Pieter van Lier 1751 – 1809

Pieter van Lier werd geboren in Den Haag in 1751 als zoon van Nicolaus van Lier en Maria van Veen. Dit maakt hem tevens een ras hagenees, en de stamvader van de Haagse tak waar ik zelf ook in thuis hoor. Pieter is ook (in naam) de eerste drager van het familiewapen.

Zijn doopinschrijving is terug te vinden in de doopboeken van kerk / kapel  aan de Casuariestraat / Assendelftstraat Den Haag, op 2 December 1751.



Het is aannemelijk dat de familie in het oude centrum van Den Haag woonde. Alle vastgelegde en gevonden gebeurtenissen vinden plaats in en rond de Casuarie straat, de Oude Molstraat, de Schoolstraat, de Assendelftstraat, en andere straten in de directe omgeving.
De jeugdjaren van Pieter zullen de nodige indruk op hem gemaakt hebben, grote gebeurtenissen in en uit die tijd waren onder andere:

  • 1758 grote kermisbrand op het Buitenhof
  • 1760 Prinses Carolina trouwt in de Grote Kerk
  • 1765 Mozart treedt op in Den Haag
  • 1773 Het oude mannenhuis aan de Oude Molstraat wordt in gebruik genomen

Wat zeker een grote indruk achtergelaten zal hebben op de jonge Pieter was de grote kermis brand in Mei 1758. Ruim 70 kramen branden af.
 
De grote kermis in Den Haag was eigenlijk meer een markt dan een kermis zoals we die vandaag kennen. Uit de Vaderlandsche historie door Jan Wagenaar:

“Geene jaarmarkt of kermis in deeze gewesten haalt bij de ‘s Gravenhaagsche, behalven dat deeze Hofplaats zelve en veele en aanzienlijke koopers uitlevert.”

Daarna volgt het eigenlijke relaas over de brand,die vroeg in de morgen ontstond:  ” Op het Buitenhof stonden, naar gewoonte, eene menigte van Kraamen in ryen geschaard, omtrent op ‘t midden, geraakte ‘s morgens ten half vier eene Kraam, die welriekende Wateren en Oliën te koop veilde, in brand: de droogte en ligtheid der stoffe deezer draagbaare Winkelen, bragt te wege, dat drie Kraamen wel haast in volle vlam gloorden.

Eene sterke Noordoostewind voerde de brandende stoffe, na de Kraamen, beneden den wind staande, met zulk een geweld, dat deeze bykans alle in brand geraakten; veele, die boven den wind stonden, kreegen door dwarlingen en terugkaatzingen zo veel ontsteekende vonken, dat zy een zelfde lot ondergingen, en, in minder dan een half uur tyds, vertoonde zich ‘t geheele Buitenhof, als een Vuurpoel.

Alles geraakte in de Hofplaats op de been, de Schuttery en de Militie bezetteden de toegangen tot den Brand. De Brandspuiten werden aangevoerd, doch konden, van eenige noodwendigheden beroofd, den vereischten dienst niet doen, vóór dat het grootste gedeelte der Kraamen, en daar onder de kostbaarste, ten getale van zestig, in de assche verteerd waren. Eindelyk werd men meester van de woedende vlammen, die, door de boomen afgeweerd, de Huizen rondsom het Buitenhof staande onbeschadigd lieten.”

Op vrij jonge leeftijd, 25 jaar, huwde Pieter op 2 Februari 1777 met Cornelia Haens.
Cornelia Haens was afkomstig van Tilburg, waar zij op 6 Januari 1753 als dochter van Cornelius Haens en Johanna van Riel was geboren.

Blijkens is het echtpaar dan al van zins om zich te vestigen in Nootdorp. Mogelijk had Pieter daar werk gevonden als turf graver of steker in de Tedingerbroek polder. Cornelia had in ieder geval een ontlastbrief of akte van indemniteit nodig, ook bekend als borg- of ontlastbrief:

Dit was een verklaring, van de plaats van herkomst van de ingezetene, dat deze de eventueel noodzakelijke kosten voor levensonderhoud zouden betalen. Een garantie dus dat de niewue inwoner niet op de lokale armenkas zou terugvallen in tijden van nood.
Vooral in de 18e eeuw vroegen de in de Republiek gelegen grote steden deze garantie, teneinde de toestroom van armen naar de stad in te dammen. Zonder deze akte kon men zich niet in een stad vestigen als nieuwkomer.

Een afbeelding van de akte van indemniteit staat hieronder, en laat zich lezen als:

Wij schepenen der Heerlijkheid Tilborg, quartier van Oosterwijk, en Meierije van ‘s Hertogenbosch verklaaren bij deesen te garanderen ende instaan voor dezen last ofte schade die den arme is van Nootdorp bij de Leijde daar ofte elders, ten opsigte van Cornelia Cornelis Haens geboortig alhier van Tilborg, zoude kommen overkoomen daarvoor verlossende middelen ende juiste koersen van den armen van Tilborg voorschreve.

Vaak was er voor een huwelijk ook de toestemming nodig van de ouders, en vanwege de afstand tussen Den Haag en Tilburg liet de vader van Cornelia een brief opstellen door de schepenbank van Tilburg waarin hij zijn dochter toestemming gaf om met Pieter te trouwen. Ook deze staat hieronder, en laat zich lezen als:

Compareerde voor ons Cornelis Haens, inwooner alhier, denwelken verklaarde te constanteren en te accoorderen soo als hij deet bij heeden int huwelijk dat sijnen dogter Cornelia, staand voornemens is aan te gaan met Peter van Lier woonende te ‘s Hage

Dat het selve huwelijk van gemelde personen ingevolge de wetten en placcaten van den Lande mag worden gesolemneteert soo dat behoord. Aldus gedaan ende gepassert voor en ten overstaan van ons, acten den achtienden january seven en seventig (1777)

De huwelijks inschrijving in de gaarder registers van Den Haag stadhuis laten verder zien dat beiden bij de inschrijving JM en JD waren.  Jongman en Jonge Dochter betekende zoveel als dat zij niet eerder gehuwd waren geweest.

