Nicolaas van Lier 1780 – 1846

Opschriften in Veenhuizen, ter herinnering en heropvoeding van de aanwezigen ……

Nicolaas van Lier werd geboren in Den Haag als zoon van Jacobus van Lier en Joanna de Koning, en werd gedoopt op 2 Maart 1780 in de kapel / kerk aan de Oude Molstraat.

Hij is rond 25 jarige leeftijd in het huwelijk getreden met Suzanne Klauser, maar over dit eerste huwelijk is weinig bekend. Het huwelijk zal ongeveer hebben plaats gevonden rond 1805 in Den Haag en uit dit huwelijk is een dochter bekend, Engelina Christina.

Engelina Christina werd geboren op 23 november 1806, en werd drie dagen later gedoopt in de “Groote Kerk” te Den Haag, blijkens extract dat werd overlegd bij het huwelijk.
Zij huwde in 1835 met Paulus Stuiver, en na diens overlijden een tweede maal met Andries Sanders. Andries kwam oorspronkelijk uit Gelderland, de plaats Brummen bij Arnhem en daar keerde het echtpaar later weer terug. Het was ook in Brummen dat Engelina op 14 augustus 1859 kwam te overlijden.

Terug naar Nicolaas. Echtgenote Suzanne Klauser kwam te overlijden op 10 Februari 1815 in Den Haag.
Dochter Engelina verloor dus al op jonge leeftijd haar moeder. Nicolaas blijft lange tijd alleen, verdiende de kost als arbeider en tuinman, en het duurt tot 1829 voordat hij een tweede maal huwt.

Het tweede huwelijk van Nicolaas wordt ingeschreven in Wateringen, alwaar hij op 4 juli 1829 huwt met Johanna Adriana Hoogervorst. Ten tijde van het huwelijk woont hij al in Wateringen, en is daar waarschijnlijk werkzaam.

Johanna Hoogervorst werd ingeschreven in het doopregister aldaar op 14 December 1793, dochter van Arnoldus Hoogervorst en Gertrudis Cornelisdr de Ridder. Zij was ongeveer 28 jaar oud toen zij een zoon kreeg, Nicolaas Hoogervorst, geboren op 21 September 1821 in Wateringen.
De aangifte wordt gedaan door Geertje de Ridder, en de akte vermeld verder dat Geertje is gehuwd met Arij Hoogervorst die “absent” is. De akte vermeld ook dat zoon Nicolaas een onecht kind is.
Later bij het huwelijk wordt deze zoon niet erkend of gewettigd, iets wat normaliter wel gebeurde. Het lijkt er dus op dat Nicolaas van Lier niet de vader was. De vermelding van absentie van Arij Hoogervorst is een ander verhaal.

Zoon Nicolaas is dus 8 jaar oud als Nicolaas van Lier en moeder Johanna Adriana Hoogervorst huwen, maar hij komt jong te overlijden, 14 jaar oud op 4 december 1835 in Wateringen. Zijn overlijdensakte geeft als naam Nicolaas Hoogervorst.

Uit het huwelijk tussen Nicolaas en Johanna komen nog 5 kinderen voort, allen geboren in Wateringen.
Nazaten van de kinderen van Nicolaas en Johanna werden geboren in het Westland, dat onder andere de gemeentes Wateringen, Naaldwijk en Monster omvatte.

Nicolaas van Lier vestigde zich dus eerst in het Westland, Wateringen, en gezien de beroepen zoals vermeld in diverse aktes waarin zijn naam werd genoemd zal hij daar hoofdzakelijk als tuinder gewerkt hebben.

Maar dan zijn overlijdensakte: die werd ingeschreven in Norg in Drenthe.
Er waren al familieleden Westhoff gevonden in die kolonies, en nu ook nog een van Lier. Verder zoeken dus.

Norg valt onder Veenhuizen, en het is daar dat in 1818 een groot sociaal experiment wordt opgestart onder de bevlogen ideeen van generaal Johannes van den Bosch. In Drenthe worden grote gebieden (nog) woeste grond aangekocht, en hier word begonnen met een “proefkolonie”. Het was de bedoeling dat de grond met hulp van de weinige aanwezige boeren zou worden omgevormd tot landbouwgrond.

Verpauperde landgenoten konden op deze manier een nieuwe basis van bestaan vinden, om vervolgens meer kansrijk terug te keren naar de normale maatschappij.
Er zou niet alleen voorzien worden in werk, maar ook in onderdak, zorg en onderwijs. Met behulp van giften konden er een aantal kolonie huisjes gebouwd worden.
Deze bestonden uit een woonruimte van 20 vierkante meter, en twee bedsteden. Zij werden opgetrokken uit steen, en bedekt met riet. Al in november 1818 konden  de eerste 50 gezinnen hier worden opgevangen. In totaal werden er tussen 1818 en 1824 zo’n 400 kolonisten huisjes gebouwd, en daarnaast een 20 woningen voor de wijkmeesters. Voor die tijd een grote prestatie. Het geheel werd ondergebracht in de Maatschappij voor Weldadigheid.

