Rooders

De oorsprong van de familie Rooders

Rooders is de familie naam van mijn moeder, en het is met deze naam dat mijn hobby eigenlijk begon.
Binnen de familie deden allerlei verhalen de ronde over oorsprong en herkomst, het een nog fantasie rijker dan het ander.
Ik moet ongeveer een jaar of 22 geweest zijn toen ik besloot een en ander eens uit te gaan zoeken, om te kijken wat er wel en  niet kon kloppen. Dat heeft voor mij dus geleid tot de verslavende hobby die genealogie heet.

Ik begon uiteraard in Den Haag, met de naaste familieleden, en speurde van daaruit verder. Tussentijds volgde ik een cursus van het toenmalig PBNA op dit gebied, teneinde ook wat duidelijkheid te krijgen in hoe, wat en waar.

De speurtocht leidde van Den Haag naar Haarlem, alwaar mijn  over- grootouders hadden gewoond, daarna Den Helder, waar mijn bet- overgrootouders hadden gewoond, daarna Alkmaar, waar mijn oud- overgrootouders vandaan kwamen, en daar liep  het spoor vast.

De oudste Nederlandse Rooders, gevonden in Alkmaar bleek  uit Duitsland te komen. Hij kwam uit Osnabruck, heette Frans, was gehuwd met  een Elisabeth en dat was alles wat er over hem te vinden was.
Volgende stap  was uiteraard het archief in Osnabruck benaderen, wat het volgende verhaal  opleverde:
In die streek komt de naam Roders (met slechts een o  geschreven) veelvuldig voor. Niets bijzonders. In die streek huisde ook nog al  wat adel, al dan niet hoog of laag. Maar als iemand uit deze adel nu beneden  de stand trouwde, was het hek van de dam. Dat kon niet.
Betrokken persoon werd  dan door de familie niet meer als familie erkend, had geen adelijke titel meer,  en geen erf rechten. Dit is ook de reden dat er van Elisabeth geen achtenaam  bekend is, deze diende uit de huwelijksakte te blijven.
Elisabeth huwde toch  tegen alle familie advies met Franciscus Roders en daarmee verdwijnen eerdere sporen van dit echtpaar. 

Uit het huwelijk Frans Rooders en Elisabeth is ook weer een zoon Frans bekend. Deze Roders huwde in Alkmaar met  Elisabeth Zonderhuijs. De summiere huwelijks akte uit die tijd, datum 9 juli  1808 vermeld dat Frans geboren was in Rholen, in het Osnabrugsche. Elisabeth  wordt vernoemd als Elisabeth Sonderhuijsen en als beroep van Frans wordt nog  vermeld warmoezenier, wat wij tegenwoordig tuinder noemen. Het is deze Frans Rooders die de  stamvader van de nederlandse familie Rooders is, zo kwam de naam dus van  Duitsland naar Nederland.

Uit het huwelijk zijn twee kinderen terug gevonden, het eerste kind wordt in de aktes genoemd als Betje Roders gedoopt op 13 juli 1809, in de Mathiaskerk, waarna ook van haar geen spoor meer wordt terug gevonden.
Het 8 jaar later als er weer een inschrijving wordt gemaakt, op 18 april 1817 wordt geboren in Alkmaar Franciscus  Rooders. De burgerlijke stand is dan al ingevoerd, en de naam wordt geschreven  als Rooders, de spelling zoals we die vandaag de dag nog tegenkomen. 

Alle prachtige verhalen konden verwezen worden naar het rijk der fabelen, maar voor mij was dit niet het einde, en ik begon verder te zoeken. Nu wilde ik ook zien in hoeverre er nazaten van Frans Rooders waren, want het was bekend dat de naam niet veelvuldig in Nederland voorkwam. Zoals gezegd liep het spoor al van Den Haag naar Den Helder, maar daarna ging het verder van Brabant tot Overijssel.

De mooie en fantasie rijke verhalen over de herkomst van de naam waren dan verdwenen, ervoor in de plaats kwamen de verhalen  van alle mensen die ik in de loop van de jaren ontmoette en sprak.
Ik kreeg  foto’s, originele oude aktes, memorabilia, etc. het een nog ouder en/of interessanter dan het ander. Ik begon langzaam een archiefje op te bouwen, completeerde de geschiedenis achter de naam, stuurde familieleden een overzichtje, en ging verder met de volgende familienaam, op verzoek van.

Al dat zoeken, de verhalen die ik meekreeg en de informatie die ik verzamelde, heeft mij dus nooit meer losgelaten , en al met al een schat aan materiaal opgeleverd. Een en ander wordt  hier op deze pagina’s gepresenteerd, zodat belangstellenden bij mij copieen  kunnen vragen, en anderen oude familiebanden kunnen aanhalen.
Een ding leerde ik  wel in al die jaren van onderzoek en speuren. In alle onderzochte families zijn  wel sporen van familiewapens gevonden, ook sporen van adel zolas hier bij de  oudste stamvader Roders en zo ook aan de van Lint kant, maar definitieve  bewijzen voor een familiewapen in welke stamboom dan ook zijn er niet. Het is  wel mooi om te zien hoe al die voorouder lijnen uiteindelijk in Den Haag samenkomen,  maar zonder familiewapen wat in het volgende vers samengevat wordt:

 Ik zocht naar voorouders, in heerlijkheid ontslapen
maar kwam ontgoocheld en verslagen uit in Den Haag
er staat een stofzuiger  in ons familiewapen
dus als het adel was, dan was het betrekkelijk laag

Terug naar de stamvader  in Alkmaar. Het historisch kadaster in Alkmaar, datering 1807, vermeld Frans  Roders (ook genoemd als Roeting ?) en Maria Sonderhuis, met een bezit van 552  roeden bouwland. Alkmaar werd in vroeger eeuwen zoals zoveel steden in die tijd  omringt door wallen en bastions, en daar omheen een brede singelgracht, wat de  tegenwoordige binnenstad is. Buiten die wallen, ontstonden vaak langs de  belangrijkste toegangswegen kleinere buurtschappen die onderling in karakter  sterk konden verschillen. Een ding hadden zij echter gemeen; ten tijde van nood  of gevaar konden de bewoners van deze buurtjes zich terug trekken binnen de  veilige wallen van de stad.
Zo was er een buurtje aan de Kennemerstraatweg, net  buiten de Kennemer-poort alwaar het perceel van Frans Roders gelegen was. Iets  verder zuidwaarts was er een tweede buurtje, dit viel net buiten de Nieuwpoort.  Tussen de twee buurtjes lagen landerijen, en halverwege de twee buurtjes lag het  leprosenhuis.

Uit het echtpaar Roders – Sonderhuijs zijn dus slechts twee kinderen terug gevonden, waarvan een zoon die de naam voortzet, zij het in een iets andere spelling.
Franciscus Rooders werd geboren op 18 april 1817 in Alkmaar, en het is nog maar net acht dagen na zijn 19e verjaardag, als hij in Alkmaar op 26 april 1836 huwt met Anna Christina Verhoeven. Anna werd geboren in 1814 in Alkmaar, en was de dochter van Cornelis Verhoeven en Anna Maria Kuit. Uit dit huwelijk werden 6 kinderen geboren.

Het is deze generatie kinderen waar al meer feiten over gevonden kunnen worden. Een aardige bron hiervoor zijn de oude adres  boeken  van Alkmaar. Voor de uitvinding van de telefoon, en voor de eerste uitgaves van de telefoongids, bestond het fenomeen adresboek.
Met het uitgeven van deze adresboeken werd in Alkmaar in 1876 gestart, en zij bevatten voor genealogen, de mensen die de familie geschiedenis proberen te achterhalen, zoals ik, vaak een  schat aan gegevens. Door de jaren heen verschilde en wijzigde de uitvoering van deze boeken nog al eens, maar de kern was dat er in iedere nieuwe uitgave een  alfabetische lijst van Alkmaarse hoofden van huishoudens werd opgenomen, met  vermelding van adres en beroep. De gegevens voor deze oude adresboeken kwamen  van de gemeente en kamer van koophandel.

