Louis Vogel 1823 – 1853

Louis Bernardus Vogel 1823 – 1853
Anthonie Bernardus Karel Vogel 1852 – 1929

Op deze pagina wordt een zijsprong gemaakt vanuit de familie Rooders, de familienaam van mijn moeders kant waar ik mijn naspeuringen mee begon.
 
Ik diende in die tijd zelf bij Koninklijke Marine, en kwam er achter dat 100 jaar voor mij een voorvader ook bij de KM gediend had. Reden genoeg om te zien of ik wat meer over deze persoon te weten kon komen.
Dit zoeken ging van Amsterdam naar Vlissingen, van Vlissingen naar Den Helder van Den Helder naar Haarlem, met bezoeken aan de archieven in alle genoemde plaatsen. Een reis door de tijd, en door de lengte van Nederland, maar zeker de moeite waard want het leverde de volgende gegevens op:
 
De geschiedenis vangt aan met Louis Bernardus Vogel. Hij wordt geboren op 9 februari 1823 in Amsterdam, aan de Elandsgrachts gang. Op zijn geboorte akte wordt alleen de naam van zijn moeder weergegeven: Sophia Carolina Elisabeth Vogel.
De aangifte wordt gedaan door de vroedvrouw, Geertruij de Bruin op 12 februari. Louis groeit dus op in de Jordaan in Amsterdam, en heeft zijn vader nooit gekend. Hij gaat door het leven met de achternaam van zijn moeder. Over zijn jeugd is verder niet veel bekend, maar het zal geen makkelijke tijd geweest zijn. 
 
Voor menigeen in die tijd was de Koninklijke Marine een uitweg uit het heden of een vlucht voor het verleden, armoede of onfortuin. Anderen zochten het avontuur en gingen uit vrije wil op pad. De maatschappelijke achtergrond was al even verschillend, en overwegend waren de personen die intekenden als zijnde zonder beroep.
 
Wij vinden Louis ruim twintig na zijn geboorte terug in 1846 in Vlissingen, waar hij op 11 Maart in het huwelijksbootje stapt met Maria Regters, geboren in Schagen, dochter van Anthonie (Theunis) Regters en Geertruij (Geertje) Tromp.

Hij dient dan als kwartiermeester bij de Koninklijk Marine, op het wachtschip Maas en in de huwelijks akte staat vermeld dat bij de voltrekking van het huwelijk dat zijn moeder afwezig is, en dat  “geboorteplaats of ener plaats van overlijden” onbekend is.

Het echtpaar krijgt in totaal drie kinderen:  Louisa Bernardina, Geertruida Cornelia en Anthony Bernardus Karel. De geboorteaktes van de kinderen vermelden ook steeds het beroep van de vader, zodat we zijn loopbaan uit die tijd kunnen volgen:
 
02 okt 1846 geboorte Louisa Bernardina, kwartiermeester op ZM Prins van Oranje
15 aug 1849 geboorte Geertruida Cornelia, schieman ZM Sumatra
18 jan 1852 geboorte Antonie Bernardus Karel, zeeman
 
Kwartiermeester:
De rang onder de bootsman, met wie hij de taken deelde
 
Schieman:
Onderofficier die onder andere belast was met het onderheid en reinheid van het schip. Ook hoog-bootsmansmaat
 
Bootsman:
Leiding gevende onder officier belast met het toezicht op de matrozen en belast met de zorg over alle dek werkzaamheden
 
Een van de kinderen, dochter Louisa Bernardina, komt al vroeg te overlijden, op 6 jarige leeftijd op 9 november 1852 in Vlissingen.

Louis is dan onderweg naar West Indie, met het Z.M. brik van oorlog de Koerier, en dient aan boord als bootsman. Waarschijnlijk kreeg hij pas veel later te horen dat zijn dochter overleden was, de post en ook de schepen deden er in die tijd veel langer over dan nu.

Maar de familie blijft geen leed bespaard. Nauwelijks drie maanden na het overlijden van de jonge Louisa, slaat het noodlot opnieuw toe.
Is het na het verkrijgen van het overlijdens bericht dat Louis zelf komt te overlijden? Gezien de tijdsduur dat berichten de ontvanger konden bereiken is het zeker mogelijk. Feit is dat Louis op de rede van Paramaribo door een golf van het schip wordt geslagen, en verdrinkt. Was hij met zijn gedachten thuis na het ontvangen van het slechte nieuws over zijn dochter? Hij is dan bootsman bij de KM, en dus zeker geen onervaren zeeman.
 
De familie krijgt pas bericht in juni van het overlijden van Louis, en als datum van zijn overlijden wordt 8 maart 1853 opgegeven. Hij laat dan een vrouw en twee kinderen achter. Maria keert later terug naar Noord Holland, waar zij in Den Helder op 23 mei 1873 hertrouwt met Jacob van Schadewijk, smid van beroep en weduwnaar.
Hieronder een afbeelding van de memorie van successie (is testament) van Louis Bernardus Vogel. De inschrijving vond plaats op 20 juni 1853 in Vlissingen. In deze akte wordt verklaard dat zij woonden op het dok, wijk L nr 90 in Vlissingen, en dat alles wordt nagelaten aan zijn twee minderjarige kinderen.

De nalatenschap heeft ” geene onroerende goederen “, en bestaat uiteindelijk uit “ het voordeelig saldo zijner rekening met het rijk, ten bedrage van Fl 158.19 en eene halve cent”, welk bedrag zoals gezegd aan zijn kinderen ten goede komt.   
 
Anthonie Bernardus Karel Vogel, zijn zoon, zal de maritieme geschiedenis voortzetten.
Anthonie werd geboren op 18 Januari 1852 in Vlissingen, en verliest dus al op heel jonge leeftijd zijn vader. Met de terugkeer van zijn moeder naar Noord Holland, groeit hij op in Den Helder, waar hij op jonge leeftijd (12 jaar) als scheepstimmerman leerling gaat werken. Dit gebeurde vrijwel zeker op de rijkswerf van de Koninklijke Marine
 
De Koninklijke Marine nam Willemsoord in 1827 in gebruik. Het was destijds de modernste marinewerf in Europa. In 1993 concentreerde de Marine alle onderhoud aan schepen en ander materieel op het Nieuwe Haventerrein in Den Helder. Ook de nieuwe accommodatie was in 1993 de modernste van Europa.
 
Als werkgever was de werf zeer geliefd bij de inwoners van Den Helder. Na de lagere school kon men hier een vakopleiding krijgen, die garantie op werk bood. Een baan op de Rijkswerf was er lange tijd een voor het leven. 

Maar Anthonie wil echter in dienst treden  bij de Koninklijke Marine zoals zijn vader voor hem, en hij wordt aangenomen op 18 Januari 1868 als hij de leeftijd van 16 jaren heeft bereikt.

Zijn dienstverband is voor 10 jaar en zijn signalement bij in-diensttreding luidt:  Lengte 1 el, 4 palm, 2 duim en 5 streep. Breed aangezicht, blauwe ogen, spitse neus en blond haar.

Hij wordt aangenomen als “jongen” voor het wachtschip te Amsterdam.

Aan de hand van zijn stamboeknummer, 9310, kon zijn volledige loopbaan bij de KM achterhaald worden, en we vinden hem onder andere terug aan boord van een groot aantal schepen en wal inrichtingen. Hij weet wat hij wil, en spoedig na zijn in diensttreding klimt hij op achtereen volgens in 1868 naar lichtmatroos, in 1871 naar matroos derde klasse, in 1874 naar  konstabels maat, en in 1877 wordt hij uiteindelijk konstabel. De konstabel aan boord van de marine schepen uit die tijd was belast met de zorg en onderhoud van de bewapening en munitie.

In 1876 vinden wij hem terug in Den Helder, waar hij huwt op 10 februari met Maria Hendrika Westhoff, geboren in Den Helder, dochter van Franciscus Johannes Westhoff en Wilhelmina Westrik.
    
In 1880 wordt hij opgenomen in het stamboek der onderofficieren, in 1886 wordt hij konstabel majoor, en in 1891 wordt hij uiteindelijk bevordert tot opper-konstabel.

Ook de grotere gedane reizen werden vermeld:

  • 4 Januari 1867 tot 31 Juli 1871 in Oost Indie
  • 9 Juli 1873 tot 1 Augustus 1875 in Oost Indie
  • 6 April 1877 tot 19 Februari 1881 in Oost Indie
  • 16 Februari 1885 tot 12 Maart 1885 in West Indie
  • 27 April 1888 tot 2 Maart 1889 in Oost Indie
  • 20 November 1894 tot 6 Februari 1895 in Oost Indie

 Het is niet verwonderlijk dat met name de Indie reizen voor zeer lange tijd waren. Zo’n reis ging geheel rond Afrika, met in de zuidpunt Kaap de Goede Hoop, de kortere weg door het Suez kanaal werd nog niet gebruikt.
Het was zeker geen pretje om de reis te maken, daar op de schepen uit die tijd de manschappen op het “tussendek” verbleven. Het tussendek is de grote ruimte tussen het hoofddek en het ruim, voorzien van slechts een groot luik, dit voor de toegang maar ook voor licht en lucht. Op de bodem vastgezette kisten dienden als tafel, maar tevens als berging voor het eetgerei, en als zitplaats. Ruwweg bleef er per persoon slechts een vierkante meter toegewezen oppervlakte over.

Aan de zoldering waren de hangmatten bevestigd, en de wanden waren zodanig met latten betimmerd dat daar de persoonlijke uitrusting kon worden opgehangen. De ruimte was echter zo beperkt dat de hangmatten tegen elkaar aanhingen, en men zich alleen gebukt kon voortbewegen. Alles liep door en tegen elkaar, het dek leek op de hersens te drukken en de lucht kwam als lood in de longen. Bij slecht weer werd het luik noodzakelijker wijs gesloten. Een enkele olielamp verlicht dan de ruimte, waarbij de zeeziekte zijn tol ging eisen.
Het moet niet moeilijk zijn zich de dagenlange verpestende atmosfeer voor te stellen van de zure luchten van de zieke, hulpeloos “als vleermuizen tegen de zoldering” hangende soldaten, en de luchten van lading, hars- en teer en de “galjoenen” (toiletten).
Als het weer het dan weer toeliet werd het tussendek van deze “kwade dampen” ontdaan en werd het  naast het luchten en dweilen ontsmet. Hiertoe werd de vloer besprenkelt met hete azijn of men paste beroking toe, het tussendek vulde zich dan met rook afkomstig van het verbranden van jeneverbessen, hars of kruit.
 
Na 111 dagen, een zeer redelijke tijd, het kon ook wel eens 212 dagen worden, kwamen zij dan eindelijk in de kolonieen aan. Als de eerste contouren van de heuvels en beboste oevers dan eindelijk opdoken aan de horizon, raakte het hele schip terstond in rep en roer. Wanneer het schip dan eindelijk ter anker lag, werden zij met bootjes aan land gebracht. Een kans waar menigeen voor lange tijd naar uit had gekeken, maar wat ook weer niet zonder gevaar was! 

De modder van de rivier was bezaaid met krokodillen, een gevaar dat eerst nog getrotseerd diende te worden voordat men eindelijk vaste wal onder de voeten kon voelen. Stond men dan eindelijk aan wal, dan was het beeld dat van vervallen hutjes, en half opgedroogde grachten die in de hitte een hoogst onaangename geur verspreidden. Als iedereen dan eindelijk aan wal verzameld was, werden zij afgemarcheerd naar de kazerne in het hoofdkwartier.  
 
Wat betekende de dienst in Indie voor de marineman persoonlijk?
Buiten de schepen voor algemene dienst, waren de oorlogsvaartuigen verdeeld over verschillende stations, strategisch gelegen plaatsen in de Buitengewesten. De stationscommandant verleende diensten in opdracht van het burgerlijk bestuur, ondernam kruistochten tegen de alom aanwezige piraten, de bemanning werd geoefend, en hydrografische werkzaamheden verricht.
Op gezette tijden wisselden de schepen op de stations elkaar af, en keerden voor herstel terug naar Java. Het marine etablissement te Soerabaja zou in de negentiende eeuw tot de hoofdbasis van de marine in Indie uitgroeien.
Gedurende die reizen heeft Anthonie onder andere deelgenomen aan de oorlogen in Lombok en Atjeh. 
 
De Oorlog van Atjeh begon op 8 april 1873. Op die dag landde het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) op de kust van het Sultanaat Atjeh (Sumatra). Nederland wilde controle hebben over de gehele Indonesische archipel en de piraterij tegen de Nederlandse handelsvaart stoppen.
De de goed bewapende Atjehse strijders vochten echter keihard terug, iets waar de Nederlanders niet op gerekend hadden. Het leger zette daarop alle beschikbare middelen in om het Atjehse verzet te breken.
Rond 1878 werden zo’n 500 dorpen platgebrand, maar ondanks dit en de vele doden bleven de strijders van Atjeh hevige weerstand bieden. Pas later, toen Kolonel van Heutsz zijn “kans” kreeg, werden de strijders de bergen in gedreven , en werden complete dorpen en dynastieen uitgeroeid.
Van Heutsz werd bevordert tot generaal, en werd de “overwinnaar van Atjeh” genoemd. In 1898 werd hij Gouverneur van Atjeh.

Op Lombok rebelleerden de Sasaks tegen hun Balinese vorst en riepen daarbij hulp in van het gouvernement. In Maart landde een expeditieleger op Lombok.
Tijdens onderhandelingen met de vorst van Lombok deden dissidente Balinese edelllieden een verrassingsaanval op de Nederlandse militairen die uitmondde in een slachting met 97 doden en 272 gewonden. Een vergeldingsactie van het leger bracht op Lombok grote verwoestingen aan en kostte de Balinese adel het leven. Bij de verovering van de kraton werd een grote schat aan goud en zilver buitgemaakt en een aantal oude handschriften. 


