Westhoff

De oorsprong van de familie Westhoff lag in Duitsland. Vanaf begin 1700 woonden familieleden in de Jordaan in Amsterdam.

De Jordaan werd aangelegd rond 1610, bij de derde stadsvergroting van Amsterdam, en was oorspronkelijk bedoeld als een wijk voor de kleine burgerij, voornamelijk bestaande uit handwerklieden en neringdoenden. De buurt werd begrensd door de Brouwersgracht, Raamstraat, Lijnbaansgracht en de Prinsegracht.
De oorspronkelijke bouwgrond waarop de Jordaan verrees was in handen van de regenten en grondspeculanten. Bouwplannen en voorschriften bestonden niet, paden werden verbreed tot straten en sloten werden uitgediept tot grachten.
De bewoners waren hoofdzakelijk Europeanen uit omliggende landen, die niet of nauwelijks Nederlands spraken, zoekend naar werk voor een schamel loon, en de Jordaan werd een pauperbuurt.
De Jordaan werd een opeenstapeling van vochtige kelderwoningen, eenkamer woningen van 20 vierkante meter, een wirwar van stegen en modderige gangen met stinkende grachten en modderige gangen. Gezinnen van acht of meer personen waren geen uitzondering, en men sliep bij elkaar op lompen.

In deze tijd was het gereformeerde huwelijk het enige kerkelijke huwelijk dat geldig was voor de wet. Voordat een huwelijk gesloten kon worden moesten er diverse handelingen worden verricht. Een bruidegom die nog geen 15 jaar oud was en een bruid die de leeftijd van 20 nog niet had bereikt, hadden de toestemming van de ouders nodig. Was deze toestemming verkregen, dan ging het toekomstig echtpaar in ondertrouw, en werden de drie afkondigingen gedaan. Deze werden gepubliceerd op marktdagen aan de gevel (pui) van het stadhuis, en kunnen worden teruggevonden in het archief van Amsterdam, de huwelijksintekeningen van de PUI.

1709 Westhoff x Aarnonts

Hierboven de huwelijks afkondiging van Johannes Westhoff en Swaantje Aarnonts uit 1709.
Jan was afkomstig van Engerloo, waarschijnlijk Ennigerloh ten zuid-oosten van Munster. Volgens de inschrijving was hij 27 jaar oud, dus geboren rond 1680 en verdiende de kost als arbeider. Swaantje was Susanna Harmans, 36 jaar oud, geboren in Oldenzaal rond 1675.
Beiden konden niet schrijven, en zetten een kruis als handtekening.

Uit dit huwelijk in ieder geval de volgende kinderen bekend:

Doop datumNaamDoopgetuigenKerkregister
21 jun 1710GerritBarent Westhoff & Grietje WesthofDe Posthoorn
10 apr 1712GertrudisBarent Westhoff & Joannes HarmesDe Toren
24 apr 1713GerardusBernardus Westhoff & Joannes HarmesDe Toren
29 jun 1714Petrus Joannes Haerman & Margareta WesthoffDe Toren
23 nov 1715BernardusJoannes Arens & Margareta WesthoffDe Toren
23 mar 1717Andreas Andreas Sieckeman & Margareta WesthoffDe Toren
22 jul 1718Gertrudis Barent Westhoff & Gesie CamphuisenDe Toren
24 mar 1720GerardusAndreas Sickmans & Agnes HaselcampDe Toren

In 1723 komt Swaantje te overlijden, en op 16 november 1723 wordt zij begraven op het kerkhof van de Nieuwe en Engelse kerk.
Het noemen van de kerken is van belang zoals hieronder zal blijken, de familie bleef generaties lang in de buurt wonen.
Ook de namen van de doopgetuigen, met spellings varianten, komen in de latere generaties steeds terug, waarmee familiebanden aangetoond kunnen worden.

1723 Westhoff x Maanbeek

Na het overlijden van Swaantje huwde Jan een tweede maal zoals te zien in bovenstaande huwelijks afkondiging. Jan werd vermeld als weduwnaar, hij is dan 41 jaar oud, en huwde met de dan 26 jarige Maria Maanbeek.
Maria ondertekende de akte zelf als Manbeck, en was hoewel in Amsterdam geboren, was ook zij mogelijk van Duitse afkomst.

Ook uit dit huwelijk zijn een aantal kinderen bekend:

Doop datumNaamDoopgetuigenKerkregister
07 mar 1725GerardusAndreas Seickman & Anna MaanbeeckDe Toren
26 jul 1727AnnaJoannes Maanbeeck & Margareta WesthoffDe Toren
12 oct 1728HermanusJohannes Bollenhorst & Hendrina v. MengelDe Toren
08 mar 1733BernardusJohannes Maanbeeck & Alida VerbeeckDe Toren

Waarschijnlijk was Maria vermogend, en het gaat Jan na dit huwelijk voor de wind:

In 1725 kocht Jan een huis op het Bickerseiland waar de “Gecroonde Hamer in de gevel staat” voor 3000 gulden.
In 1728 kocht Jan een huis en erf, tussen de Noordermarkt en Lindengracht het derde huis van de Lindenstraat voor de somma van 2600 gulden.
Niet bekend in welk jaar, kocht Jan een huis en erf aan de Lange Niezel.

Alle drie de huizen waren verhuurd, een aardige bron van inkomsten.

Jan kwam te overlijden in 1734 en werd begraven op het kerkhof van de Nieuwe en Engelse kerk op 13 augustus dat jaar.
In 1736 huwde Maria ook een tweede maal, met Hendrik Steenvelt. De kinderen uit het eerdere huwelijk met Jan Westhoff, allen nog jong, staan onder toeziende voogdij zoals gebruikelijk in die tijd.

Maria kwam te overlijden in 1738, en werd begraven op het kerkhof van de Nieuwe en Engelse kerk op 5 september dat jaar. Een maand eerder had zij een testament laten opstellen:

Fragment boedelscheiding waar de comparanten worden genoemd

Zoals te zien op bovenstaande afbeelding vangt het testament aan met het noemen van de comparanten:

Monsieur Hendrik Steenvelt, weduwnaar van Maria Maanbeek te eene, en
de messieurs Jan Maanbeek en Evert Boerboom in qualiteijt als door gemelde Maria Maanbeek bij het nagemelde testament aangesteld en gecommiteert zijnde tot voogden over haare minderjaarige kinderen en erfgenamen door haar in een eerder huwelijk verwekt met Jan Westhoff, en tot administrateurs van derselven goederen met uijtsluijtinge van de d’ Eedele Heeren Weesmeesteren; woondende de comparanten binnen deze stadt…..

Uitsnede testamentmet de namen van de kinderen

… en voorts tot haar testatrices eenige en universeele erfgenaamen geinstitueert haare drie kinderen met naamen Gerrit Westhoff, Jan Westhoff en Hendrik Westhoff bij haar eerdere man Jan Westhoff in huwelijk geprocreeert…..

Van alle de bovengenoemde kinderen uit het huwelijk tussen Jan Westhoff en Maria Maanbeek zijn er dus drie overgebleven, en deze zijn dan nog minderjarig.
Zij krijgen bij testament een som geld toebedeeld en erven twee van de drie huizen, waarbij het huis op het Bikkerseiland nog een verdere geschiedenis krijgt.

Een gevelsteen met zes spijkers met een uit een manchet gestoken hand die een kroon vasthoudt boven een hamer.
De hamer is het belangrijkste gereedschap van de smid, die zich gespecialiseerd heeft in het maken van spijkers.


In 1645 kocht spijkermaker Frederich Frederixsz. Himp op deze plek een erf voor een bedrag van fl 1050,-. Al een jaar daarvoor was hij op deze grond met de bouw van een huis begonnen.
In 1631 was dit een van de erven die in de verkoop waren gegaan door Antonis Oetgens van Waveren, zeven jaar burgemeester van Amsterdam. Hij had de percelen grond geërfd van zijn vader, Frans Hendricksz Oetgens, die ook (en veel langer) burgemeester was geweest.
Het huis staat op Bickerseiland. Dit is (met Prinseneiland en Realeneiland) een van de drie eilanden die in 1612 waren aangelegd voor scheepsbouw, aanverwante bedrijven en pakhuizen. De aanleg maakte deel uit van de grote stadsuitbreiding, waarbij de grachtengordel is aangelegd.

Burgemeester Frans Hz. Oetgens was een van de initiatiefnemers van deze gigantische onderneming. Wist dus van de hoed en de rand en had In 1610, tegen zeer lage prijs, een grote hoeveelheid te bebouwen grond gekocht. Hij zou een aanzienlijk deel van de grond later, toen de uitbreiding gerealiseerd ging worden, met vette winst aan de stad verkopen. Deze affaire wordt wel het eerste vastgoedschandaal van Amsterdam genoemd.

Spijkermaker Himp bouwde zijn hoekhuis met twee trapgevels zoals een prent uit 1659 laat zien. In 1661 verkoopt hij het pand voor 3000 guldens aan Marretje Jans. In de koop/verkoopakte wordt het omschreven als: ‘een huis en erf, gelegen aan de westzijde van ’t Bickerseiland waar ‘de Gecroonde Hamer’ in de gevel staat’.

Bij een verkoop in 1725 is in het pand een ‘distillateurswinkel’ (alcoholische drank) gevestigd. De nieuwe eigenaar werd Jan Westhof die de trapgevel volgens de mode van de tijd verving door een klokgevel.
In de tweede helft van de 19de eeuw werden de schepen te groot voor de Westelijke Eilanden en werden de werkzaamheden naar het Oostelijk Havengebied verplaatst.Op de plek van de werven kwamen fabrieken.


Eind 19de eeuw werd het pand en het buurpand vervangen door woningen, met een werkplaats op de begane grond.
In 1956 werd het Bickersplein omgedoopt tot het Hendrik Jonkerplein. Diverse generaties Jonker bestierde op het Bickersplein een, als smederij begonnen, familiebedrijf.
De gevelsteen met de ‘Gecroonde Hamer’ is in september 2009 in opdracht van de VVAG gerestaureerd, opnieuw in kleur gezet en weer op de oude kadastrale plek ingemetseld.

Bron: https://www.gevelstenenvanamsterdam.nl

Aansluitend op het hierboven staande:
Het is pas rond 1800 dat er in Amsterdam een systeem van huisnummering werd ingevoerd. Voor die tijd werd de ligging van een pand omschreven door te verwijzen naar een gevelsteen. Men woonde in ‘Het Swarte Schaap’, in ‘In Liefde Bloeyende’, in ‘Het Melkmeisje’ of ertegenover of ernaast.
Gevelstenen functioneerden als reclameborden voor de handel of het bedrijf die in het pand werd uitgeoefend, bevatten een toespeling op de naam van de bouwer of verwezen naar de herkomst van de eigenaar. Gevelstenen zijn dragers van informatie over cultuur, economie, religie en politiek. De laatste decennia is het maken van gevelstenen als vorm van toegepaste beeldhouwkunst weer tot leven gekomen.

Van genoemde drie kinderen/erfgenamen, zijn het met name Jan en Gerrit Westhoff waarvan er verdere gegevens bekend zijn.

Jan Westhoff woonde ondermeer aan de Egelantiersgracht en de Prinse gracht bij de Brouwersgracht en werd genoemd als meester loodgieter.

Een meester was een lid van een gilde. In het Europese gildesysteem mochten alleen meesters en gezellen lid van een gilde zijn.
Een aspirant-meester in een bepaald ambacht moest eerst voor een vastgestelde tijd leerling en daarna gezel bij een meester in dit ambacht zijn geweest, voordat hij het zelfstandig mocht uitoefenen. In een meesterproef moest hij een meesterwerk produceren. Daarna moest hij een som geld op tafel leggen voordat hij daadwerkelijk tot het gilde kon toetreden. Als zijn meesterwerk niet door de meesters werd aanvaard, of wanneer hij niet genoeg geld had, werd hij niet tot het gilde toegelaten en bleef er niets anders over dan gezel te blijven.

1750 Westhoff x Calmond

Getuige bovenstaande ondertrouw inschrijving huwde Jan in 1750 met Johanna Calmond.
Opmerkelijk genoeg werd Jan geassisteerd met Evert Boerboom, zijn eerder benoemde voogd.
Ook uit dit huwelijk zijn kinderen bekend:

Doop datumNaamDoopgetuigenKerkregister
24 apr 1752JoannesDirck Calmont & Margaretha v CampenMozes en Aaron
22 dec 1754Joannes Dirck Calmont & Margaretha v Campen Mozes en Aaron
19 jul 1757Maria Marg.Gerrit Westhoff & Margareta Geerlofs Mozes en Aaron
11 aug 1760JoannesJoannes Calmont & Anna de GrijsDe Toren
22 sep 1767Anna Joannes Calmont & Anna de Grijs De Toren

In mei 1752 wordt Jan eigenaar/bewoner van het huis met de Gekroonde Hamer in de gevelsteen, als hij zijn broers uitkoopt samen met zijn schoonvader Dirk Calmond.
Dit volgens een akte van 4 mei 1752.

Na het overlijden van Dirk Calmond wordt het huis opnieuw verkocht, in 1775 aan ene Wouter Maasland. Het is niet precies bekend wanneer Jan Westhoff zelf kwam te overlijden.

Broer Gerrit woonde eerst aan de Voorburgwal, getuige zijn (eerste) ondertrouw inschrijving hieronder:

1750 Westhoff x Geerlofs

De ondertrouwinschrijving met datum 17 juli 1750: Compareerden Gerrit Westhoff van Amsterdam, oud 26 jaar wonend op de Voorburgwal. Ouders overleden (doot) geassisteerd met sijn broeder Hendrik Westhoff en Margareta Geerlofs van de Kuijnder (?) oud 28 jaar wonend op de Prinsegragt, ouders overleden (doot) geassisteerd met haar oom Evert de Groot.

Uit dit huwelijk de volgende kinderen:

Doop datumNaamDoopgetuigenKerkregister
20 nov 1752JoannesJoannes Westhoff & Joanna CalmontDe Toren
27 may 1754GerardusHenricus Westhoff & Maria HaeremanDe Toren
15 jan 1756EverardusEverardus de Groot & Anna ter BeeckDe Toren
15 jul 1757GertrudisGerardus Maanbeeck & Gertrudis HelbersDe Toren
08 jan 1759HenricusGerardus Maanbeeck & Maria SpeelmansDe Toren
08 apr 1761HenricusGerardus Maanbeeck & Maria SpeelmanDe Toren

Na de geboorte van het laatste kind kwam Margareta in 1762 te overlijden en werd begraven op het Karthuizer kerkhof op 11 maart.
Een jaar later in april 1763 huwde Gerrit opnieuw:

1763 Westhoff x Groot(en)

De ondertrouw inschrijving hierboven met als datum 8 april 1763: Compareerden Gerrit Westhoff van Amsterdam, Rooms, weduwnaar van Margareta Geerlofs wonend in de Anjelierstraat. en Anna Maria Groot van Freeren (er is een plaats met die naam bij Tongeren in Belgie ?), Rooms oud 33 jaren wonend op de Kijsersgracht, ouders dood geassisteerd met haar neef Evert de Groot.

Uit dit huwelijk slechts een dochter bekend:

Doopdatum NaamDoopgetuigenKerkregister
10 mar 1764Anna MargarethaJan Groote & Margaretha GrooteDe Papagaai

Twee jaar na de geboorte van dochter Anna kwam echtgenote Anna Maria te overlijden, en werd begraven op 21 juli 1766 op het kerkhof van de Nieuwe en Engelse kerk.

Gerrit huwde een derde maal, getuige de ondertrouw inschrijving hieronder:

1766 Westhoff x Steeden

Compareerden Gerrit Westhoff van Amsterdam, rooms, laatst weduwnaar van Margareta Grooten, wonend in de Angelierstraat en Francisca van Steeden, van Tubbergen, roooms, ouders overleden, oud 33 jaren wonend op het Rockin. Geassisteerd met Jan Scholten.

Ook uit dit huwelijk een aantal kinderen:

DoopdatumNaamDoopgetuigenKerkregister
17 apr 1768Maria EuphemiaEvert v. Steede & Maria v. SteedeDe Toren
21 sep 1769MatheusGerardus Westhoff & Maria v. SteedeDe Toren
24 jun 1773Franciscus JBFranciscus Wels & Hermina v. SteedeDe Toren
09 sep 1774Joanna MariaHenricus Westhoff & Joanna GregsnigtDe Toren
14 may 1776MariaJoannes Westhoff & Joanna CalmondDe Toren

Vanaf 1752 werd Gerrit genoemd als meester koekebakker. In 1769 koopt hij een huis en erf op de hoek van de Anjeliersstraat en de Anjeliers dwarsstraat, In het pand bevond zich al een bakkerij, mogelijk was Gerrit hier in dienst als gezel, en na de aankoop van het pand vestigde hij hier zijn eigen koekebakkers bedrijf.

De bepaling van het gilde van de Amsterdamse koekebakkers, datum 1739: “Dat niemant hier ter Stede een Koekebakkers Nering sal vermogen op te setten…., ten waare hy binnen dese Stad drie jaare bij een baas hadde gewoont.
Vergeleken met somige andere beroepen was dit een betrekkelijk korte tijd.


Als voor beeld van de meesterproef de vermelding in de Keuren van Haerlem uit 1749:
“Dat een yder, het Koekkebakken zullende beginnen, gehouden zal wezen…. te doen de Proef, bestaande in het bakken van Een laag Geconfyten Koek, van 6 stuyvers..”
Men kende een grote variatie aan koek- en koekjes soorten, waarvan sommige sterk streek gebonden waren.

Sommige benamingen als bagijnekoek, heerenkoek, kuise-zusterkoek, kul-koek, lariekoek, secretariskoek en zusterkoekje zullen ons tegenwoordig vreemd in de oren klinken.

Gerrit Westhoff kwam te overlijden in 1776 en werd begraven op 18 september op het kerkhof van de Nieuwe en Engelse kerk.
Echtgenote Francisca kwam te overlijden in 1780, en werd begraven op 4 december eveneens op het kerkhof van de Nieuwe en Engelse kerk.

Met dit overzicht zijn de oudste generaties Westhoff in Amsterdam bekend. De familie was niet geheel en al onvermogend, gezien huizen bezit, en het kopen en verkopen van genoemde panden.
Toch krijgt het verhaal een geheel en al andere wending, met Franciscus Johannes Baptista Westhoff, zoon uit het hierboven laatst genoemde huwelijk tussen Gerrit Westhoff en Francisca van Steede
.
Zijn verhaal staat hier.