Van elke straat was er een overzicht per huisnummer, waarbij dan ook nog eens het hoofd van het huishouden werd vermeld, zodat snel gevonden kon worden  wie in welk huis woonde. Daarnaast was er dan ook nog informatie te vinden over  instellingen en bedrijven, alsmede verenigingen. Uiteraard was de achterliggende  gedachte van deze boeken dat de uitgever er aan zou verdienen door verkoop, en  daarnaast werden inkomsten gehaald uit het plaatsen van advertenties zoals wij  da tegenwoordig tegenkomen in gemeentegidsen.

Al in al waren deze oude adresboeken dus eigenlijk een combinatie van gemeentegids, gouden gids en telefoonboek dit laatste voor diegenen die een telefoon aansluiting hadden. Zo vinden we terug:

Anna Maria  Rooders, 1837 – 1912. Zij woonde haar hele leven in Alkmaar, en huwt met Matheas  Constantius Dumoulin. In 1882 wordt het echtpaar kadastraal genoemd als wonend  aan het Verdronkenoord,  In 1876 echter is dat nog de St Jacobstraat waar Anna  Maria vermeld wordt als winkelierster.  

Franciscus  Hendrikus Cornelis Rooders, 1839 – na 1910). Hij huwt in totaal 3 maal, als  eerste op 5 augustus 1869 met Antonia Cornelia de Mulder. Uit dit huwelijk 4  kinderen waarvan er drie jong komen te overlijden. Antonia komt te overlijden in  1890 waarop Franciscus een tweede maal huwt, op 4 oktober 1891 met Sijbrecht de  Jong. 
Uit dit huwelijk drie dochters, zodat deze tak uitsterft.
Franciscus huwt  een derde maal na het overlijden van Sijbrecht. Het derde huwelijk is op 24  oktober 1897 met Helena Frederika Ouwens, uit dit huwelijk zijn echter geen  kinderen meer bekend. Van Franciscus is bekend en zijn vermeldingen gevonden, dat  hij werkte als gevangenbewaarder in het huis van bewaring in Alkmaar, Hieronder  vermeld als bewaarder en bewaarder 2e klasse, alsmede tramconducteur. Tevens was  hij sergeant bij de schutterij, en lid van het bestuur van de schietvereniging. 

Catharina Hendrika Rooders, 1841 – 1891. Zij huwt met Adolphus Ludovicus Baroni, en vertrok naar Antwerpen alwaar zij kwam te overlijden op 50 jarige leeftijd.

Elisabeth  Wilhelmina Rooders, 1843 – 1935. Op 6 februari 1870 huwt zij met Jan Dingerdis,  zoon van Klaas Dingerdis en Neeltje Bond. Van Jan vinden we een vermelding terug  als stads schoorsteen veger, en het echtpaar wordt in 1916 uitgeschreven naar  Limmen. In 1921 keren zij terug naar Alkmaar waar Jan zijn eigen bedrijf als  schoorsteen veger opzet. 

Johannes Rooders, 1845 – 1922. Hij  huwt op 2 september 1869 met Maartje Rietvoort, en zij vestigen zich in Den Helder. Johannes is werkzaam als stoomwerktuigmaker aan de rijkswerf van de koninklijke marine in en Helder. Het is dan ook logisch dat zij in Den Helder gaan wonen. Het echtpaar blijft hun hele leven in Den Helder wonen, en beiden liggen begraven op de begraaf plaats van Huisduinen. 

Verdere gegevens in de personen database