Jacobus Westhoff 1803 – 1860

Jacobus Martinus Westhoff, werd gedoopt op 25 September 1803.
Hij is 18 jaar oud als hij met de rest van het gezin aankomt in de kolonies in Drenthe.

Na het overlijden van zijn broer Johannes in het militair hospitaal van Oegstgeest, en het deserteren van zijn broer Franciscus JB, neemt hij op de hoeve de touwtjes in handen.
Zeker als vader Franciscus duidelijk last heeft van zijn geestelijke gesteldheid, ziet Jacobus zijn kans schoon en speelt de baas in huis. Jongere zus Maria moet het daarbij soms hard ontgelden.

Als zus Maria met als enige uitweg in 1830 deserteert van de kolonie, staat Jacobus er korte tijd alleen voor. Hij heeft de zorg voor zijn vader, het onderhoud van de hoeve, en zal het huishouden draaiend moeten houden voor zijn vader en zichzelf.
Dat is een taak die hij niet had voorzien, en hij dient een verzoek in bij de kleine raad voor een huishoudster.

De notulen van de maand April 1830:

Jacobus Westhoff, van kol 2, huishoudende met zijnen ouden vader, die wederom tot de kindschheid is teruggekeerd, verzoekende eene huishoudster, daar zijne zuster de kolonie dezer dagen heimelijk verlaten heeft. De kleine raad zal zorgen zoo mogelijk hier eene meid te plaatsen.

In Mei wordt dan de uit het weeshuis van Vlissingen afkomstige Susanna Altaart op de hoeve geplaatst om het huishouden te doen. Het ziet er naar uit dat ook zij de bazige Jacobus niet kan uitstaan, en in Oktober 1830 dient zij een verzoek in bij de kleine raad:

Suzanna Altaart, bestedeling, verzoekende verplaatst te worden van Westhoff bij een anderen kolonist. Is besloten hieromtrent vooraf den ouden Westhoff en zijn zoon te hooren.

Gezien de achteruit gaande gezondheid van de “oude Franciscus’ wordt dit echter afgewezen.
Een maand eerder was Jacobus door een andere kolonist beschuldigt van diefstal. Jacobus moet zich verantwoorden bij de kleine raad, alwaar hij de beschuldiging van:

Jurrien Maatje, zich beklagende, dat hij verleden maandag bij de lading van hooi, aan de Vriesche brug, eenen rijksdaalder was kwijt geworden, dien hij in een zakje in het buis had geborgen, meenende dat hetzelve uit het buis genomen was door Jacob Westhoff

Bewijs is er echter niet, en Jacobus wordt vrijgesproken.

Niet van zins zich al te veel om zijn steeds meer geestelijk achteruitgaande vader te bekommeren, en intussen alleen achtergebleven, zoekt Jacobus een uitweg van de kolonies. Vlak voor de jaarwisseling 1830 – 1831, verzoekt hij de kleine raad “eene reispenning, wijl hij aanstaanden maandag als schutter zou uittrekken”

De schutterijen werden gevormd uit de beschikbare en weerbare mannen boven de 18 jaar. Alle mannen met de NL nationaliteit, tot 50 jaar kwamen hiervoor in aanmerking. Het was een soort voorloper van de dienstplicht.
Ten tijde van de Republiek der verenigde Nederlanden (tot 1795) eerst alleen in de steden. Bij de wet van 1827 werden de schutterijen ingesteld om in geval van oorlog te dienen als versterking van het leger. Verder zorgden zij voor het handhaven van de rust binnen de steden. De dienstverrichtingen bestonden vooral uit het houden van schietoefeningen, waarbij schijven als doel werden gebruikt. Verder was er een onderscheid tussen dienstdoende (grotere steden met minimaal 2500 inwoners) en rustende schutterijen (overige steden en platteland). In 1901 werden de schutterijen opgeheven.

Er heerst al enige tijd onrust in de Zuidelijke Nederlanden, en koning Willem I vond het tijd worden om de opstandelingen met wapengeweld tot de orde te roepen.
De oproep voor vrijwilligers viel echter tegen, maar een oproep voor de schutterijen voor actieve dienst vond wel gehoor, en leidde zelfs tot een enorm aantal nieuwe rekruten, waaronder Jacobus, die zijn kans op een uitweg hierin ziet.

Hoewel hij de “reispenning” niet krijgt, vertrekt hij toch, vrijwel zeker met de Friese Schutterij op 2 januari 1831, zijn vader alleenstaand achterlatend.

Hierboven een afbeelding van de Friese Schutterij met de uniformen uit de tijd van Jacobus. Twee schutters en een tamboer, volgens dit overzicht; friezen in de tiendaagse veldtocht, zou Westhof, Jacobus Franciscus; tamboer 2e afd., 1e bat., 4e compagnie, dus als tamboer vertrokken zijn.

Waarschijnlijk is zijn naam verkeert ingeschreven, want uit zijn huwelijksakte blijkt dat hij daadwerkelijk bij de Friese Schutterij in dienst is geweest. Dat is na een hiaat van een zestal jaren, als Jacobus Martinus huwt met Josina Hanekamp.

Het huwelijk vond plaats in Leeuwarden, op 14 Mei 1837 waarbij de huwelijksakte onder andere vermeld dat “Jacobus Martinus, zonder bepaald beroep, geboren te Amsterdam, wonende te Frederiksoord onder Noordwolde gemeente Weststellingerwerf, dienende thans als schutter bij het eerste bataillon, den tweede afdeling mobiele Vriesche Schutterij” van “den dienstdoenden commandant” toestemming had verkregen om dit huwelijk aan te gaan.

Uit dit huwelijk worden een viertal kinderen geboren, allen in leeuwarden waar Jacobus en Josina blijven wonen. Jacobus komt uiteindelijk te overlijden in leeuwarden op 15 Februari 1860, en werd 56 jaar. Nazaten van het echtpaar zijn hier tot op de dag van vandaag te vinden. Zie hiervoor de personen database.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *