Reinder van Lier 1856 – 1930

Reinder van Lier werd geboren op 9 december 1856 in Weststellingerwerf. Hij was de zoon van Hendrikus van Lier en Meintje Jans Bosch.
De jeugd van Reinder zal niet makkelijk geweest zijn, hij groeide als jongste op in een gezin van zes kinderen, en hij was tien jaar oud wanneer zijn vader evenals een oudere broer in 1866 in Hoorn kwamen te overlijden.
Vader Hendrikus en broer Hendrik Hendrikus zaten een correctionele gevangenis straf uit in de gevangenis van Hoorn, het Oostereiland complex.

Het voormalige gevangenis gebouw, Hoorn – Oostereiland
De gevangenis register inschrijving van vader en zoon van Lier, beiden komen in 1866 in Hoorn te overlijden.

In 1871, Reinder is dan nauwelijks 15 jaar oud, komt moeder Meintje Bosch te overlijden. Het gezin is inmiddels in Vinkega terecht gekomen. De overlijdens akte van Meintje geeft als beroep arbeidster aan, de familie zal wellicht op de rand van de armoede geleefd hebben.
In het geboorte jaar van Reinder, 1856, komt nog een broer van Reinder te overlijden in Rotterdam. Deze broer heeft hij dus nooit gekend. In 1879 als Reinder 23 jaar oud is, komt zijn oudste broer te overlijden.
Van de oorspronkelijke zes kinderen zijn er slechts drie over als Reinder in 1881 zelf op 25 jarige leeftijd huwde met Rinskjen Woudstra.

Het is 19 maart 1881 als dit huwelijk wordt voltrokken.
De inschrijving geeft onder andere aan dat Reinder dan 24 jaar oud is, de kost verdiende als boerenknecht, en de meerderjarige zoon is van het overleden echtpaar Hendrikus van Lier en Meintje Jans Bosch.
De bruid, Rinskjen Woudstra, is dan 16 jaar oud en minderjarige dochter van Reinder Woudstra en Fetje Jelkes Kijlstra (overleden). Vader Reinder Woudstra is bij het huwelijk aanwezig en geeft zijn toestemming.

Vanaf dit punt, de huwelijks voltrekking in 1881, neemt het verhaal een compleet andere wending en vangt deze zoektocht naar de nazaten van deze van oorsprong Friese familiestam van Lier aan.

Zoals hierboven aangegeven bleven er van de oorspronkelijke 6 slechts 3 kinderen over waarvan Reinder de jongste was.
Oudere broer Aaldert, geboren 1848 in Weststellingerwerf, is waarschijnlijk tussen 1906 – 1918 in Amsterdam overleden.

Oudere zus Annigje, geboren 1852 in Weststellingerwerf, verder geen gegevens.

Na het huwelijk tussen Reinder en Rinskjen verhuisde het echtpaar in 1884 naar Barradeel, 70 kilometer verder in noord-westelijke richting. Waarschijnlijk had dit te maken met feit dat Reinder zich beschikbaar stelde voor werk als dagarbeider / boerenknecht, en vertrok naar waar werkgelegenheid was.

In de drie jaar na het huwelijk en de verhuizing werden de eerste twee kinderen geboren, zoon Reinder in 1881 nog in Weststellingerwerf, en in 1884 zoon Hendrikus in Barradeel als het echtpaar zich daar vestigde. Bij beide geboorte aangiftes is vader Reinder nog aanwezig en doet zelf de aangifte.

In 1888 wordt derde kind en zoon Theodoor in Denekamp geboren.
Deze aangifte werd gedaan door Wieger de Vries, polderwerker, “geadsisteerd” door twee getuigen, Augustinus Wintels, schoenmaker en Johannes Sneijink, klompenmaker, die samen verklaren dat Renske Woudstra, zonder beroep, echtgenoote van Reinder van Lier, polderwerker, in het huis van Wieger de Vries is bevallen van een zoon.
Vader Reinder is echter door afwezigheid verhinderd in persoon aangifte te doen.

De volgende registratie is in 1889 in Den Bosch.
Op 5 september van dat jaar wordt de geboorte ingeschreven van Geertje van Lier, dochter van Reinder van Lier en Renske Woudstra.
De aangifte werd gedaan door de vroedvrouw, verklarende dat Geertje op de tweede september werd geboren, en dat vader Reinder, oud 26 jaren, als op reis zijnde de aangifte niet heeft kunnen doen.

Een jaar later, december 1889, opnieuw een inschrijving. Dochter Neeltje werd geboren en deze inschrijving vond plaats in Vught.
Vanaf dit punt neemt het verhaal een geheel andere wending en dit begint bij de geboorteakte van Neeltje.

De aangifte werd gedaan door Wieger de Vries (zelfde als boven), ook wonende te Vught (is dus met de familie mee verhuist) geen polderwerker meer maar geeft op als beroep treinsmid.

Als moeder wordt opgegeven niet Renske (Rinskjen) Woudstra, maar Mina Marensita Woudstra, zonder beroep en echtgenote van Rijnder van Lier. Een doorhaling / invoeging geeft aan dat Wieger bij de bevalling aanwezig was, vanwege afwezigheid van de vader van het kind.

Een volgende stap was de bevolking registers eens nagaan.
Als eerste het bevolkings register Cromvoirt. Op 12 oktober 1891 worden hier ingeschreven Mina Marensia Woudstra als hoofd van het gezin, met de kinderen Rijnder, Hendrikus, Theodoor en Geertje. Twee maanden later zou Neeltje worden geboren, Rinskjen was dus hoogzwanger, gaf niet de familienaam van Lier op, veranderde on-officieel haar voornaam en op dat moment is vader Reinder buiten beeld.
Een wat vreemde situatie die alleen nog maar vreemder wordt, een dag later vertrek zij uit de gemeente en wordt uitgeschreven naar Vught.

Het bevolkings register Vught geeft aan dat zij op `9 oktober werd ingeschreven, komende van Cromvoirt. Dezelfde kinderen worden vermeld, en de dan geboren dochter Neeltje wordt vermeld als geboren op 17 december 1891 in Vught en wordt bijgeschreven in het register.
Twee jaar later, 1893, vertrekt het gezin naar Amsterdam.

In Amsterdam wordt op 4 mei 1894 het volgende kind geboren, dochter Femmegina.
Deze aangifte werd gedaan door de vroedvrouw, die als moeder aangeeft Mina Marensar Woudstra, wonende aan de tweede Spaarndammerstraat, echtgenote van Reindert van Lier “wiens beroep en verblijfplaats onbekend zijn”.

De geschiedenis blijft zich herhalen bij de geboortes van de volgende kinderen: Hendrina Catharina in 1896, Wiegger in 1898, Wilhelmina in 1899, een levenloos kind in 1901, Mina Marensar in 1903 en tenslotte Gerrit in 1904. Alle kinderen werden geboren in Amsterdam en alle aangiftes werden gedaan door verschillende personen waarbij vader Reinder afwezig bleef.

Onverklaarbaar blijft vooralsnog de wijziging en gebruik van Rinskjen naar Marensia.
De voornamenbank van het Meertens instituut geeft een mogelijke aanwijzing:

Emerentiana. De heilige Emerentiana was een Romeinse martelares, waarschijnlijk rond het jaar 304. Zij stierf tijdens de vervolging van de christenen rond die tijd.
In Rome werd tussen 1940 – 1942 een kerk gebouwd, de Sant Emerenziana a Tor Fiorenza, en ter nagedachtenis aan haar gewijd. Sinds de 16e eeuw zijn vormen van deze naam in Nederland in gebruik.

De mogelijke verklaring van de naam: uit het latijn emereo(r) “ik verdien geheel”

De kerk in Rome

Het blijft onduidelijk waarom Rinskjen juist deze naam koos, ging gebruiken in het dagelijks leven, en zelfs een dochter zo noemde. Was zij diep gelovig? Voelde zij zich minder vanwege het feit dat zij steeds met de kinderen achterbleef en vader Reinder schitterde door afwezigheid? Zag zij zichzelf als een martelares met die verantwoording? Het is waarschijnlijk nooit meer te achterhalen of te bewijzen.

Rinskjen (Mina Marensar) blijft met de kinderen in Amsterdam en de kinderen groeien op zonder vader.
Van de twaalf kinderen zullen er 9 later in het huwelijk treden, tussen de jaren 1903 en 1926.
Bij alle huwelijke behalve het laatste geven de aktes aan dat de woon of verblijfplaats van vader Reinder onbekend is, en is hij niet bij het huwelijk aanwezig.

Het laatste huwelijk, in 1926 is dat van dochter Wilhelmina van Lier, als zij in Amsterdam huwt met Marinus Munikes. Vader Reinder leeft nog,
De huwelijks akte geeft aan dat de vader van Marinus reeds is overleden, en dat de moeders van de aanstaande bruid en bruidegom beiden bij de voltrekking aanwezig zijn. Verder dat Wilhelmina van Lier, meerderjarige dochter van Reindert van Lier, grondarbeieder en wonende te Losser toestemming heeft gegeven voor het voltrekken van het huwelijk middels een overlegde authentieke akte.

De akte waarmee vader Reinder toestemming geeft voor het voorgenomen huwelijk.

Wat bezielde Reinder om zijn echtgenote op deze manier achter te laten, en/of te verlaten. Het echtpaar is nooit oficieel gescheiden, en Reinder moet dus ondanks het feit dat hij steeds werd vermeld als zijnde woon of verblijfplaats onbekend zijn echtgenote Rinskjen hebben opgezocht.
Rinskjen zal dus toch meer hebben geweten dan zij de kinderen vertelde.
Ook het feit dat ogenschijnlijk geen der kinderen bij de huwelijken moeite hebben gedaan te achterhalen waar vader verbleef, behalve dochter Wilhelmina die hem in 1926 in Losser wist op te sporen, blijft vreemd.
Wel opmerkelijk is dat Rinskjen alleen het gezin wist te onderhouden, en dus middelen van bestaan moet hebben gehad. Of was het toch dat vader Reinder nu en dan financieel bijsprong en zijn verantwoording nam?

Rinskjen (Mina Marensia) Woudstra 1863 – 1927

Een jaar na het huwelijk tussen Wilhelmina van Lier en Marinus Munnikes komt Rinskjen in Amsterdam op 27 maart 1927 te overlijden. Zij werd 63 jaar oud.

Reinder van Lier bleef tot aan zijn dood on Losser wonen, hij kwam te overlijden op 5 september 1930 en werd 73 jaar oud.

Overlijdensakte Reinder van Lier 1930

Het bovenstaande is een triest verhaal, waarin toch gebeurtenissen uit een alledaags leven ruim worden belicht. Het zijn de verhalen van gewone mensen met de moeilijkheden van het bestaan, de problemen waar wij geen weet van hebben, de feiten die kunnen worden achterhaald zonder daadwerkelijk redenen te vinden waarom een leven zo verliep.
Het is echter ook de tragiek die binnen een stamboom onderzoek de speurtocht levend blijft houden, en soms achter alledaagse levens schuil kan gaan.

Alle namen en data zijn terug te vinden in de database, via het menu hierboven.