Hoewel het “vrije” kolonies waren, moest iedere kolonist wel precies doen wat er voorgeschreven werd, en werden er werkschema’s en produktienormen vastgesteld waar de lonen aan gekoppeld waren.

Het zal nog een eeuw duren voordat de leerplicht in de wet wordt vastgelegd, maar hier gingen alle kinderen van 5 tot 12 jaar verplicht 5 dagen per week naar school.

Zo leek het er op dat het een voorbeeld kolonie was, zonder overlastgevende bedelaars, en alleen “fatsoenlijke” armen die een nieuw bestaan probeerden op te bouwen.
Ondanks alle mooie vooruitzichten en beloftes, wilden veel arme stedelingen niet naar het barre Drenthe “emigreren”. Zij die er wel naar toe gingen, lieten zich niet zomaar beschaven en omvormen, en kwamen uiteindelijk in opstand tegen het regime dat hen van minuut van minuut voorschreef wat zij moesten doen.
Naast de drie zogenaamde “vrije” kolonien, Wilhelminaoord, Willemsoord en Frederiksoord, kwam er nu een vierde “straf kolonie” voor kolonisten die niet wilden luisteren.

In 1819 werd er een groot opvanghuis gebouwd dat onderdak zou gaan bieden aan ongeveer 2000 bedelaars. Er bestond nog steeds veel armoede, met name in de grotere steden, en de Maatschappij besloot dingen anders aan te pakken.
Bedelaars en vagebonden konden het wel met wat minder voorzieningen doen en men kon voortaan ook onder dwang naar de nieuwe ‘onvrije’ kolonie in Norg gestuurd worden. Maar nog altijd bleek dat veel bedelaars wegbleven omdat zij niet voldeden aan het enige criterium dat nodig was om in Norg voor onderdak in aanmerking te komen, namelijk fysiek tot werken in staat zijn.

Toen echter de giften en daarmede de inkomsten daalden, werd ook deze eis losgelaten om de maatschappij niet verder in de schulden te laten geraken. Alleen blinden en waanzinnigen mocht men voortaan nog weigeren. Tenslotte werden er 178 invalide militairen met hun gezinnen aan de bevolking van Veenhuizen toegevoegd om toezicht te houden op al die bedelaars.  


Nicolaas was in Veenhuizen overleden, dus was geen “vrije” kolonist.
De overlijdens aangifte werd gedaan door twee zaal opzieners, beiden ”woonachtig aan het derde etablissement te Veenhuizen, gemeente Norg”.  
De akte vermeld verder dat hij gehuwd was met Jannetje Hoogervorst, wonende te Wateringen.

Die “vrije” kolonisten waren aan een groot aantal regels onderhevig, en bij ongehoorzaamheid konden zij veroordeeld worden door de Raad van Tucht van de kolonie. Dan kwamen zij voor korte of langere tijd in Veenhuizen terecht, de onvrije kolonie.

Daarnaast kwamen er personen binnen die na rechterlijk vonnis naar Veenhuizen waren gestuurd, vanwege “minder zedelijk of geen goed gedrag”. Onder deze laatste categorie viel Nicolaas.

Stamboek nummer 1336 Nicolaas van Lier, binnen gebracht vanuit Den haag

Bij aankomst gingen de veroordeelden eerst naar de Ommerschans, en werden voorzien van een stamboek nummer voor de registratie. Daarna kregen zij een wasbeurt, werden medisch onderzocht en kregen kleding verstrekt.
De inschrijving hierboven laat zien dat Nicolaas op 30 Augustus 1845 werd binnengebracht, en op 6 September werd hij overgebracht naar Veenhuizen.

Veenhuizen, “bewoners” op zaal

Nicolaas blijft niet lang in Veenhuizen, een jaar later zal hij aldaar komen te overlijden.
Zoals de overlijdensakte laat zien, is zijn overlijden op 16 Augustus 1846. Nicolaas werd dus 66 jaar oud.

Cynisch werd de begraafplaats van Veenhuizen ook wel het vierde gesticht genoemd. Het kerkhof ligt ver buiten het dorp en de gestichten, maar was voor beiden bedoeld. De gevangenen (overleden) werden anonym begraven, en kregen slechts een nummer. Tussen 1823 en 1875 werden hier ruim 11000 mensen begraven. Waarschijnlijk vond Nicolaas ook hier zijn laatste rustplaats.

Gedicht:

Acht lotgenoten bewezen hem de laatste eer  
En lieten hem in een diepe zandkuil neer
De dominee bad het Onze Vader aan zijn graf
De administratie voerde hem van de sterkte af
In een zwart geverfde, vuren houten kist
Rust hij nu, hij die door niemand wordt gemist
Op het vierde kwam er weer een bij
‘t Werd nummer tien, op de zesde rij


Fragment uit het gedicht “er werd  een verpleegde begraven” van Ruurd Faber

Het hele gedicht staat hier

“Het vierde”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *