoond en geleefd:
1.    Johannes Rinkenberg Hoffman, vetrokken in 1824, waarschijnlijk terug naar Amsterdam, verder onbekend.
2.    Johannes Willem Frederik Hoffman, geboren op 19 oktober 1809, huwde Catharina van den Hoek, en bleef in de kolonieen. Volgt hieronder.
3.    Jacobus Hoffman, geboren op 19 oktober 1816, vertrokken op 1 februari 1834. Verder onbekend.
4.    Magdalena Elisabeth Hoffman, geboren op 12 mei 1813, huwde Hendrik Henze.
 
Johannes Willem Frederik kwam met zijn ouders aan in april 1820. Hij was toen 11 jaar. In 1829 verlaat hij de kolonie, maar keert enige maanden later weer terug.

In 1833 huwt hij, zonder toestemming van de Raad van Tucht met Catharina van den Hoek. Samen worden zij naar de strafkolonie gestuurd, maar later worden zij dan toch weer als kolonisten geplaatst.
Catharina van den Hoek werd in de kolonie bekend en ingeschreven als Catharina Penning.
Zij was geboren in Schiedam op 21 september 1812 als dochter van de dan nog ongehuwde Maria van den Hoek. Maria huwt pas later met Hendrik Penning, wat de naamsverwarring verklaart.
Uit het echtpaar Johannes Willem Frederik en Catharina werden in totaal 12 kinderen geboren. Het is via deze kinderen dat de latere verbintenis met de naam Gulicher gemaakt kan worden.     
 
Zoals eerder aangegeven zijn er diverse familie namen die met de kolonieen te maken hadden. Zoals hierboven de naam Hoffman, en verder de namen Westhoff en Nicolaas van Lier.

Veelal waren dit brave, oppassende en hard werkende mensen. Ik heb geen misdadigers of criminele feiten kunnen vinden, anders dan een buiten echtelijke zwangerschap en een desertie uit de strenge kolonieen.
Toch zou een klein crimineel feitje, het hoeft niet direct een moord of iets dergelijks te zijn, het verhaal nog levendiger maken. Helaas, niets van dit alles.

Tijdens het zoeken naar de geschiedenis van de familie Hoffman kwam ik toch wat details tegen, die het vermelden hier waard zijn.
Naast de vrije kolonieen waren er ook de strafkolonieen waar bedelaars en andere vagebonden opnieuw werden “opgevoed”.
In 1859 werden deze bedelaarsgestichten overgenomen door het rijk en omgevormd tot strafinrichtingen. Voor het personeel van deze gevangenissen werd er een klein dorp gebouwd waar zij huisvesting vonden, om de inrichtingen heen. In 1890 werd deze Ommerschans gesloten, maar Veenhuizen bleef als straf gevangenis bestaan.

Al speurende kwam ik nog twee maal de naam Hoffman tegen, beiden in de straf inrichting Veenhuizen.
Zij dragen slechts dezelfde naam, en ik heb nog geen familie relatie kunnen vinden. Denk daarbij aan het feit dat de naam Hoffman in Nederland in grote getale voorkwam in alle delen van het land.

Het gaat hier om Jacob Hoffman geboren in Akersloot en Hendrikus Hermanus Hoffman uit Den Haag.
Beiden werden meer dan eens opgepakt voor landloperij en bedelarij, en beiden kwamen in 1896 in Veenhuizen terecht.
Na veroordeling werden groepen gevangenen op de trein gezet, en vanaf Assen ging het verder met een schip van de Drentse Stoombootmaatschappij.
 
 
Jacob Hoffman

Jacob werd geboren in 1853 in Akersloot, als kind van Leendert Hoffman en Antje Bakker. Hij is nog maar 11 jaar oud als moeder Antje komt te overlijden. Vader Leendert verdiend de kost als brugwachter in het waterrijke gebied.
Hoewel de broers en zussen van Jacob allen later huwen en gezinnen stichten, raakt Jacob op het verkeerde pad. Hij diende nog wel bij het bataljon veld artillerie, maar werd daar later afgekeurd. Wellicht dat dit een rol speelde in zijn verder ongelukkige bestaan.
Hij geraakt in een zwervend bestaan, en wordt opgepakt in Utrecht. Na drie eerdere veroordelingen voor dezelfde vergrijpen wordt hij naar Veenhuizen gestuurd.   

Hendrikus Hermanus Hoffman

De tweede die ik tegenkwam was Hendrikus Hermanus. Hendrikus werd geboren in Den Haag op 29 december 1849, en was dus iets ouder als Jacob. Hij was geboren op 29 december 1849 als zoon van Hendrik Hoffman en Christina van Viersen.
Ook Jacob leidde een zwervend bestaan, maar bleef hoofdzakelijk in en rond Den Haag. Hij was echter al zes maal eerder opgepakt, en werd bij de laatste veroordeling eveneens op transport naar Veenhuizen gezet.
Tot 1854 was het gebruikelijk om lieden die herhaaldelijk criminele feiten pleegden te brandmerken. Het was een waterdicht system, het brandmerk kon nooit meer volledig verdwijnen. Toch begon men dit wat onmenselijk te vinden, en moesten er andere manieren gevonden worden veelplegers te kunnen identificeren.

Onder de invloed van de evolutie theorie van Darwin, begon de wetenschap criminelen als een studie object te zien. Men dacht zelfs aan schedelmetingen te kunnen aflezen wie een misdadiger was, of zou worden. Daarom werden de gevangenen na aankomst in Veenhuizen onderworpen aan allerlei metingen, die geregistreerd werden op een identiteitskaart. Met deze identificatie kon men een system aanleggen dat het makkelijker zou maken om criminelen te herkennen. Deze signalements kaarten warden gebruikt van 1895 tot 1901. Slechts een klein deel van de bevolking is derhalve gefotografeerd, maar zowel Jacob als Hendrikus Hermanus vond ik zo terug.

Na aankomst werden de gevangenen geregistreerd, en als zij niet eerder te gast waren geweest, begon de meet sessie voor de identificatie kaart. Per persoon kon deze sessie tot een uur in beslag nemen, een tijd rovende procedure dus.
Daarna gingen de gevangenen naar het badhuis, warden gepoetst, geboend en ontluisd, en genummerd. Vervolgens kregen zij het uniform uitgereikt, bestaande uit een pet, twee bruine buizen met een groene kraag, twee bruine broeken en twee onderbroeken voor daaronder, twee halsdoeken en twee zakdoeken, wollen sokken, klompen en draagbroek banden. Als alles compleet was, warden zij naar de verblijfs zalen gebracht, ieder groot genoeg voor 40 personen. Boven de verblijfs zalen waren de slaapzolders met de slaapzalen.

De slaapzaal was weer verdeeld in 120 ijzeren kooien, dit om homosexuele handelingen tegen te gaan en het straf karakter van de opsluiting te benadrukken. In de avond werden de gevangenen hier opgesloten, en de volgende morgen om 5 uur werden deze kooien weer geopend.

Daags na aankomst en registratie werden de gevangenen ingedeeld bij de diverse arbeids diensten. Er moest tenslotte worden her-opgevoed!

Hendrikus Hermanus Hoffman kwam in Veenhuizen op 21 mei 1896. Hij zou de inrichting niet meer verlaten, maar werd een nummer op de begraafplaats. Op 6 november 1896, een half jaar na opname kwam hij te overlijden in Veenhuizen.