Er is veel informatie op het internet te vinden over deze oorlogen, dus ik laat het bij deze twee korte toelichtingen. Hieronder wel een opsomming van de medailes die Anthonie gedurende zijn loopbaan ontving:

  • 1875 Bronzen medaille voor langdurige en trouwe dienst
  • 1875 Ereteken Atjeh voor deelname in deze oorlog
  • 1875 Atjeh medaille voor deelname in deze oorlog
  • 1882 Zilveren meaille voor langdurige trouwe dienst
  • 1894 Kleine gouden medaille voor langdurige en trouwe dienst
  • 1895 Lombok kruis voor deelname in deze oorlog

Ik ben in het trotse bezit van al zijn medailes, behalve de gouden, die in die dagen, na overlijden terug moest naar het Ministerie van Defensie, en de zilveren die in de loop der jaren is verdwenen. Hieronder een foto van de overige originelen, die eens toebehoorden aan mijn verre voorvader.

Maar de geschiedenis van verdrinkingen blijft zich op noodlottige wijze herhalen.

Eerder konden we lezen dat de moeder van Anthonie, Maria Regters in Den Helder een tweede maal huwt.
Dit huwelijk werd aangegaan met Jacobus van Schadewijk, die ook weduwnaar was. Uit diens eerdere huwelijk bracht hij een zoon mee, Willem Petrus, geboren op 4 September 1859, eveneens in Vlissingen. Willem Petrus wordt door het huwelijk “halfbroer” van Anthonie, en de twee hebben een goede band met elkaar. Beiden komen uit Vlissingen en beiden dienen bij de marine.

Dan slaat ook hier weer het noodlot toe, op 20 Maart 1880 komt Willem Petrus ook door verdrinking om het leven. Hij dient dan op het ZM Ramtorenschip de Prins Hendrik der Nederlanden. Voor Anthonie een groot verlies dat hem temeer raakt daar zijn vader op een zelfde manier om het leven is gekomen.
 
Op 1 januari 1897 wordt hij met pensioen gestuurd, en verlaat de marine waarbij hem een pensioen wordt toegekend van 484,- gulden per jaar, en daarnaast “eene verhooging van dat pensioen ten bedrage van 165,- ‘s jaars, voor verblijf in militairen dienst in ‘s Rijks overzeesche bezittingen en kolonien en tusschen de keerkringen”.

Die jaren in de tropen werden dubbel geteld, wat ook verklaard hoe hij zo jong met pensioen kon, en de medaile voor 36 jaar langdurig en trouwe dienst verdiende.
De keerzijde van de tropenjaren was namelijk de blootstelling aan vreemde ziekten, en ongewisse gevaren. Het tropische klimaat, gebrek aan comfort en eenzijdige voeding op de schepen, alsmede risicovolle acties tegen zeerovers en opstandige lokale vorsten eisten hun tol. Zij die na ruim drie jaren terugkeerden in in Nederland, zagen er dan uit als vermoeide armzalige zeelieden. 
 
Als Anthonie met pensioen gaat, is hij nog maar 45 jaar en wij vinden hem terug in Haarlem, waar hij zich als concierge van de St Jozefs-Gezellen vereniging verdienstelijk maakt, terzijde gestaan door zijn echtgenote Maria.
Hij moet plezier in dit werk gehad hebben, en in 1910 wordt bij de vereniging in Haarlem zijn koperen jubileum gevierd.
 
De St Jozef-gezellen vereniging werd opgericht door H.C.J.M. (Hubert) van Nispen tot Sevenaer geboren in 1836 te Zevenaar, in Brabant, hij is gestorven in 1896 in Amsterdam. De vereniging richtte zich hoofdzakelijk op katholieke jongeren van 18 tot 25 jaar, en er waren over het hele land verspreid afdelingen van deze vereniging te vinden.
 
Rond 1915 verhuist het gezin van Haarlem naar Den Haag. Verder zijn uit zijn huwelijk in ieder geval twee dochters bekend waarvan de oudste, Maria Geertruida Louiza huwt met Johannes Rooders, mijn overgrootvader aan moeders kant.
In Februari 1926 vieren zij nog samen de gouden bruiloft, na 50 jaar huwelijk.

Op 18 Januari 1929 komt Anthonie op 77 jarige leeftijd te overlijden, en wordt in Den Haag begraven. Drie jaar later, op 4 Februari 1932, komt ook zijn echtgenote Maria Hendrika op 81 jarige leeftijd te overlijden, en ook zij werd te Den Haag begraven.
 
Alle personen en data zijn middels de zoekfunctie in de database terug te vinden en te plaatsen in de diverse stambomen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *