Alberta Rooders 1937 – 2014

Alberta Antonia Rooders

Moeder Bep was een bijzonder mens, en zij wist met haar karakter ondanks alle tegenslagen door te dringen in de harten van vele anderen. Zeker het verplegend personeel en alle vrijwillgers in het verzorgingstehuis Marishof wisten dat zij niet konden weglopen zonder een praatje, een aanraking, of het delen van gevoelens.

Al deze mensen hebben echt heel veel gedaan en goed voor moeder gezorgd tot het einde. Daarvoor onze dank en wij weten dat ook jullie haar niet snel zullen vergeten.

De Eerste Heilige Communie

Bep Rooders werd geboren in Den Haag als dochter van Marinus Rooders en Alberta Antonia van Lint. In Februari 1937, net voor de geboorte verhuisde het echtpaar naar het Regentesse kwartier. Om precies te zijn in de 2e van Swindenstraat, gelegen tussen de Regentesselaan en de Beeklaan.
Het is drie jaar voor de 2e Wereldoorlog.

Over die eerste jaren is niet veel bekend, en ook de jaren van de oorlog hebben niet veel informatie achter gelaten. Die tijd zal in ieder geval beheerst zijn door de schooljaren.
Het is zeker dat de Heilig Hart school werd bezocht, opgericht in 1905 door de zusters van Sacre-Coeur. In 1951 startten dezelfde zusters een katholieke Middelbare Meisjes school aan de Beeklaan, met een klas met 30 leerlingen. Het opgroeien en onderwijs heeft dus een duidelijke katholieke invloed gehad op haar jeugd.  

In 1954, Bep is dan 17 jaar oud, ontmoet zij de man waarmee ze later bijna 55 jaar gehuwd zal zijn. Frans van Lier, in die dagen een zeeman, die met zijn verhalen en avonturen, haar hart wist te veroveren. In 1955 treden zij in het huwelijk, waarbij de kerkelijke inzegening plaats vind in de Agneskerk aan de Beeklaan.

Op weg naar het stadhuis voor een boterbriefje

De eerste twee jaar van het huwelijk wonen zij in bij de ouders van Bep aan de van Swindenstraat, daarna verhuist het echtpaar naar de Breughelstraat. Twee kinderen zijn intussen geboren.
Na de Breughelstraat verhuist het echtpaar opnieuw, nu naar een woning in de Winburgstraat waar zij tot 1968 blijven wonen. Ook het derde kind wordt hier geboren.

In 1968 neemt het echtpaar van Lier-Rooders een stap die niet makkelijk was. Het hele gezin verhuist naar het “verre” Limburg, naar een klein dorp waar zij hopen een beter bestaan te kunnen opbouwen.
De cultuurvesrchillen – zeker in die tijd – waren echter groot, en het was moeilijk wennen. Ook het gemis van de familie en de stad, alsmede de afstand was (te) groot.

In 1973 werd opnieuw alles verhuisd, dit maal naar Maarheeze, net over de Brabantse grens. Daar wordt de draai wel gevonden, en het echtpaar blijft daar de rest van hen leven wonen. Alles wordt zelfs nog beter, als de moeder van Bep, en haar zus eveneens in Maarheeze komen wonen.

De kinderen groeien alle drie op, huwen en zorgen voor kleinkinderen. De jaren 90 kenmerken zich echter door medische tegenslag voor Bep.
Zij ondergaat diverse by-pass operaties, maar met medicijnen en beweging blijft ze in vorm.
Danslessen worden gevolgd, uitstapjes gemaakt, fietstochten door de omgeving en verder weg, kortom het is genieten van het leven.
Samen beginnen zij zelf dansles te geven, met name aan ouderen, waarmee een enorme vrienden en kennissen kring wordt opgebouwd.

De enige schaduw over die jaren is het overlijden van moeder Rooders-van Lint en zwager Cornelis Schoenmaker.

Augustus 2005 de Gouden Bruiloft

In 2005 wordt de Gouden Bruiloft gevierd. Een halve eeuw samen, en het is een feest waarbij genoten wordt. Een zee van bloemen, een stroom van kaarten, de burgemeester komt op bezoek, familieleden komen uit het hele land en van daarbuiten, kortom het is een fantastische dag. Als klapper heeft Frans nieuwe ringen gekocht, om al die jaren samen nog eens te bezegelen. Het echtpaar van Lier-Rooders geniet nog van een dagje uit met alle kinderen en kleinkinderen, want het is gewoon heerlijk om iedereen nog eens bij elkaar te hebben.

Dan wordt ze getroffen door een hersenbloeding. Het is 2009. Het blijkt al spoedig dat ze hier niet meer volledig van zal herstellen, en ze verder zal moeten met behulp van een rolstoel.
Een lichtpuntje is er nog, met veel revalidatie leert zij om te gaan met een electrische rolstoel en een aangepaste woning wordt ook al snel toegewezen.

Na meer dan 30 jaar in hetzelfde huis gewoond te hebben, wordt een verhuizing op touw gezet, en vrij snel is alles weer op orde.
Een paar maanden genieten Frans en Bep van het nieuwe huis, en maken ze wandeltochten door het dorp waarbij Bep de rolstoel goed leert hanteren en besturen.

Maar dan slaat het noodlot ongenadelijk toe.
Na een kortstondige ziekte, komt Frans te overlijden. Bijna 55 jaar samen, en dan in een klap alles weg. Het nieuwe huis waar Bep kortstondig zo gelukkig was moet worden verruild met het verzorgings tehuis. Het was onmogelijk om alleen te blijven en er was zorg nodig.
Opnieuw verhuizen naar een nieuwe en vreemde omgeving, het gevoel te hebben dat een deel van de vrijheid weg was, nieuwe en vreemde mensen om je heen, het was allemaal niet makkelijk.

Toch begon Bep weer te wennen aan de nieuwe omstandigheden, was blij met alle bezoek en trok er weer wat op uit met de rolstoel. Tot november 2014.

Getroffen door een tweede hersenbloeding komt ze in het ziekenhuis terecht, en een paar dagen later terug in het verzorgings tehuis. Maar het is duidelijk dat er nu niet veel herstel meer mogelijk is.
Naast de eerdere verlammings verschijnselen die nu nog erger zijn, is ook de spraak weg. Het bed is het enige wat nog restte, en al heel snel wist Bep nog duidelijk aan te geven dat zij dit niet wilde en kon. Haar laatste wens was nog een laatste maal alle kinderen te zien, en weten dat het goed was zo.

Op 15 November 2014 is zij in haar slaap overleden.   

Hieronder de woorden, die wij als nagedachtenis willen meegeven:

Lieve moeder, groot- en overgrootmoeder,

Sterven doe je niet ineens
maar af en toe een beetje
En alle beetjes die je stierf,
het is vreemd maar die vergeet je

Het is je dikwijls zelf ontgaan,
je zegt ik ben wat moe
Maar op een keer dan ben je aan,
je laatste beetje toe

Toon Hermans

Die versregels, ze tekenen zo de tegenslagen die je hebt gehad.
De operaties, en dan een paar jaar geleden de eerste hersenbloeding. Steeds waren wij al bang je kwijt te raken, maar ook steeds kwam je er weer bovenop.

Tot het overlijden van pa een paar jaar terug nu. Dat was een klap die je niet meer kon verwerken. Alleen achterblijven na meer dan een halve eeuw huwelijk waarbij jullie zeker de laatste jaren onafscheidelijk waren.
Toch probeerde je nog positief te blijven en vaak trok je erop uit in de rolstoel.  Alleen of met de wandelclub. Nog genieten van de natuur en de omgeving. Vaak was er hulp nodig, en het besef kwam ook terug dat die hulp er was, zelfs van wildvreemden.

Je kon nog enorm genieten van de bezoeken van de kinderen, de kleinkinderen en de achterkleinkinderen. Altijd keek je weer uit naar het volgende bezoek. Met mooi weer samen een ijsje halen en genieten van dat mooie weer.
Of beneden in de tuin van het verzorgings tehuis kletsen met andere bewoners. Een grapje, een lach en een roddel kwamen dan altijd wel voorbij.
Nu is toch dat laatste beetje gekomen. Deze keer wist je zelf ook dat het niet meer veel beter zou worden en dat wilde je ook niet meer. Het is een keuze die wordt begrepen en gerespecteerd. Het is goed zo, en we weten allemaal dat je nu niets liever meer wilt als weer bij pa zijn.
Ga maar, wij redden ons hier. Je weet dat wij allemaal goed terecht zijn gekomen, en dat we jullie niet zullen vergeten. Kijk samen nog maar eens naar beneden, en weet dat we aan jullie denken.
De kleinsten en jongsten onder ons zien juliie weer samen, als sterren aan de hemel.

Bep van Lier-Rooders