Johannes van Lier 1827 – 1900

Drie generaties koster – organist in Millingen

De koster was een al dan niet bezoldigde functie belast met de dagelijkse zorg voor het kerkgebouw en het gereed maken en -zetten voor de voorwerpen benodigd voor de dienst. Vandaar ook de naam afkomstig uit het latijn, custos, wat bewaker betekend.
Verder regelde hij de praktische zaken als klein onderhoud, en eventueel onderhoud van de tuin en het kerkhof.

De oue kerk in 1742 getekend door J de Beijer.

De oude middeleeuwse katholieke kerk van Millingen stond op dezelfde plaats als waar de huidige veel later (1913) gebouwde kerk nu staat.
Tot de bezittingen rondom behoorde in ieder geval een pastorie en een huis (boerderijtje) een school en diverse percelen land.
Volgens de kadastrale gegevens uit 1820 werd het huis in die tijd bewoond door Peter Peeters.

Nr 177 linksonder, het woonhuis voor de koster
De inschrijving in de Oorspronkelijke Aanwijs Tafel (OAT)

Peter Peeters was in 1795 de eerste katholieke schoolmeester sinds de komst van de Fransen, en vervulde de taken van de koster. De school en de kerk gingen in die tijd hand in hand, en het is aannemelijk dat Peter daardoor het recht verkreeg in het huis te wonen.
Uit zijn huwelijk met Sybilla Koenders zijn in ieder geval drie kinderen bekend:

  • Petrus Peeters, 1796 –
  • Johannes Wilhelmus Peeters 1798 – 1891 koster (Roepnaam later Willem)
  • Elisabeth Peeters, 1800 – 1854

Vader Peter komt te overlijden in 1825 en moeder Geertruidis in 1829. Zoon Johannes Wilhelmus bleef in ieder geval in het huis wonen.Tot zover de eerst / oudst bekende kosters en de bewoners van de kosters woning.

Op 23 juli 1827 werd Johannes Jacobus van Lier geboren als zoon van Engelbertus (Bart) van Lier en Gertruidis Gipman of Giepman.
Vader Bart verdiende zijn brood als visser, maar kwam op jonge leeftijd in 1831 te overlijden.
Op 22 augustus 1838 huwde moeder Gertruidis een tweede maal, met de hierboven genoemde Johannes Wilhelmus Peeters.
Dit komt overeen met de inschrijving volkstelling 1840 – 1850 Millingen, met als datum 1 maart 1842. Die inschrijving laat zien het echtpaar Peters x Gipman, en de kinderen Johannes en Hendrikus van Lier.

Volkstelling Millingen 1840 – 1850. Peters x Gipman en kinderen van Lier

Vanaf 1848 wordt Johannes Jacobus van Lier genoemd als koster van de kerk. Van beroep was hij postbode, en werd later directeur van het postkantoor in Millingen. In latere aktes van de burgelijke stand werd hij constant vermeld als organist. Wellicht vond hij deze eer en kunst belangrijker als zijn eigenlijk beroep. Feit is dat hij deze de functie als koster vervulde tot 1900!
In 1854 huwde hij in Millingen met Henrica Sebus, dochter van Peter Sebus en Johanna van Lier (!) Het echtpaar kreeg in totaal negen kinderen.
Johannes Jacobus kwam te overlijden in 1904 in Millingen.

De kinderen kregen het orgelspel met de paplepel ingegoten, dus het was niet verwonderlijk dat zoon Johannes Stephanus (Jan de Kuster) de taak van zijn vader overnam.
Jan werd geboren op 5 april 1863 in Millingen.
Van jongs af aan ging hij met zijn vader naar de kerk, waar hij hielp met de koster taken. Het was ook daar dat hij het orgel onder de vaardigheid van zijn vader leerde bespelen.
Later werd hij scheeps schilder van beroep, maar bleef tevens de koster en organist, de taken die hij had overgenomen na het overlijden van zijn vader. Ook hij woonde in de kosterij aan het St. Antoniusplein. Hij was koster en organist van 1900 tot 1950,
In 1896 huwde hij in Millingen met Jacoba Rijken. Samen met zijn echtgenote had hij aan huis een winkeltje in religieuze artikelen. Dat werd in 1903 uitgebreid toen hij een winkel in drogisterij waren opende.

Zoals op veel plaatsen in Nederland had ook Millingen een vereniging voor de armenzorg en armoede preventie.
In Millingen kreeg deze de naam “het Kruisverbond”, en was vernoemd naar de Britse organisatie “League of the Cross”.De vereniging stond in de volksmond bekend onder de naam Sobriëtas,
De vereniging werd in 1897 opgericht en werd voor de laatste maal vermeld in de Pius Almanak in 1903, maar heeft zeker veel langer bestaan.
President van de vereniging was de kapelaan, met als doelstelling de bestrijding van het alcoholisme en de bevordering van de matigheid daarvan, een katholieke hoofddeugd. Daarnaast had de vereniging een eigen “Volksbibliotheek”.

Een aantal leden van de bovengenoemde vereniging richtte in 1909 een muziekvereniging op onder de naam “Voor Godsdienst en Kunst”. Iniatiefnemer en oprichter van het eerste uur was Jan van Lier. Jan was tevens de dirigent van dit gezelschap.
De optredens van dit gezelschap waren met name gericht op kerkelijke evenementen zoals de sacraments processie, maar er werd ook voor de muziek gezorgd bij andere door de kerk georganiseerde sociale activiteiten.
De instrumenten waren aangekocht uit de kerkgelden, waarvoor toestemming was gevraagd aan de bisschop.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog waren de meeste leden opgeroepen voor de militaire dienst, en hoewel Nederland neutraal bleef viel de muziekvereniging hierdoor uiteen. De instrumenten bleven echter bewaard in de kerk, want die waren tenslotte eigendom.
In 1919 werd de Millingse fanfare St Cecilia opgericht, en onder de muzikale leiding van Jan van Lier kreeg deze de beschikking over de instrumenten die in de kerk bewaard waren gebleven. In 1922 stopte Jan met het dirigeren van de fanfare.

De oude middeleeuwse kerk waar Jan en voor hem vader Johannes Jacobus als koster dienden, werd in 1913 – 1914 volledig afgebroken. Op dezelfde plaats werd een nieuwe kerk gebouwd gewijd aan Sint Antonius van Padua. Deze kerk werd pas in 1926 geconsacreerd. Diverse elementen uit de oude kerk vonden een nieuw onderkomen in deze kerk.

De St Antonius kerk in Millingen

Jan de Kuster wilde niets liever als de 50 jaar als koster volmaken voordat hij de taak overgaf aan de derde generatie, zijn zoon Alexander Gerardus. Jan stopte in 1950.
Voor al zijn werk en verdiensten ontving hij de pauselijke onderscheiding “Bene Merenti”.

De Bene Merenti onderscheiding

De onderscheiding Bene Merenti wordt verleend aan personen die minimaal 35 oud zijn en zich minstens 10 jaar langdurige op geringe, doch opvallend verdienstelijke wijze in lokaal verband inzetten voor Kerk en samenleving.
Het versiersel bestaat uit een verguld ruitvormig kruis, en vertoond een afbeelding van de zegenende Christus. Het versiersel hangt aan een lint in de pauselijke kleuren geel en wit.

Jan de Kuster kwam te overlijden op 7 juni 1956 in (dan) Millingen aan de Rijn. Hij werd 93 jaar oud.

Overlijdens advertentie Jan de Kuster

In 1950 nam zoon Alexander Gerardus de koster taken over. Hij was de derde generatie en werd bekend als Sen de koster. Vader Jan kwam in 1956 te overlijden.
Sen de koster vervulde de taken van 1950 tot 1966. Van beroep huisschilder, was ook hij geen onbekende met het kerkorgel, en luisterde vele diensten op met zijn orgelspel.
Daarnaast was hij medeoprichter van de fanfare St Cecilia waar hij jarenlang de saxofoon speelde.
Sen kwam te overlijden in 1982 waarmee er eeneinde kwam aan de drie generaties kosters – organisten.

Alle namen zijn uiteraard terug te vinden in de database.