Met alle documenten in orde, en het huwelijk voltrokken, verlaten zij Den Haag en trekken naar Nootdorp / Stompwijk, waar Pieter (mogelijk) aan het werk gaat als turfsteker of graver.

De Tedingerbroekpolder is onderdeel van een eeuwenoud poldergebied tussen Zoetermeer, Leidschendam/Voorburg, Den Haag en Nootdorp. Dwars door de polder loopt de Veenweg. Dit is een oude polderweg die – al sinds de tachtigjarige oorlog – als verbindingsweg tussen Zoetermeer en Nootdorp dienst doet. 

Het gebied werd al in de Nieuwe Steentijd (3500 jaar voor Christus) bewoond. In de twaalfde eeuw – toen nog een gebied van moerassen en veen – werd het gebied ontgonnen door het graven van sloten. In 1281 verkocht graaf Floris de Vijfde Tedingerbroek (in Delfland) aan de heer Van Teylingen.

Na het graven van het water langs de Veenweg, waarmee het veengebied aan beide zijden kon worden ontwaterd, zakte de bodem door inklinking van het veen. Mede als gevolg hiervan nam de wateroverlast vanuit het gebied langs de Oude Rijn toe. Om hieraan een eind te maken besloot het Hoogheemraadschap van Delfland in de 12e eeuw een dijk aan te leggen langs de rand van haar gebied: de Landscheidingsdijk, voor die tijd een echt deltawerk. Hoewel de hoogte van de dijk en het gevaar voor overstromingen sindsdien fors is afgenomen, heeft de dijk nog steeds een water kerende functie.

Een tweede grote ingreep in het landschap vindt plaats door het veen als turf uit te graven voor brandstof. Hierdoor onstond geleidelijk aan twee kanten langs de Veenweg een zeer groot veenplassengebied tussen Rijswijk, Leidschendam en Zoetermeer. De Tedingerbroekplas was hier slechts een heel klein onderdeel van. Alleen de Veenweg zelf en enkele aangrenzende percelen bleven behouden, met name ter plaatse van deelgebied De Lanen. De oorspronkelijke verkaveling is hier en daar nog zichtbaar. Het plassengebied was rijk aan wild, boerderij ‘Maria’s Hoeve’ aan de Veenweg 119 is in die periode gebouwd als jachthuis aan de plas.

Tussen 1777 en 1795 worden er in totaal 14 kinderen geboren, waarvan er een aantal op jonge leeftijd komen te overlijden. Uiteindelijk blijft er slechts een zoon over waarvan er bekend is dat hij de familienaam voortzet.
Uit de begraaf inschrijvingen van de jong overleden kinderen blijkt dat zeker in de begin jaren het gezin op de armoede grens leefde.
In 1778 overlijden de eerste twee geboren kinderen, beiden binnen het eerste levens jaar. Die inschrijvingen, beiden nagenoeg hetzelfde werden ingeschreven als:

” Heeft Pieter van Lier aangebragt het lijk van zijn kind genaamd …”

Beide begrafenissen werden kosteloos uitgevoerd omdat er geen geld was.
Een begrafenis in 1785 werd ingeschreven als Pro Deo, (de kosten werden door de kerk of de gemeenschap gedragen) waarbij de naam van het kind niet werd ingeschreven.

Pas een aantal jaren later, als er opnieuw begravenissen plaats vinden, wordt vader Pieter aangeslagen in de 4e klasse, wat niet direct op welstand neerkwam.
De arbeiders kregen weinig betaald, en in de winter waren er vaak helemaal geen inkomsten.

Na 1795 zijn er weinig beschreven feiten gevonden.
De gevonden aktes en inschrijvingen van de kinderen, aangaande dopen, huwelijken en begraven, noemen diverse plaatsen: Nootdorp, Nieuwveen en Stompwijk. Een oude overzichts kaart van het gebied geeft wat duidelijkheid hierin. Deze kaart(en) getekend door Jacob Kuyper tussen 1865 en 1870 maakten deel uit van een atlas met gemeente kaarten. Hoewel de tekeningen ruim na de tijd van Pieter en Cornelia dateren, zullen er geen grote verschillen zijn geweest.

Vast staat dat de familie aan de Veenweg huisde, en deze vormde de grens tussen de toenmalige Tedinger Broeksche polder, nu Stompwijk en het Nieuwe Veen, wat tegenwoordig in Nootdorp ligt. Het is daarom dat bestuurlijk gezien of gewoon vanwege afstand en gemak, de inschrijvingen en aangiftes van de gebeurtenissen nogal eens kon verschillen.

Pieter komt te overlijden in 1809, en wordt slechts 57 jaar. De registratie voor de burgelijke stand bestonden nog niet, die kwamen pas in 1811. Er waren wel kerk registers, niet altijd accuraat, en zijn overlijden werd terug gevonden in het register van de kerk, en het extract bij het huwelijk van een der kinderen.
Cornelia komt 6 jaar later te overlijden, in 1815 in Nootdorp. Zij werd 62 jaar oud.

Slechts een zoon blijft over en zal de naam van Lier voortzetten; Franciscus van Lier geboren en gedoopt in 1790.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *