Amandus van Lier 1752 – 1806

Een zwart schaap in Brabant?

Amandus Bernardus van Lier werd gedoopt op 14 mei 1752 in ‘s Heerenberg.

Ook hij werd vernoemd naar een heilige, niet ongebruikelijk in die tijd, en hetzelfde zagen we ook al bij zijn broer en zusters: Mechtildis, Aleida en Oswaldus. Over de naam Amandus:

Uit het latijn, ‘lieflijk, beminnenswaardig’. De heilige Amandus, afkomstig uit Aquitanië, was apostel van de Belgen onder koning Dagobert. Hij predikte vooral in het gebied van Gent en is later waarschijnlijk bisschop van Maastricht geweest. Hij stierf rond 680 in het klooster dat naar hem St.-Amandsberg genoemd werd; kerkelijke feestdag: 6 februari en 26 oktober. De naam Amandus kwam in het bekeringsgebied van de heilige pas betrekkelijk laat op. Er is een abdij in Gent, gesticht door Amandus.  In de 16e eeuw is de naam in het zuiden pas goed in gebruik, en ook vrouwelijke vormen als Amandyne komen dan op.

Amandus huwt in 1787 op 34 jarige leeftijd met Johanna Geurts. Johanna is afkomstig uit Lathum, bij Zevenaar. Uit het echtpaar zijn 5 kinderen bekend:

  • Elisabeth 1790 – 1844 huwt W. van Bedaff
  • Helena 1793 – 1849 huwt J. van Enckhuisen
  • Joannes 1796 – 1853 huwt Anna Kuipers
  • Anna Antonia 1799 – 1877 huwt W. Paulussen
  • Wijnandus 1802 – 1854 huwt J.P. Wilhelmus

Het is drie jaar na het huwelijk, in 1790 als we het echtpaar terug vinden in Breda. Op 3 februari 1790 wordt in Breda dochter Elisbeth gedoopt, het eerste kind van de familie.

Hoe het echtpaar daar terecht is gekomen is niet bekend. Wel bekend is dat Amandus de kost verdiende als tuinman en hovenier, mogelijk dat hij zoekende naar werk in Brabant was terecht gekomen.

In 1804 wordt er een borgbrief afgegeven door de armen gemeente van Lathum, gericht aan het gemeente bestuur van Ginneken.

In de achttiende en het begin van de negentiende eeuw had men vaak een borgbrief of ‘akte van idemniteit’ nodig om van de ene stad of dorp naar de andere te verhuizen. De instantie die de akte verstrekte gaf hiermee een garantie af dat als de betrokkene armlastig werd, zijn of haar onderhoud voor rekening kwam van de borgsteller. Zonder borgbrief kreeg men elders geen toestemming om zich te vestigen. Het doel van de borgbrief was het voorkomen dat bijv. armlastigen zich in grote getale in een andere stad of dorp vestigden.

De familie was aan armoede ten prooi gevallen, en Amandus aan lager wal geraakt. Twee maanden eerder was er al een brief verzonden door de schepenbank van Ginneken en Bavel aan het gemeentebestuur van ‘s Heerenberg en Lathum in welke vermelding werd gemaakt van de omstandigheden waarin de familie verkeerde. De strekking van de brief gaf duidelijk aan dat het gemeente bestuur van Ginneken het niet eens was met het gedrag van Amandus, en niet van plan was om hem op welke manier dan ook financieel bij te staan:

BURGERS ! 

Bernardus van Lier geboore van ‘s Heerenberch en Johanna Geerts geboore van Lathum bijde uwse respective inboorlingen, sedert verschijdene  jaaren so hier, als elders als tuinman gediend en gefungeert hebbende, dog nu sedert een geruijmen tijd tijd door luijheid of kwaad aardigen gedragingen sig geheel en al van’t werken afgesonderd en door dien weg van sijn bestaan beroofd. 

Ten welken gevolgen de gemeentens of armen kassa alhier, en welke voor onse eijgene inboorlingen een sober bestaan opleeverd, veel te lijden heeft. En ten anderen in deze omstandigheeden de last onser eijgene inboorlingen van tijd tot tijd drukkender word goedgevonden  dezelve persoonen.

En dewijl de vrouw daartoe zig zeer geneegen toond tot hun lieder geboorten plaats te doen transporteeren ten koste van deze gemeente met bijvoeging in gelde ad 60 Gls, provisioneel voor onderhoud der alhier geboorne kinderen, met offerte dat wij op de eerste aanschrijving van uws indien gij zulks nodig oordeeltde nodige ontlast brievender alhier geboorne kinderen als naar gewoonte zullen oversendenen tot derzelven onderhoud zoo lang nodig zullen contribueeren.

Wij twijfelen geenssints en neemen wijders de vrijheid uws te recommandeeren of gij zult uw lieder inboorlingen bereidvaardig ontfangen en van het noodige leevens onderhoud versorgen, daartoe wij wederkeerig in diergelijke gevallen ons op het plechtigste verbinden.En wij zullen niet ophouden Gode te smeeken dat hij uw neeme in Zijne Heijlige bescherminge.

In het kort kwam er het op neer dat Amandus geen inkomsten meer had, en op de armenkas terug viel. De gemeente (schepenbank) was echter de mening toegedaan dat hij nog wel degelijk tot werk in staat was, maar dacht ook dat het beter was als de echtelieden terug keerden naar de plaats van herkomst. Dan kon men daar de zorg en kosten dragen.

Na het zenden van deze brief, ontvangt echtgenote Johanna Geurts (of de schepenbank) echter een borgbrief (zie hierboven) uit Lathum,  die het welzijn voor Johanna waarborgt, deze brief al net zo plechtig:

Verklare wij ondergetekenden, als Diaken van de Roomsche Catholijke arme gemeente van Lathum dat zo het mogte koomen te gebure dat Johanna Geurts in heeuwelijk staande met Bernardus van Lier.

Dat zij voorgenoemde Johanna Geurts tot onverhoopte armoede mogte te vervalle dat wij diaken of onse opvolgers na ons ten allen tijden verpligt zullen zijn dezelve door christelijke pligten als onse eijge arme te ondersteune en zoveel moogelijk te onderhouden als onse arme cas sal gedoogen 

Rondom Armandus (Bernardus) blijft het echter stil. Het zal in huize van Lier echter erom gespannen hebben, en Johanna zal hem ongetwijfeld op de huid gezeten hebben. Wat daar echter precies is voorgevallen blijft verborgen.
Wellicht gedwongen door echtgenote Johanna, of door toedoen van de schepenbank, Amandus keert terug naar ‘s Heerenberg. De genoemde aktes dateren uit eind 1804, dus we mogen er vanuit gaan dat Amandus begin 1805 in ‘s Heerenberg terug is. Hij heeft tijdelijk hulp en onderdak gevonden bij familie.

In Oktober 1806 komt Amandus in ‘s Heerenberg te overlijden, volgens aktes in de huweijksbijlagen van de kinderen. Johanna Geurts blijft met de kinderen in het Brabantse land wonen, zij is verzekerd middels de borgbrief die is ontvangen.
In 1810, op 22 December huwt zij een tweede maal, met Hendrik Vermeulen, een weduwnaar.