Maria Westhoff 1810 – 1853

Maria Magdalena Anthonia Westhoff

De enige dochter, en tevens de jongste van het gezin, werd gedoopt op 21 Juli 1810 in Amsterdam. De doopgetuigen Petrus van Nieuwenhijsen en Anna Maria Westhoff waren de zus en zwager van haar vader.

Zij is nog maar twee jaar oud als haar moeder komt te overlijden en groeit dus als half wees op. Nog maar nauwelijks elf jaar oud maakt zij met haar vader en oudere broers de tocht naar het verre Drenthe, en komt samen met het gezin in de kolonie 4 op hoeve 62, het latere Wilhelminaoord.

Omdat zij nog te jong is om voor het huishouden de complete zorg te dragen, wordt er vrij snel na aankomst een huishoudster “vrouwmeid” bij het gezin geplaatst. Dit gaat niet lang goed, en deze zal na twee jaar weer overplaatsing aanvragen, omdat zij “niet langer met dit soort menschen wenst om te gaan”.

Daarna neemt Maria het weer over, maar met een viertal oudere broers zal zij het niet makkelijk gehad hebben. Dat blijkt uit het feit als zij een paar jaar later, in November 1827 de benen neemt. Zij heeft er duidelijk genoeg van.

Maria zal een jaar wegblijven, en in Oktober 1828 komt zij weer terug op de kolonie. Terug kerende “vluchtelingen” kregen via de tuchtraad een straf opgelegd, en verbleven meestal een tijd in de strafkolonie. Wat Maria aangaat is hierover echter niets terug gevonden.

Mogelijk is het haar vergeven, nadat zij later zal verklaren dat ze weggelopen was omdat “haar vader gekrenkt in zijnen geestvermogens geen gezag over zijn zoon Jacobus meer had, die haar van tijd tot tijd zoodanig mishandeld had dat zij in het huisgezin bij haar vader geen rust of vreden had kunnen hebben“.

Gedurende haar afwezigheid is ook broer Franciscus Johannes weggelopen, zodat Maria nu nog alleen met haar vader en broer Jacobus Martinus op de kolonie woont. Uiteraard zijn er periodes met daarnaast andere ingedeelden voor het werk, maar het gaat hier om de familie Westhoff.

Het ziet er naar uit dat Maria hoofdzakelijk terug keerde uit medelijden voor haar vader, die tekenen van verwardheid en kindsheid vertoonde.
In April 1830 neemt zij echter opnieuw de benen, als haar een verlof periode wordt geweigerd. Deze keer blijft zij echter langer weg en keert terug als haar vader al overleden is.

Waar zij precies verbleef gedurende de jaren van afwezigheid is niet bekend. Het duurt tot 1834 wanneer zij zich vrijwillig bij de kolonie administratie aanmeld om “weder in de koloniale bevolking opgenomen te worden, en zich volledig te zullen onderwerpen aan welke straf daarop staat”
Mogelijk was zij niet ver weg en werd zij zelfs geholpen door andere kolonisten die medelijden hadden met haar.

Zij geeft verder aan dat “zij haar vader in die ellendige toestand waarin hij toen verkeerde niet verlaten zou hebben, en vertelde over de verkeerde behandeling die haar broeder haar aangedaan, maar niet aan de Directie had durven klagen omdat het haar broeder was“.

Maria Magdalena wordt weer op de kolonie ingeschreven, en ingedeeld bij een van de vroegere buren, het kolonisten gezin Braun. Het zal echter van korte duur zijn, en zij komt opnieuw ter sprake als een andere kolonist van een nabije kolonie de raad verzoekt om met Maria in het huwelijk te mogen treden.

Deze laatste had kort geleden zijn vrouw verloren, en had nog kinderen die zorg nodig hadden. De oudste was tenslotte nog maar 8 jaar oud. De 25 jarige Maria leek hem daarvoor een geschikte kandidaat. De raad is het wel eens met het voorstel, maar tot een huwelijk komt het uiteindelijk niet.

Kort daarna verlaat Maria de kolonie en zal niet weer terugkeren. Er is opnieuw een hiaat in haar verblijfplaats(en), maar in 1837 duikt zij op in Den Helder, waar ook broer Franciscus Johannes woonde.

Zij is een relatie aan gegaan met Jan Petter, twee jaar ouder dan Maria en werkzaam als scheeps timmerman op de rijkswerf in Den Helder. In ieder geval verzekerd van inkomsten, en wellicht een beter bestaan.
In 1838 wordt er bij de burgerlijke stand een levenloos geboren meisje aangegeven, geboren op 26 Maart 1838.

In Juli 1839 wordt er nog een zoon Jan geboren, en in Februari 1841 een dochter Jannetje, beiden in Den Den Helder.

In November 1841 besluiten Jan Petter en Maria Magdalena Westhoff dat ze dan toch maar eens moeten trouwen, anders komt het er niet meer van.

Bij het overleggen van de wettelijk vereiste papieren zoals geboorteaktes etcetera, staat er in de akte vermeld: ….. vervolgens verklaarden ons de verloofden bij deze te erkennen en te wettigen twee kinderen genaamd Jan Westhoff geboren alhier den dertienden Juli achtienhonderd en negenendertig en Jannetje Westhoff geboren alhier den vijf en twintigsten Februari dezes jaars waarvan de geboorte akten hierbij zijn overlegd …..

Nadat zij wettelijk gehuwd zijn wordt er op 6 Maart 1843 in Den Helder nog een zoon geboren, Joan Fredrik Petter.

Hierna verhuisd het echtpaar naar Vlissingen, waar Jan op het “marine etablissement Vlissingen” als scheeps timmerman 1e klasse aan het werk kan.

Beiden zullen uiteindelijk relatief jong in Vlissingen komen te overlijden, als eerste Maria Magdalena op 1 Januari 1853 en Jan twee jaar later op 10 Oktober 1855.

Verdere gegevens in de personen database.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *