Franciscus van Lier 1790 – 1874

Franciscus werd geboren als 11e kind in het grote gezin van Pieter en Cornelia van Lier. De familie huisde in die tijd aan de Veenweg te Nootdorp.

Zijn jeugd en tijd van opgroeien zal bestaan hebben uit armoede, en zal zeker niet gemakkelijk geweest zijn. De allereerst geboren broer en zus, heeft hij nooit gekend, zij stierven nog voor Franciscus was geboren. Op nog jonge leeftijd verliest hij ook zijn vader Pieter in 1809. Als dan waarschijnlijk enige man in huis zal hij de zorg van het levensonderhoud van de familie op zich moeten nemen.  Het is een tijd van zorg en armoede.

Het is vaak dat we het woord armoede tegenkomen in een onderzoek naar voorouders. Het is niet dat wij bij toeval en geboorte in een arme familie beland zijn, het is gewoon een historisch feit dat tot aan het einde van de 19e eeuw ongeveer 80% van de bevolking op de grens van bestaans mogelijkheden leefde. Armoe was gewoon troef!
Grofweg waren er een aantal  lagen van stand en armoede, ofwel economisch welvaren:

  • De armsten, kleine boertjes of tuinders, dagloners, siezoen arbeiders en handelaartjes
  • De zelfstandige boeren en de kleine middenstand
  • De hogere middenstand zoals smeden en andere vaklui, samen met de ambtenaren
  • De adel en bestuurders
  • Een aparte groep was de geestelijkheid

De armste en laagste stand was het sterkst vertegenwoordigt!
De positieve kant van een vaste woonplaats was, ongeacht hoe klein, dat men vaak wat kippen en een geit kon houden, en met een beetje geluk een koe.
Als er daarnaast nog wat grond was om wat gewassen te verbouwen, kon men een eind komen.
De woonomstandigheden waren wel slecht, meestal bestonden de huisjes uit slechts een enkele ruimte, waar me kookte, leefde, sliep en at. Deze sobere omstandigheden droegen vaak bij aan het hoge sterfte cijfer in die tijd.

Na vader Pieter komen achtereen volgens te overlijden:

1813 zus Maria
1814 zus Adriana
1815 moeder Cornelia
1817 broer Martijn

Het zal vrijwel onmogelijk voor Franciscus geweest zijn om alle zorg voor de jongere broers en zussen op zich te nemen, na het overlijden van moeder Cornelia in 1815. Jongste zus Dorothea is dan slechts 10 jaar oud.

Bijna twee weken voor het overlijden van moeder Cornelia huwt hij met Maria van Rijn, eveneens geboren in Nootdorp. Samen kunnen zij het aan om het gezin van onderhoud te voorzien. Het was dus waarschijnlijk goeddeels een huwelijk uit practische overwegingen.

Maria (Marijtje) werd geboren in Nootdorp op 27 Oktober 1791 als dochter van Cornelis Jacobszoon van Rijn en Cornelia Hendriksdr de Vreede.

Het huwelijk wordt ingeschreven in Leidsendam, en in de huwelijks akte wordt Franciscus als tuinder genoemd.
Het gebied waar zij woonden gaf voldoende mogelijkheid om producten als groenten naar nabij gelegen markten te transporteren en verkopen. Plaatsen als Leiden, Delft, Den Haag en Zoetermeer gaven voldoende mogelijkheden hiervoor.

Later vinden we hem terug genoemd als arbeider. Ook hier was het weer een hard en moeilijk bestaan.
Volgens de gevonden documenten, blijft de famiie aan de Veenweg wonen. In de jaren tussen 1796 en 1798 werd in Nederland de burgerlijke stand ingevoerd, waarbij het vandaag de dag een stuk makkelijker is om voorouders terug te vinden.
Meer, die stukken geven vaak meer detail en informatie informatie prijs over onze voorouders.  Met die informatie, en samen met een oneindige reeks van digitale bronnen, kunnen wij ons een beeld en idee vormen over wat onze voorouders in het dagelijks leven ervaarden.  Zo vinden we in de Rotterdamse krant van Juni 1818:

Den 9 dezer, des avonds, tusschen tien en elf uren, kon men aan de zuidzijde dezer stad duidelijk in de verte zien dat er ergens brand ontstaan was. Sedert verneemt men de volgende bijzonderheden omtrent een brand onder Nootdorp, op den hoek van de Dwarskade ontsaan. Aldaar stonden vier schuren, waarvan twee met ca 1500 ton turf en behoorende de schuren aan de weduwe J. Huysman; dezelfde met al de turf geheel afgebrand.
Door de vigilantie der brandspuiten van Nootdorp en van Pijnacker werd  de brand gelukkig gestuit aan de woning van den scheepmaker Beute Meester, de gevolgen waren anders onberekenbaar geweest. De oorzaak van dien brand is onbekend.

Ongetwijfeld zal er heel wat commotie geweest zijn, en de nodige angst totdat de brand geheel onder controle was. Het zal een slapeloze nacht geweest zijn!
Ook in 1837, weer een brand in Nootdorp die de kranten haalt. Deze maal het Dagblad van ‘s Gravenhage, waar gemeld wordt:

Naar men verneemt, is er gisteren morgen een hevige brand te Nootdorp geweest. De omstandigheden zij nog niet met zekerheid bekend, doch men zegt, dat er vier huizen eene prooi der vlammen geworden zijn.

Zeker in een veen gebied, met schamele huizingen, een groot risico.
Een paar dagen later meld de Leydse courant dan:

Allernoodlottigst was den dag van heden voor deze gemeente, daar des voormiddags ten 11 ure, een huis, midden in het dorp gelegen,in brand geraakte, bewoond door twee tachtig jarige lieden, Jan Dijkman en zijne vrouw.
In weinige oogenblikken was dit huis, benevens twee belendende, en nog twee daar tegenover staande met eene steenen stalling, allen met riet gedekt, eene prooi der vlammen geworden.
Door den hevigen wind was de brand zoo vel, dat bij den meesten ijver geene bluschmiddelen baatten. Vele inwoners en vreemden hebben zich zeer verdienstelijk gemaakt.
Door het breken eener ladder, zijn eenige personen gevallen, die zich allen min of meer bezeerd hebben, en waaronder Gerrit Schinkel, de laatste op het dak geklommen, vrij ernstig gekwetst.
Een der brandmeesteren dezer gemeente, Arie Langevelt, is door het instorten eener gevel, op veler plaatsen en vooral inwendig gekneusd.

Openlijken dank brengen wij bij deze toe aan de naburige gemeenten Pijnacker en Leidschendam, die met hunne brandspuiten ter hulp waren gesneld. In anderhalf uur was alles geheel uitgebrand, en zijn vijf huisgezinnen en enkele bijzondere personen van hunne middelen van bestaan verstoken, terwijl van sommige en vooral van Antonie Meijster die eene komenijswinkel deed, genoegzaam niets van den inboedel is geborgen.
De twee laatst in brand geraakte huizen waren slechts voor brandschade gewaarborgt. 

De ondergeteekenden roepen dringend de milddadigheid van hunne landgenooten in voor die lieden hunner gemeente die door dezen brandvan huis have en middelen van bestaan zijn beroofd. Dezer dagen met dankgevoel hebben mogen ondervinden, dat milddadigheid een hoofdkaraktertrek is van Neerlands volk, zoo vertrouwen wij daarom dan ook nu, dat hunne bede niet te vergeefs zal zijn.
Ondertekend door de burgermeester, de pastoor en de lokale predikant.

Vandaag de dag wellicht slechts een klein bericht in de krant, maar in die dagen waren het artikelen die dagen lang in diverse kranten verschenen.

In het gezin van Franciscus en Marijtje worden in totaal 12 kinderen geboren voor zover bekend. De meesten overlijden echter voordat zij nog maar een jaar oud zijn. Er blijven slechts drie kinderen, allen zoons, over die de later ook trouwen en de naam voortzetten.

Toch, ondanks alle moeilijkheden en tegenslagen, bereiken zowel Franciscus als Marijtje een voor die tijd hoge en respectabele leeftijd.
Als eerste komt Marijtje te overlijden, in 1863 op 72 jarige leeftijd. Franciscus komt te overlijden in 1874 en bereikt de leeftijd van 84 jaar.